Infoblad 430 - Aan welke eisen moet eigen bluswatervoorziening voldoen?

Vaststellen welke eisen de bouwregelgeving stelt met betrekking tot eigen bluswatervoorzieningen en welke richtlijnen er zijn voor de situering van bluswatervoorzieningen op eigen terrein.

OPLOSSINGRICHTINGEN

Van toepassing zijnde regelgeving



Op bluswatervoorzieningen op het eigen terrein is de volgende regelgeving van toepassing:

Bouwvoorschriften
  • bestemmingsplan; en/of
  • gemeentelijke bouwverordening.
Gebruiksvoorschriften
  • Gebruiksbesluit.
Bouwvoorschriften bluswatervoorziening eigen terrein

In het algemeen is een bluswatervoorziening op eigen terrein niet voorgeschreven. Er wordt namelijk vanuit gegaan dat er een openbare bluswatervoorziening in de buurt is. Dat is meestal een brandkraan, aangesloten op het openbare waterleidingnet, maar het kan ook oppervlaktewater zijn, bijvoorbeeld een gracht. Het kan voorkomen dat de openbare bluswatervoorziening niet toereikend is, omdat het terrein te ver weg ligt of omdat de benodigde bluswatercapaciteit te groot is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een voetbalstadion of een groot theatercomplex en bij terreinen voor olieraffinaderijen en (petro)chemische industrie. De eis om bluswatervoorzieningen aan te brengen op het eigen terrein kan gesteld worden in het kader van het bestemmingsplan en in het kader van de bouwvergunning. Gelet op de model bouwverordening (MBV) zullen de meeste gemeentelijke bouwverordeningen het volgende bouwvoorschrift bevatten:

MBV, artikel 2.5.3 lid 5 (en artikel 5.1.2 lid 5): ‘Bij afwezigheid van een toereikende openbare bluswatervoorziening moet worden zorg gedragen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening.’

Gebruiksvoorschriften bluswatervoorziening op eigen terrein

Artikel 2.7.2 lid 1 van het Gebruiksbesluit regelt dat niet-openbare brandkranen en bluswaterwinplaatsen, die op grond van de gemeentelijke bouwverordening of het bestemmingsplan zijn vereist, altijd direct bereikbaar moeten zijn. Zo kan het bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om maatregelen te treffen om te voorkomen dat een bluswatervoorziening wordt geblokkeerd door geparkeerde auto’s of andere objecten. Het tweede lid van artikel 2.7.2 bepaalt dat deze brandkranen en bluswaterwinplaatsen op adequate wijze moeten worden onderhouden.

Situering van de bluswatervoorzieningen

Of de bluswatervoorzieningen op het eigen terrein doeltreffend zijn, wordt beoordeeld door de gemeente. Feitelijk vindt deze beoordeling meestal plaats door de afdeling preventie van de brandweer. Bij twijfel is het verstandig om aan de gemeente te vragen of de aanwezige openbare blusvoorziening toereikend is. Als deze niet toereikend is, vraag dan wat een doeltreffende aanvullende blusvoorziening op het eigen terrein zou zijn. De situering van de bluswatervoorzieningen is afhankelijk van onder andere: de opstelplaatsen van de blusvoertuigen, de plaats van de brand, de te gebruiken toegangen, de eventuele voedingspunten van droge blusleidingen en de soort voorziening. In het algemeen eist de brandweer dat voor het eerst aankomende voertuig een bluswatervoorziening aanwezig is op een afstand van maximaal 40 meter van de toegang van het bouwwerk. Deze eis wordt ontleend aan de NVBR-publicatie ‘Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid’ (sept. 2003). Deze handleiding is voor het brandweerveld het uitgangspunt op het gebied van bluswatervoorziening en bereikbaarheid. De eis van 40 meter is gebaseerd op repressief brandweeroptreden in de vorm van een binnenaanval. Bij de meeste brandweerkorpsen is op een blusvoertuig 60 meter hogedrukslang aanwezig, waardoor bij een afstand van maximaal 40 meter nog 20 meter over is voor een binnenaanval.

ACHTERGROND INFORMATIE

In de ‘Wet veiligheidsregio’s’ staat onder andere dat de zorg voor een goede bluswatervoorziening in een gemeente de verantwoordelijkheid is van het college van B&W. Dit is uitgewerkt in de gemeentelijke verordening betreffende de organisatie, het beheer en de taak van gemeentelijke brandweer. De gemeente is dus verantwoordelijk voor de openbare bluswatervoorziening. Deze bestaat vrijwel geheel uit brandkranen die zijn aangesloten op het drinkwaterleidingnet. Naast deze veelal als ‘primaire’ bluswatervoorziening aangemerkte brandkranen, worden in gemeenten ook ‘secundair’ waterwinplaatsen in velerlei vormen aangelegd. Vormen van bluswatervoorzieningen zijn met name:
  • een kraan op het distributienet van drinkwater;
  • een kraan op een leidingnet voor water, geen drinkwater zijnde;
  • een waterput of –bron;
  • oppervlaktewater; en
  • een speciaal aangelegde blusvijver.
De publicatie ‘Brandbeveiligingsinstallaties’ en de ‘Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid’ geven een nadere uitwerking van verschillende soorten bluswatervoorzieningen.

AANDACHTSPUNTEN

  • Bluswatervoorzieningen (brandkranen en bluswaterwinplaatsen) op eigen terrein worden door de gemeente voorgeschreven als de openbare bluswatervoorziening niet toereikend is.
  • Als aanvulling op de bluswaterbron kunnen droge blusleidingen nodig zijn. NEN 1594 behandelt droge blusleidingen in en aan gebouwen.
  • De publicaties ‘Brandbeveiligingsinstallaties’ en ‘Handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid’ van de NVBR geven aanbevelingen voor de situering en uitvoering van de bluswatervoorzieningen.
  • Voor de inzet van de brandweer is ook de opstelplaats voor het blusvoertuig van belang. Zie hiervoor Infoblad 363 (Opstelplaats voor blusvoertuigen op eigen terrein).

OVERIGE INFORMATIE

SBR, prettig kennis te maken.