Infoblad 378 - Aanvragen bouwvergunning

Wat is de procedure bij het indienen van een aanvraag om een lichte of reguliere bouwvergunning?

OPLOSSINGRICHTING

Er is weinig verschil tussen de procedure bij een lichte bouwvergunning en de procedure bij een reguliere bouwvergunning. De hier gegeven informatie geldt voor beide.

Belanghebbende vraagt aan
Iedere belanghebbende bij de bouwwerkzaamheden kan een aanvraag om bouwvergunning indienen. Dus de opdrachtgever, architect, aannemer of een adviseur. De aanvrager kan zich bij het aanvragen van de bouwvergunning laten ondersteunen door een gemachtigde. Dan is het noodzakelijk om met de gemeente afspraken te maken over de wijze waarop de communicatie moet verlopen: via de aanvrager of via de gemachtigde. Iedereen komt in aanmerking gemachtigde te zijn. In de praktijk is het vaak de architect, projectontwikkelaar, aannemer of een gespecialiseerd adviseur.

Vooroverleg of principeverzoek
Veel gemeenten bieden als service het zogenoemde ‘vooroverleg’ of ‘principeverzoek’. De aanvrager dient dan de benodigde gegevens in, waarna de gemeente controleert of het bouwplan voldoet aan de regels uit het bestemmingsplan en de welstandsnota. Op deze manier is al in een vroeg stadium te controleren of het bouwplan voldoet aan deze regelgeving.
Het vooroverleg is niet gebaseerd op landelijke regelgeving. Dat betekent dat elke gemeente zelf bepaalt of zij de mogelijkheid van vooroverleg aanbiedt en welke gegevens moeten worden ingeleverd. Voor vooroverleg staan geen termijnen. Ook zijn er geen rechten aan te ontlenen wanneer blijkt dat de gemeente een beoordelingsfout heeft gemaakt. Controleer dus ook zelf voor het aanvragen van een vergunning of het bouwplan voldoet aan alle regelgeving.

Aanvragen in één keer of in twee fasen
Een lichte bouwvergunning kan alleen in één keer worden aangevraagd. Als een reguliere bouwvergunning nodig is, dan bestaat de keuze om deze in één keer aan te vragen of in twee fasen. De gefaseerde bouwvergunning is in de Woningwet opgenomen op verzoek van de bouwpraktijk.
In de eerste fase wordt alleen aan alle ruimtelijke aspecten getoetst: redelijke eisen van welstand, stedenbouwkundige voorschiften uit de bouwverordening, bestemmingsplan en eventueel leefmilieuverordening en monumentenvergunningvereiste. De bouwvergunning eerste fase geeft dus zekerheid of het bouwwerk op de gewenste plek mag worden gerealiseerd.
Om de aanvraag voort te zetten, moet een aanvraag voor de tweede fase worden ingediend. Dat mag na minstens zes weken nadat de vergunningaanvraag eerste fase is ingediend, of eerder als de bouwvergunning eerste fase binnen deze zes weken is verleend. Met het aanvragen van de bouwvergunning tweede fase hoeft dus niet te worden gewacht totdat de bouwvergunning eerste fase onherroepelijk is. Meer informatie hierover: artikel 56a, 4de lid van de Woningwet.
Op basis van de Woningwet mag een gemeente een bouwvergunning eerste fase intrekken na één jaar, als er dan nog geen aanvraag tweede fase is ontvangen. Na twee jaar vervalt een bouwvergunning eerste fase automatisch van rechtswege. Let op: de aanvraag tweede fase moet exact aansluiten op de aanvraag eerste fase. Wanneer voor meerdere bouwwerken tegelijk één bouwvergunning eerste fase wordt aangevraagd, moet daarop ook één bouwvergunning tweede fase volgen. Het is dus niet mogelijk om in de aanvraag tweede fase wijzigingen door te voeren ten opzichte van de eerste fase. Denk aan het aanvragen van meer bouwvergunningen, aansluitend op één bouwvergunning eerste fase.

In te dienen gegevens
Een bouwvergunning moet worden aangevraagd op het wettelijk voorgeschreven aanvraagformulier. Dit formulier is te vinden op www.vrom.nl/bouwregelgeving onder ‘publicaties’. De gemeente verstrekt het formulier ook op papier.
Het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Biab) geeft een 'limitatieve' lijst met gegevens die de gemeente mag opvragen bij een aanvraag om een bouwvergunning. Limitatief ('beperkend') betekent dat de gemeente geen andere gegevens mag opvragen dan die lijst vermeldt. Afhankelijk van het bouwplan zal het niet nodig zijn om alle gegevens volgens het Biab aan te leveren. Dit is in overleg met de gemeente af te spreken.

Tijdstip van indienen
Is het de bedoeling op bepaald moment met de bouw te beginnen, dan moet de vergunning op tijd worden aangevraagd. Vanzelfsprekend niet te laat (zie SBR Infoblad 392 ‘Behandelen aanvraag bouwvergunning door gemeente’), maar ook niet te vroeg, omdat de bouwwerkzaamheden moeten beginnen binnen bepaalde tijd na het verkrijgen van de vergunning (zie SBR Infoblad 393 ‘Bouwen volgens een bouwvergunning’).
Niet alle gegevens hoeven gelijktijdig met het aanvraagformulier te worden ingediend. Bepaalde gegevens mogen op een later tijdstip worden aangeleverd. Sommige gegevens mogen altijd later worden ingediend, andere alleen met toestemming van de gemeente.

Later aanleveren mag altijd bij de volgende gegevens:
  • Detailberekeningen en tekeningen voor de uitvoering. Dit geldt niet voor de uitgangspunten van het constructieve ontwerp, zoals materiaaltoepassing, globale dimensionering, de uitgangspunten voor de gewichtsberekening en funderingsplan; deze gegevens moeten direct bij de aanvraag worden ingediend.
  • Gegevens over de installaties. Dit geldt niet voor de hoofdlijn en/of het principe van de installaties; die moeten wel al blijken uit de stukken bij de aanvraag.
  • Naam van de verantwoordelijke voor de uitvoering.

Later aanleveren mag alleen met toestemming van de gemeente bij de volgende gegevens:
  • Gegevens voor de toetsing aan de redelijke eisen van welstand. Dit betreft bijvoorbeeld foto's, gevelaanzichten en principedetails die bepalend zijn voor het uiterlijk.
  • Gegevens voor de toetsing aan het Bouwbesluit, bijvoorbeeld over inbraakwerendheid, lucht- en waterdichtheid. Dit geldt niet voor de constructiegegevens (die mogen altijd later worden ingeleverd) en de hoofdlijn van de brandveiligheid.
  • Gegevens voor de toetsing aan de bouwverordening, met uitzondering van de gegevens die nodig zijn voor de toets aan de stedenbouwkundige voorwaarden.
De gemeente kan een bouwvergunning verlenen als bepaalde (bovengenoemde) gegevens nog niet zijn ingeleverd, op voorwaarde dat die gegevens inderdaad nog zullen worden geleverd. Later aan te leveren gegevens moeten altijd drie weken voordat met de betreffende werkzaamheden wordt begonnen ter goedkeuring aan de gemeente worden voorgelegd. Alleen de gegevens over de uitvoerende partij hoeven pas uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden binnen te zijn. Zonder deze goedkeuring mogen de betreffende delen van het plan dus niet worden uitgevoerd.

Bevorderen van snelle procedure
Stem de in te dienen stukken af op de wensen van de gemeente. Dan hoeft de gemeente geen aanvullende informatie op te vragen en kan de aanvraag snel worden verwerkt. Informeer daarom bij de gemeente welke gegevens zij nodig heeft en hoe zij de stukken wil ontvangen. Denk bijvoorbeeld aan formaat en schaal van tekeningen, digitaal of op papier, veelvoud van stukken, enzovoort. Overleg direct welke stukken later worden ingediend, en geef bij de aanvraag aan welke stukken later nog volgen. Dit voorkomt misverstanden.
Ook inhoudelijk is de procedure te bespoedigen. Door zelf vooraf te toetsen of het bouwplan voldoet aan de Welstandsnota en past binnen het bestemmingsplan is na te gaan of deze geen belemmering vormen. Beide documenten zijn bij de gemeente op te vragen. Juist de toets aan het bestemmingsplan is belangrijk, omdat de gemeente een aanvraag om een bouwvergunning die niet past binnen het bestemmingsplan automatisch als verzoek om vrijstelling ziet. De gemeente zal dan de vrijstellingsprocedure starten, waarbij de fatale termijnen uit de Woningwet niet meer van toepassing zijn (zie SBR Infoblad 392 ‘Behandeling aanvraag bouwvergunning’).

Gecertificeerde Bouwbesluittoets
Een bijzonder middel voor het bevorderen van een snelle procedure is ‘de gecertificeerde Bouwbesluittoets’. Dit instrument is nog in een experimenteerfase. Private partijen (adviseurs, architecten, projectontwikkelaars en andere marktpartijen) kunnen, als ze daarvoor gecertificeerd zijn, zorgen voor een betrouwbare toets van een bouwplan aan de voorschriften van het Bouwbesluit. Deze toets kan door de gemeente zonder meer worden geaccepteerd; de gemeente hoeft dan niet meer aan de eisen van het Bouwbesluit te toetsen.
Private partijen kunnen zich laten certificeren voor het uitvoeren van de Bouwbesluittoets. Overigens kan ook de gemeente zich laten certificeren. De certificatie gebeurt op basis van een beoordelingsrichtlijn (BRL) waarin inhoudelijke en procedurele eisen aan een toetser zijn opgenomen. De gecertificeerde partij toetst het bouwplan dan aan de voorschriften van het Bouwbesluit en legt zijn oordeel vast in een toetsrapportage. Deze toetsrapportage wordt bij de aanvraag om bouwvergunning gevoegd. De gemeente hoeft het bouwplan dan alleen nog maar te toetsen aan welstand, bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwverordening.
De certificeringsregeling voor de Bouwbesluittoets zal in de toekomst een wettelijke basis gaan krijgen. Daarmee wordt geregeld dat de gemeente een onder certificaat ingediend bouwplan niet nog eens opnieuw mag toetsen. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling een verplichting op te leggen om bouwplannen voortaan onder certificaat te toetsen. De aanvrager krijgt de keuze om zijn bouwplan door een certificaathouder óf door de gemeente te laten toetsen aan het Bouwbesluit.

ACHTERGROND INFORMATIE

Om bouwplannen te kunnen uitvoeren, is in het algemeen een bouwvergunning nodig. Het hangt af van het bouwplan welke soort vergunning nodig is: geen, een lichte bouwvergunning of een reguliere bouwverguning. Welke procedure van toepassing is en de wijze waarop deze wordt doorlopen, volgt uit de Woningwet. Een goed contact met de gemeente en het compleet indienen van alle benodigde informatie kan bijdragen aan een vlotte afhandeling van een aanvraag.

AANDACHTSPUNTEN

  • Een goed contact met de gemeente en het aanleveren van een complete aanvraag kan bijdragen aan een vlotte afhandeling door de gemeente.
  • Als men zekerheid wil hebben of een bepaald bouwplan uitgevoerd kan worden op een locatie, dan is het aanvragen van een bouwvergunning eerste fase de juiste keuze. Deze bouwvergunning biedt de zekerheid die een vooroverleg of principeverzoek niet biedt.

OVERIGE INFORMATIE

  • ‘Woningwet 2003’
  • ‘Wijziging woningwet per 1 april 2007’, Staatsblad 2007, 27
  • ‘Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning’ (www.overheid.nl)
  • ‘Dossier bouwregelgeving’ op de website van het Ministerie van VROM:
    http://www.vrom.nl/bouwregelgeving. Dit bevat onder meer enkele informatiebrochures.
  • SBR-Infoblad 377: ‘Wanneer bouwvergunning nodig?’
  • SBR-Infoblad 392: ‘Behandeling aanvraag bouwvergunning’
  • SBR-Infoblad 393: ‘Bouwen volgens een bouwvergunning’
  • SBR-Infoblad 379: ‘Instanties bij aanvraag vergunning’
  • SBR-Infoblad 381: ‘Verantwoordelijkheden voor het bouwbedrijf’
  • SBR-Infoblad 382: ‘Leges voor bouwvergunning’
SBR, prettig kennis te maken.