Vanaf 1 januari 2008 moet bij bouw, verkoop en verhuur van elk gebouw op het moment van transactie in principe een energielabel (formeel ‘energieprestatiecertificaat’ genoemd) aanwezig zijn. Dat is zo geregeld in het Besluit Energieprestatie Gebouwen (BEG).
Een energielabel geldt voor een specifiek gebouw en geeft informatie over de hoeveelheid energie die bij gestandaardiseerd gebruik van dat gebouw nodig is. Het energieverbruik van het gebouw volgt uit een berekening, waarbij verwarming, warm-watervoorziening, verlichting, ventilatie en koeling worden meegeteld.
Voor woningen waarvan de bouwvergunning is afgegeven ná 1 januari 1998 geldt de bijbehorende EPC-berekening als energielabel. Energielabels (en EPC-berekeningen) die ouder zijn dan tien jaar, zijn niet meer geldig. Dit is een belangrijke afwijking van het principe.
Volgens het Besluit Energieprestatie Gebouwen is een energielabel nodig voor alle gebouwen, dus ook woningen. Er zijn enkele uitzonderingen:
- monumenten (zowel rijksmonumenten als gebouwen op gemeentelijke of provinciale monumentenlijsten);
- gebouwen voor erediensten en religieuze activiteiten;
- vrijstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2.
De eigenaar van het gebouw moet ervoor zorgen dat het energielabel beschikbaar is op het moment van de transactie. De eigenaar verstrekt het aan de koper of huurder. De notaris controleert dat.