Infoblad 392 - Behandeling aanvraag bouwvergunning
Wat is de procedure nadat een aanvraag om een lichte of reguliere bouwvergunning is ingediend bij de gemeente?
OPLOSSINGRICHTINGEN
Er is weinig verschil tussen de procedure bij een lichte bouwvergunning en de procedure bij een reguliere bouwvergunning. De hier gegeven informatie geldt voor beide.
Fatale termijnen
De termijn waarbinnen de gemeente een aanvraag om bouwvergunning moet toetsen, is vastgelegd in artikel 46 van de Woningwet. Dit is een zogenoemde ‘fatale termijn’. Dat wil zeggen: wanneer de gemeente niet binnen de gestelde termijn een besluit heeft genomen, wordt de bouwvergunning 'van rechtswege' verleend. Na het verlopen van de fatale termijn is er dus 'automatisch' een bouwvergunning. Dit noemt men ook wel een ‘fictief verleende bouwvergunning’.
De fatale termijnen zijn:
- voor een lichte bouwvergunning: zes weken;
- voor een reguliere bouwvergunning: twaalf weken;
- voor een gefaseerde reguliere bouwvergunning (zie SBR Infoblad 378 ‘Aanvragen bouwvergunning’): zes weken in de eerste fase en zes weken in de tweede fase.
De gemeente is verplicht een bouwvergunning die van rechtswege is verleend ‘kenbaar’ te maken aan belanghebbenden, zoals buren. Bijvoorbeeld door een brief aan de belanghebbenden of publicatie in een lokaal huis-aan-huis blad.
Fatale termijnen gelden soms niet
De fatale termijnen gelden in sommige gevallen niet. Dan kan onterecht de indruk ontstaan dat op zeker moment de fatale termijn is verstreken, en er dus een vergunning van rechtswege zou zijn. Die is er dan niet, en in dat geval is bouwen illegaal! Is er na afloop van de normale fatale termijn nog geen beslissing over de aanvraag bouwvergunning, informeer dan dus altijd bij de gemeente of er inderdaad een vergunning van rechtswege is.
In de volgende gevallen gelden de normale fatale termijnen niet.
- De fatale termijnen uit de Woningwet zijn niet van toepassing als er een vrijstelling van het bestemmingsplan nodig is voor de bouwvergunning.
- De gemeente kan bij een complexe aanvraag de fatale termijn verlengen, in dat geval ook wel ‘verdagen’ genoemd. De gemeente moet dit schriftelijk meedelen aan de aanvrager, met de reden hiervoor. Bij een reguliere bouwvergunning kan met maximaal zes weken worden verdaagd. Bij een gefaseerde aanvraag kan elke fase met zes weken worden verdaagd. Een lichte bouwvergunningaanvraag kan niet worden verdaagd.
- De gemeente kan de termijn verlengen als de eerste ingediende aanvraag onvolledig was. De tijd die de aanvrager gebruikt om de aanvullende stukken aan te leveren, wordt bij de fatale termijn opgeteld. Bijvoorbeeld: verzoekt de gemeente bij lichte bouwvergunning om aanvullende stukken, en de aanvrager heeft daarvoor vier weken nodig, dan komt de fatale termijn uit op zes (normaal) + vier (verlenging) = tien weken.
- Als er op zichzelf geen reden is om de bouwvergunning te weigeren, kan de gemeente de beslissing op de bouwvergunningaanvraag wel aanhouden, dat wil zeggen uitstellen. Dat kan alleen op één van de zogenoemde 'aanhoudingsgronden' volgens de artikelen 50 t/m 55 en 56b van de Woningwet. Bijvoorbeeld als er ook een milieuvergunning of een monumentenvergunning voor de bouw nodig is, maar deze nog niet is verleend. Nadat de aanhoudingsgrond is vervallen, zal de bouwvergunning worden verleend.
Weigeringsgronden
De bouwvergunning is een zogenoemde ‘gebonden beschikking’. Dat betekent dat een bouwvergunning mag en moet worden geweigerd als er een 'weigeringsgrond' op basis van de Woningwet is. Andersom mag en moet de vergunning worden verleend als er geen weigeringsgrond is.
De weigeringsgronden voor een bouwvergunning zijn uitputtend opgesomd in de artikelen 44 en 44a van de Woningwet. Met 'uitputtend' is bedoeld dat een aanvraag niet mag worden geweigerd op andere gronden. De weigeringsgronden volgen direct uit de toetscriteria van de volgende wet- en regelgeving:
- Bouwbesluit;
- Bouwverordening;
- Bestemmingsplan;
- Welstandsnota;
- Monumentenwet 1988, gemeentelijke of provinciale monumentenverordening;
- Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob);
- Advies van de commissie voor tunnelveiligheid.
Het moeten weigeren van een bouwvergunning die niet voldoet aan deze regelgeving is niet zo strikt als het lijkt. Er zijn namelijk mogelijkheden om vrijstelling of ontheffing te verkrijgen van bepaalde delen van de wetgeving:
- Vrijstelling kan worden verleend wanneer niet wordt voldaan aan het bestemmingsplan en/of de bouwverordening.
- Bij verbouw (niet bij nieuwbouw) kan ontheffing worden verleend van bepaalde nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit (zie SBR Infoblad 383 ‘Ontheffing van nieuwbouweisen Bouwbesluit 2003 bij verbouwen’).
- Burgemeester en wethouders kunnen het welstandadvies geheel naast zich neerleggen. Ook bestaat de mogelijkheid om gebieden en/of gebouwcategorieën welstandsvrij te maken.
Het is aan de gemeente om te bepalen of daadwerkelijk vrijstelling of ontheffing wordt verleend; de aanvrager kan dit niet afdwingen.
Bezwaar en beroep
Tegen elke beslissing van de gemeente staat bezwaar en beroep open. Dus ook tegen het verlenen of weigeren van een bouwvergunning. Als een belanghebbende bezwaar heeft tegen een verleende of geweigerde bouwvergunning, dan kan deze een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders.
Bezwaar indienen moet binnen zes weken nadat de bouwvergunning is verleend. Bij een van rechtswege verleende vergunning gaat deze periode van zes weken pas in nadat eigenaren en/of gebruikers van naburige gebouwen door de gemeente zijn geïnformeerd. De gemeente is verplicht belanghebbenden te informeren, bijvoorbeeld door een brief of publicatie in een lokaal huis-aan-huis blad.
Als een bezwaar gegrond wordt verklaard, dan wordt de bouwvergunning alsnog ingetrokken. Wordt een bezwaar ongegrond verklaard, dan heeft diezelfde belanghebbende de mogelijkheid tot het instellen van beroep hiertegen bij de rechter. In dat geval is het verstandig om advies in te winnen bij een jurist, rechtsbijstandsverzekering of rechtswinkel.
Zes weken na verlenen onherroepelijkTot zes weken na het verlenen van de bouwvergunning kunnen belanghebbenden daartegen bezwaar indienen. Bij een van rechtswege verleende vergunning gaat deze periode van zes weken pas in nadat de eigenaren en/of gebruikers van naburige gebouwen door de gemeente zijn geïnformeerd. Dit betekent dat een bouwvergunning pas onherroepelijk is na deze periode van zes weken. Indien binnen deze periode van zes weken begonnen wordt met bouwen, bouwt men voor eigen risico. Wordt de bouwvergunning binnen die periode ingetrokken, dan moet het gebouwde weer worden afgebroken.
ACHTERGROND INFORMATIE
Wanneer men bouwplannen heeft, is in het algemeen een bouwvergunning nodig. Het is afhankelijk van het bouwplan welke procedure moet worden doorlopen. Welke procedure van toepassing is en de wijze waarop deze wordt doorlopen, volgt uit de Woningwet.
AANDACHTSPUNTEN
- Als een vergunning van rechtswege verleend zou moeten zijn, controleer dan altijd bij de gemeente of dat inderdaad het geval is, voordat de bouw begint. Als blijkt dat de vergunning niet van rechtswege is verleend, is er namelijk geen bouwvergunning en is het bouwen illegaal.
OVERIGE INFORMATIE
- ‘Woningwet 2003’
- ‘Wijziging woningwet per 1 april 2007’, Staatsblad 2007, 27
- 'Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning’ (www.overheid.nl)
- ‘Dossier bouwregelgeving’ op de website van het Ministerie van VROM: http://www.vrom.nl/bouwregelgeving. Dit bevat o.m. enkele informatiebrochures.
- SBR-Infoblad 377: ‘Wanneer bouwvergunning nodig?’
- SBR-Infoblad 378: ‘Aanvragen bouwvergunning’
- SBR-Infoblad 393: ‘Bouwen volgens een bouwvergunning’
- SBR-Infoblad 379: ‘Instanties bij aanvraag vergunning’
- SBR-Infoblad 381: ‘Verantwoordelijkheden voor het bouwbedrijf’
- SBR-Infoblad 382: ‘Leges voor bouwvergunning’
SBR, prettig kennis te maken.