Infoblad 100 - Bepaling van de bezettingsgraad (klasse)

Het bepalen van de bezettingsgraad(klasse).

1. GRONDIGE ORIëNTATIE OP DE BETEKENIS VAN DE BEZETTINGSGRAAD(KLASSE)

Bezettingsgraadklasse van cruciaal belang
De bepaling van de bezettingsgraad en daarmee van de bezettingsgraadklasse is dermate belangrijk dat er zonder opgave van de bezettingsgraadklasse niet conform het Bouwbesluit kan worden ontworpen en ook niet aan het Bouwbesluit kan worden getoetst.

Definities/omschrijving
De definities van bezettingsgraad (zie toelichting) en bezettingsgraadklasse (zie toelichting) zijn te vinden in artikel 1.1 lid 6 van het Bouwbesluit:

  • Bezettingsgraad van gebruiksoppervlakte = Aantal m2 gebruiksoppervlakte per persoon;
  • Bezettingsgraad van vloeroppervlakte = Aantal m2 vloeroppervlakte van een verblijfsgebied per persoon;
  • Bezettingsgraadklasse = Klasse die de bezettingsgraad van een gebruiksoppervlakte of de bezettingsgraad van een vloeroppervlakte aan verblijfsgebied aangeeft overeenkomstig tabel 3.

Toelichting 'bezettingsgraad'
De bezettingsgraad geeft aan hoeveel m2 gebruiksoppervlakte of verblijfsgebied per persoon aanwezig is. Er is sprake van een hoge bezettingsgraad als er een kleine oppervlakte per persoon aanwezig is (= veel personen voor de beschikbare oppervlakte); de bezettingsgraad is laag als er een grote oppervlakte per persoon aanwezig is (= weinig personen voor de beschikbare oppervlakte).

Toelichting 'bezettingsgraadklasse'
Om de voorschriften in het Bouwbesluit eenvoudig te houden is gekozen voor een onderverdeling in vijf bezettingsgraadklassen, te weten B1, B2, B3, B4 en B5. Bij bezettingsgraadklasse B1 is er sprake van een hoge bezettingsgraad; bezettingsgraadklasse B5 vertegenwoordigt de laagste bezettingsgraad. Zie tabel 3.

Klasse Bezettingsgraad
In m2 gebruiksoppervlakte per persoon In m2 vloeroppervlakte verblijfsgebied per persoon
B1 > 0,8 - ≤ 2 > 0,5 - ≤ 1,3
B2 > 2 - ≤ 5 > 1,3 - ≤ 3,3
B3 > 5 - ≤ 12 > 3,3 - ≤ 8
B4 > 12 - ≤ 30 > 8 - ≤ 20
B5 > 30 > 20

Tabel 3. Bezettingsgraadklassen volgens artikel 1.1 lid 6.

Toelichting tabel 3
Tabel 3 laat zien dat de bezettingsgraadklasse is gedefinieerd voor de gebruiksoppervlakte én voor verblijfsgebieden. Dit onderscheid is gemaakt omdat voor een aantal voorschriften van het Bouwbesluit de bezettingsgraad in relatie tot de gebruiksoppervlakte relevant is (b.v. ter bepaling van het aantal benodigde toiletruimten), terwijl andere voorschriften een relatie leggen tussen bezettingsgraad en verblijfsgebied (b.v. de vereiste breedte van een toegang – in verband met vluchten).

Consequenties
Voor gebruiksfuncties met een hoge bezettingsgraad (b.v. bezettingsgraadklasse B1) geldt in het algemeen dat de eisen zwaarder zijn dan voor gebruiksfuncties met een lage bezettingsgraad (zoals bezettingsgraadklasse B5). Hoe meer personen in een gebouw aanwezig zijn, des te zwaarder de voorschriften.

2. Bepaling van de bezettingsgraad(klasse)

Aanvrager bepaalt
De bezettingsgraadklasse moet door de aanvrager van een bouwvergunning worden aangegeven. Hiermede legt hij in feite vast voor hoeveel personen een ruimte in een gebouw is bestemd. Daarbij mag hij geen lagere bezettingsgraad opgeven dan toegestaan; de minimale bezettingsgraadklasse per gebruiksfunctie is te vinden in tabel 2 – een samenvatting van de aansturingstabellen, opgesomd in tabel 1); deze aansturingstabellen duiden de bezettingsgraadklassen die niet mogen worden gehanteerd aan met 'nt' (niet toegestaan).

Onderdeel Voorschriften

Vindplaats

BB-afdeling aansturings-
tabel
Gebruiks-
veiligheid
afmetingen van een trap
(kolom A of kolom B)
2.5 2.27
aanwezigheid van noodverlichting 2.8 2.56
Brandveiligheid aantal toegangen 2.17 2.145
breedte van de vrije doorgang van een toegang 2.17 2.145
draairichting van een deur van een toegang 2.17 / 2.19 2.145 / 2.166
loopafstanden 2.16 2.134
het mogen samenvallen van twee vluchtroutes 2.18 2.153
Gezondheid capaciteit luchtverversing verblijfsgebied / -ruimte 3.10 3.46
Bruikbaarheid aantal toiletruimten 4.7 4.34
oppervlakte van stallingsruimte voor fietsen 4.11 4.62

Tabel 1. Voorschriften afhankelijk van bezettingsgraadklasse.

Gebruiksfunctie Bezettingsgraadklasse
1. Woonfunctie n.v.t.
2. Bijeenkomstfunctie:
• voor het aanschouwen van sport B2
• andere bijeenkomstfunctie B3
3. Celfunctie:
• voor bezoekers B3
• andere celfunctie B4
4. Gezondheidszorgfunctie:
• voor bezoekers B3
• andere gezondheidszorgfunctie B4
5. Industriefunctie B5
6. Kantoorfunctie B4
7. Logiesfunctie B4
8. Onderwijsfunctie B3
9. Sportfunctie B5
10. Winkelfunctie B5
11. Overige gebruiksfunctie B5
12. Bouwwerk geen gebouw zijnde n.v.t.

Tabel 2. Minimale bezettingsgraadklasse per gebruiksfunctie.

Uitgangspunt voor het vaststellen van de bezettingsgraadklasse
Voor het bepalen van de bezettingsgraadklasse moet worden uitgegaan van het aantal personen dat normaliter in het gebouw aanwezig is. Anders gezegd: de bezettingsgraad moet overeen komen met het reëel gebruik van het gebouw – dit in verband met de handhaving van de gebruiksvergunning. Er behoeft niet te worden uitgegaan van bijzondere situaties die niet frequent voorkomen, zoals een open dag in een kantorencentrum – want dan zouden alle gebruiksfuncties in de hoogste bezettingsgraadklasse vallen! Voor die dag zelf kunnen echter wel extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn.

Instructieve voorbeelden
Als toelichting van de te volgen werkwijze worden twee voorbeelden gegeven:

Voorbeeld 1 (vergunningaanvraag)
In een winkelfunctie met een gebruiksoppervlakte van 1000 m2 zullen maximaal ca. 400 personen aanwezig zijn.

  • Vraag
    Welke bezettingsgraadklasse moet de aanvrager van de bouwvergunning opgeven?
  • Werkwijze
    De hoeveelheid m2 gebruiksoppervlakte per persoon in de winkelfunctie is 1000/400 = 2,5 m2. Uit tabel 3 is af te lezen dat bij een oppervlakte van 2,5 m2 per persoon bezettingsgraadklasse B2 van toepassing is.

Voorbeeld 2 (toetsing)
Een kantoorfunctie heeft een gebruiksoppervlakte van 500 m2. Bij de indiening van de bouwaanvraag heeft de aanvrager aangegeven dat bezettingsgraadklasse B4 van toepassing is.

  • Vraag
    Hoeveel personen mogen maximaal in de kantoorfunctie aanwezig zijn?
  • Werkwijze
    Raadpleeg tabel 3 (zie oplossingsrichting 1). Hieruit blijkt dat bij bezettingsgraadklasse B4 minimaal 12 m2 en maximaal 30 m2 gebruiksoppervlakte per persoon beschikbaar is. Als het maximaal toegestane aantal personen aanwezig is, betekent dit dat de gebruiksoppervlakte per persoon minimaal is: 12 m2. Dit betekent dat bij normaal gebruik maximaal 500/12 = 41 personen in de kantoorfunctie aanwezig mogen zijn (er wordt naar beneden afgerond).

ACHTERGROND

Het begrip 'bezettingsgraadklasse' is in Bouwbesluit 2003 voor meer beoordelingsaspecten van belang dan in Bouwbesluit 1992. De bezettingsgraad was in Bouwbesluit 1992 alleen gedefinieerd voor een verblijfsgebied van een niet tot bewoning bestemd gebouw en werd enkel toegepast ter bepaling van de vereiste capaciteit van de luchtverversing van een verblijfsgebied of verblijfsruimte.
In Bouwbesluit 2003 is de bezettingsgraad tevens gedefinieerd voor een gebruiksoppervlakte van een niet tot bewoning bestemd gebouw (nieuwbouw); de toepassing van het begrip is uitgebreid tot een aantal aspecten met betrekking tot gebruiksveiligheid, brandveiligheid en bruikbaarheid.
Deze uitbreiding is een belangrijk winstpunt van het nieuwe Bouwbesluit, omdat daarmee nu de relatie wordt gelegd met de manier waarop het gebouw wordt gebruikt.
Tabel 1 (onder oplossingsrichting 2) geeft aan voor welke voorschriften de bezettingsgraadklasse van belang is. De daarin opgesomde aansturingstabellen van het Bouwbesluit geven aan welke bezettingsgraadklasse voor een gebruiksfunctie minimaal is vereist. Tabel 2 (onder oplossingsrichting 2) geeft een samenvatting.

AANDACHTSPUNTEN

  • Aangezien ook verkeersruimten deel uitmaken van de gebruiksoppervlakte (en niet van een verblijfsgebied), is de beschikbare gebruiksoppervlakte per persoon groter dan de beschikbare oppervlakte aan verblijfsgebied. Hiermee is bij het indelen van de bezettingsgraadklassen rekening gehouden. In de praktijk van de vergunningaanvraag is het daardoor mogelijk dat de gebruiksoppervlakte een ándere bezettingsgraadklasse krijgt toegewezen dan een verblijfsgebied dat deel uitmaakt van die gebruiksoppervlakte.
  • Controleer altijd aan de hand van de aansturingstabellen (opgesomd in tabel 1 en samengevat in tabel 2) of een overwogen bezettingsgraadklasse wel is toegestaan.
  • De vergunningaanvrager kan niet volstaan met het overleggen van tekeningen die louter indelingen en oppervlakten aangeven; vermeld ook de bezettingsklasse!
  • Het is mogelijk dat een ruimte bestemd is voor een groter aantal personen dan met de ondergrens van bezettingsgraadklasse B1 is toegestaan. De voorschriften die afhankelijk zijn van de bezettingsgraadklasse zijn hierop echter niet toegesneden. Dit betekent dat met het voldoen aan de prestatie-eis die geldt bij bezettingsgraadklasse B1 niet wordt voldaan aan de functionele eis van deze voorschriften. In dergelijke gevallen moet gelijkwaardigheid worden aangetoond aan hetgeen de wetgever heeft beoogd. Bij voorschriften die betrekking hebben op de minimaal vereiste breedte van de vrije doorgang van een toegang kan dit bijvoorbeeld door middel van een berekening van de opvang- en doorstroomcapaciteit.

OVERIGE INFORMATIE

  • Nota van Toelichting bij Bouwbesluit 2003
  • Praktijkboek Bouwbesluit 2003
SBR, prettig kennis te maken.