Infoblad 108 - Bepaling van de maximale loopafstand in een niet tot bewoning bestemd gebouw

Aan de hand van het Bouwbesluit 2003 vaststellen hoe de loopafstand tussen een punt in een verblijfsgebied c.q. verblijfsruimte en de toegang van een rookcompartiment van een nieuw te bouwen niet tot bewoning bestemd gebouw wordt bepaald. Ter oplossing van dit probleem dienen zes stappen te worden gezet, die kunnen worden onderverdeeld in twee fasen.

FASE A. OPZOEKEN VAN DE TOEPASSELIJKE VOORSCHRIFTEN (STAP 1 T/M 3)

1. De relevante afdeling(en) (van het Bouwbesluit) opzoeken
De voorschriften inzake maximale loopafstanden zijn gegeven in de volgende afdelingen van het Bouwbesluit:
Afdeling 2.16: 'beperking van verspreiding van rook';
Afdeling 2.17: 'vluchten binnen een rookcompartiment en een subbrandcompartiment';
Afdeling 2.19: 'inrichting van rookvrije vluchtroutes';
Afdeling 2.20: 'voorkoming en beperking van ongevallen bij brand';
Afdeling 2.21: 'bestrijding van brand'.
In dit Infoblad wordt de bepaling van de maximale loopafstand beperkt tot het principe van het bepalen van de loopafstand tussen een punt in een verblijfsgebied c.q. verblijfsruimte en de toegang van een rookcompartiment. Hierbij wordt uitgegaan van afdeling 2.16 'beperking van verspreiding van rook'. Er wordt verder niet ingegaan op de vraag welke loopafstanden in genoemde afdelingen maatgevend zijn voor de beoordeling van een bouwplan. Dit voert te ver met het oog op de doelstelling van dit Infoblad.

2. De relevante paragraaf (van de afdeling) selecteren
Beantwoord de vraag of het gaat om nieuwbouw dan wel bestaande bouw. In het hierna behandelde geval wordt uitgegaan van de nieuwbouwvoorschriften. Op nieuwbouw is afdeling 2.16 paragraaf 1 van toepassing.
NB: De maximaal toelaatbare loopafstand in een bestaand bouwwerk kan op een vergelijkbare manier worden vastgesteld. De desbetreffende voorschriften in afdeling 2.16 staan in paragraaf 2.16.2 (art. 2. 142 lid 2).

3. Aan de hand van de tabel en voorschriften in de paragraaf de relevante artikelen selecteren
Uit de tabellen en voorschriften in de onder stap 2 bepaalde paragraaf blijkt dat artikel 2.136 lid 2, 3 en 5 handelen over maximale loopafstanden. Artikel 2.136 lid 2 gaat specifiek over de loopafstand tussen een punt in een verblijfsgebied en de toegang van een rookcompartiment; artikel 2.136 lid 3 gaat specifiek over de loopafstand tussen een punt in een verblijfsruimte en de toegang van een rookcompartiment.

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 4 t/m 6)

Nu de van toepassing zijnde voorschriften in drie stappen zijn gevonden, moeten zij worden toegepast. Als volgt:

4. Aan de hand van stap 3 vaststellen wat de maximale loopafstand mag zijn
In artikel 2.136 lid 2 en 3 is de maximale loopafstand tussen een punt in een verblijfsgebied respectievelik verblijfsruimte en de toegang van een rookcompartiment afhankelijk gesteld van de bezettingsgraadklasse (zie voor de bepaling daarvan het desbetreffende Infoblad.

Volgens artikel 2.136 lid 2 (verblijfsgebied) en 3 (verblijfsruimte) gelden de volgende maximale loopafstanden:

  • Bij bezettingsgraadklasse B1 t/m B3: 30 m;
  • Bij bezettingsgraadklasse B4: 45 m;
  • Bij bezettingsgraadklasse B5: 60 m.

Bij de bepaling van de loopafstand op verblijfsgebiedniveau (art. 2.136 lid 2) wordt:

  • een constructie-onderdeel, niet zijnde een bouwconstructie in het verblijfsgebied, buiten beschouwing gelaten;
  • de loopafstand binnen het verblijfsgebied met 1,5 vermenigvuldigd.

5. Toelichting van de wijze waarop de loopafstand moet worden bepaald
De in stap 4 gevonden maximale loopafstanden worden bepaald aan de hand van figuur 1 met toelichting.

Figuur 1 - Loopafstanden

Toelichting figuur 1
De figuur toont een rookcompartiment met in het midden een verkeersruimte. Aan beide zijden van deze verkeersruimte is een verblijfsgebied gelegen. Het verblijfsgebied aan de linkerzijde is niet onderverdeeld in verblijfsruimten; het rechter gedeelte wel. De toegang van het rookcompartiment is in de figuur aan de onderzijde gelegen.

Punten waartussen de loopafstand moet worden bepaald
Bij de beoordeling van de brandveiligheid moet zowel de ingedeelde situatie (rechter gedeelte: verblijfsruimteniveau) als de niet-ingedeelde situatie (linker gedeelte: verblijfsgebiedniveau) worden bekeken.

Linkerzijde: artikel 2.136 lid 2
Volgens artikel 2.136 lid 2 gaat het om de loopafstand tussen een punt in het niet-ingedeelde verblijfsgebied en de toegang van het rookcompartiment waarin dat verblijfsgebied is gelegen. In figuur 1 betreft dit de loopafstand tussen de hoek links onderin het verblijfsgebied tot de toegang van het rookcompartiment (midden onder). De loopafstand binnen het verblijfsgebied (grijs gearceerd) moet met 1,5 worden vermenigvuldigd. De binnenwanden (zoals in het rechter gedeelte aangegeven) mogen buiten beschouwing worden gelaten.

Rechterzijde: artikel 2.136 lid 3
Volgens artikel 2.136 lid 3 gaat het om de loopafstand tussen een punt in een verblijfsruimte en de toegang van het rookcompartiment waarin die verblijfsruimte is gelegen. In figuur 1 [pop-up-link] is de maatgevende loopafstand gesitueerd tussen de rechter onderhoek in verblijfsruimte 2 en de toegang van het rookcompartiment (midden onder). De loopafstand binnen de verblijfsruimte behoeft niet met 1,5 te worden vermenigvuldigd, doch er dient bij de bepaling wel rekening gehouden te worden met de binnenwanden.

6. Randvoorwaarde voor deze bepalingsmethode

Bij de bepaling van de loopafstanden moet een aantal randvoorwaarden in acht worden genomen, zoals:

Definitie loopafstand
De loopafstand is de afstand, gemeten langs een denkbeeldige, kortst realiseerbare vloeiend verlopende lijn tussen twee punten, waarover op een afstand van ten minste 0,3 m van
constructie-onderdelen kan worden gelopen (zie figuur 2).

Figuur 2

Wat met 'twee punten' wordt bedoeld is aangegeven in stap 4 en 5. Met 'constructie-onderdelen' worden bijvoorbeeld de deurkozijnen, een wand of de zijkant van een trap bedoeld.Met de in figuur 1 getekende werkwijze is in feite voor een benadering gekozen.

Bezettingsgraadklasse
In artikel 2.136 lid 2 en 3 is de maximale loopafstand afhankelijk gesteld van de bezettingsgraadklasse. Hoe hoger de bezettingsgraadklasse, des te korter de toegestane loopafstand. Hoe lager de bezettingsgraadklasse, des te lager de toegestane bezettingsgraadklasse. (Zie ook het desbetreffende Infoblad)

ACHTERGROND

De doelstellingen van de voorschriften (Bouwbesluit 2003) inzake de maximale loopafstanden staan omschreven in de desbetreffende functionele eisen. Deze hebben betrekking op het:

  • snel en veilig kunnen vluchten,
  • op een veilige wijze het aansluitende terrein bereiken,
  • een rookcompartiment en sub-brandcompartiment voldoende snel en veilig kunnen verlaten en
  • personen kunnen redden en brand bestrijden binnen redelijke tijd.

De eisen aan de maximale loopafstanden beogen met name te voorkomen dat bij het uitbreken van brand in een rookcompartiment de aanwezige personen een lange weg door de rook moeten afleggen. Daarbij zouden ze het risico lopen de uitgang niet tijdig te kunnen vinden.
De maximale loopafstand tussen een punt in een verblijfsgebied en de toegang van een rookcompartiment is een bepalende factor voor de indeling van het gebouw in rookcompartimenten. Wordt deze loopafstand overschreden, dan moet worden gezocht naar een andere indeling, die wel voldoet.
Een andere bepalende factor voor de indeling in rookcompartimenten is de loopafstand tussen een punt in een verblijfsruimte en de toegang van een rookcompartiment. Ook de maximaal toegestane oppervlakte van een rookcompartiment met slechts één toegang is van belang. Dit Informatieblad gaat alleen in op de eisen inzake de maximale loopafstand tussen een punt in een verblijfsgebied c.q. verblijfsruimte en de toegang van een rookcompartiment volgens afdeling 2.16 van Bouwbesluit 2003.

AANDACHTPUNTEN

Bij het toepassen van de loopafstanden die afhankelijk zijn van de bezettingsgraad dient er rekening mee gehouden te worden dat bij sommige gebruiksfuncties niet alle bezettingsgraadklassen zijn toegestaan. Voorbeeld: bij een normale bijeenkomstfunctie mag alleen worden uitgegaan van B1, B2 of B3.

OVERIGE INFORMATIE

  • Nota van toelichting bij Bouwbesluit 2003
  • Praktijkboek Bouwbesluit 2003
SBR, prettig kennis te maken.