Infoblad 406 - Blustoestellen

Welke eisen worden er gesteld aan blustoestellen?

OPLOSSINGRICHTINGEN

Algemeen
Van toepassing zijnde voorschriften
De gebruikstechnische eisen omtrent blustoestellen staan in de artikelen 2.4.2 en 2.4.3 van het Gebruiksbesluit (op grond van de Woningwet). De producttechnische eisen voor blustoestellen in het algemeen, staan in het ‘Warenwetbesluit drukapparatuur’ en voor draagbare blustoestellen in het ‘Besluit draagbare blustoestellen 1997’ (op grond van de Brandweerwet).

Wanneer zijn blustoestellen vereist?
Een blustoestel is net zoals een brandslanghaspel, een blusmiddel. Of brandslanghaspels aanwezig moeten zijn, volgt uit het Bouwbesluit. Of er aanvullend blustoestellen aanwezig moeten zijn, volgt uit het Gebruiksbesluit, of eventueel uit de Arbowet. Blustoestellen zijn draagbaar (licht) of verrijdbaar (zwaar).
Gebruiksbesluit, artikel 2.4.2, lid 1, bepaalt dat er voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen aanwezig moeten zijn om een beginnende brand adequaat te bestrijden, wanneer daarin niet al voldoende wordt voorzien door de aanwezigheid van brandslanghaspels. Deze eis geldt voor alle gebruiksfuncties, behalve voor niet in een logiesgebouw gelegen logiesfuncties en ‘normale’ woningen en een woongebouw. De eis geldt echter weer wel voor de gemeenschappelijke ruimten van ‘woonfuncties voor zorg’ en van ‘woonfuncties voor kamergewijze verhuur’ (Gebruiksbesluit artikel 1.3).
In principe is er sprake van een veilige situatie als er brandslanghaspels aanwezig zijn zoals voorgeschreven in de nieuwbouwvoorschriften van het Bouwbesluit, artikel 2.192, lid 3. Als aan dit voorschrift is voldaan dan zijn andere blusmiddelen in het algemeen niet nodig. Andere blusmiddelen kunnen dan nog wel nodig zijn, als er als gevolg van het gebruik van een gebouw een situatie kan ontstaan waarbij water als blusmiddel ontoereikend of gevaarlijk is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een kans op een vloeistofbrand of bij hoge elektrische spanningen. Ook kan het zijn dat, als gevolg van de specifieke inrichting van een gebruiksfunctie of een ruimte, de uitgangspunten, die bij het berekenen van het aantal brandslanghaspels in het Bouwbesluit zijn gehanteerd, niet voldoende zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de ‘woonfunctie voor kamergewijze verhuur’.
Of andere blusmiddelen nodig zijn, wordt in het algemeen, uiteindelijk bepaald door de gemeente, meestal de brandweer. Met het oog op uniformiteit is voor een woonfunctie voor kamergewijze verhuur in artikel 2.4.2, lid 2, van het Gebruiksbesluit bepaald dat aan de eis van voldoende blustoestellen is voldaan, indien er ten minste één blustoestel in een gezamenlijke keuken aanwezig is en ten minste één per bouwlaag in de gezamenlijke gang of op de overloop (waardoor een gezamenlijke vluchtroute voert).

De publicatie ‘Brandbeveiligingsinstallaties’ van de NVBR geeft richtlijnen voor de plaatsing van blustoestellen. Dit zijn geen wettelijke eisen. Aanbevolen word om minimaal één blustoestel te plaatsen per verdieping of gangdeel, en om de loopafstand, van een werkplek tot een blustoestel, te beperken tot maximaal 30 meter. Verder geeft NEN 4001:2006 ‘Projectering van draagbare en verrijdbare blustoestellen’ nog richtlijnen. Ook dit zijn geen wettelijke eisen.

Waar moeten blustoestellen aan voldoen?
Draagbare blustoestellen met een vulling van maximaal 20 kg, moeten voldoen aan het Besluit draagbare blustoestellen 1997. Blustoestellen die hieraan voldoen zijn te herkennen aan de op het toestel aangebrachte CE-markering. Het Besluit verstaat onder een draagbaar blustoestel:

‘een tot het bestrijden van brand bestemd voorwerp dat door middel van eenvoudige handgrepen in werking wordt gesteld en gehouden, waarvan de inrichting zodanig is dat de bestrijding van brand geschiedt door middel van een zich in het blustoestel bevindende vulling en waarvan de massa gebruiksklaar niet meer bedraagt dan 20 kg.’

Zwaardere blustoestellen, zoals verrijdbare, moeten voldoen aan het ‘Warenwetbesluit drukapparatuur’. Blustoestellen die hieraan voldoen zijn eveneens te herkennen aan de op het toestel aangebrachte CE-markering.
Verschillende branden vereisen verschillende blusstoffen. Het bekende voorbeeld van brandende olie in een frituurpan, die men met water probeert te blussen, spreekt voor zich. Maar ook de weinig zinvolle bluspoging met koolzuursneeuw van een houtbrand maakt duidelijk dat bij een begin van een brand de keuze van blusmiddel en eventueel blusstof heel belangrijk is. De publicatie ‘Brandbeveiligingsinstallaties’ van de NVBR doet aanbevelingen voor toe te passen blusstoffen bij verschillende brandklassen. Een sproeischuimblusser is het meest gebruikte type blustoestel.

Hoe moeten blustoestellen worden aangeduid?
Net als vluchtroutes moeten bij brand ook blusmiddelen snel gevonden kunnen worden. In artikel 2.4.3 van het Gebruiksbesluit wordt geregeld dat een voorgeschreven blusmiddel, dus ook een voorgeschreven blustoestel, duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd is met een pictogram als bedoeld in NEN 3011:2004. Een blusmiddel dat bijvoorbeeld is ingebouwd in een kast, of is aangebracht in een ruimte met allerlei zichtbelemmeringen, zoals magazijnstellingen, moet zijn aangeduid door een pictogram.

Onderhoud van blustoestellen
Artikel 2.4.2, lid 3, van het Gebruiksbesluit regelt dat een draagbaar of verrijdbaar blustoestel ten minste eenmaal per twee jaar op een adequate wijze wordt gecontroleerd en onderhouden en dat die controle en dat onderhoud moet gebeuren overeenkomstig de NEN 2559: 2001, inclusief wijzigingsblad A1: 2004. Doel van dit voorschrift is om de goede werking van het blustoestel te waarborgen. Het staat de gebruiker van het bouwwerk uiteraard vrij de blustoestellen vaker te laten inspecteren/controleren.

ACHTERGROND INFORMATIE

Draagbare en verrijdbare blustoestellen zijn bedoeld om in aanvulling op brandslanghaspels, of bij het ontbreken van brandslanghaspels, snel een beginnende brand te kunnen blussen. De blustoestellen zijn bedoeld om te worden gebruikt door willekeurige personen die, al dan niet toevallig, de brand ontdekken.

AANDACHTSPUNTEN

  • Mobiele blustoestellen kunnen niet alleen nodig zijn als er onvoldoende of geen brandslanghaspels in het gebouw zijn, maar ook als er als gevolg van het gebruik van het gebouw een situatie kan ontstaan waarbij water als blusmiddel ontoereikend of gevaarlijk is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een kans op een vloeistofbrand of bij hoge elektrische spanningen.
  • De publicatie Brandbeveiligingsinstallaties van de NVBR geeft aanbevelingen over toe te passen blustoestellen en blusstoffen.

OVERIGE INFORMATIE

  • Gebruiksbesluit (Besluit brandveilig gebruik bouwwerken)
  • Brandbeveiligingsinstallaties, NVBR, 2003
  • NEN 4001(Projectering van draagbare en verrijdbare blustoestellen) 2006
SBR, prettig kennis te maken.