Het zodanig detailleren van platte daken dat er tijdens werkzaamheden op het dak, waarbij thermisch wordt gelast en open vuur wordt gebruikt, geen contact kan ontstaan tussen vuur en brandbare onderdelen van het gebouw. Het aansluitingsdetail is bepalend voor het al dan niet werken met open vuur. Dit laatste betekent dat er (inderdaad) niet met open vuur kan worden gewerkt of dat er voorzieningen getroffen moeten worden om het werken met open vuur verantwoord te maken. Een aantal aspecten zijn daarbij van belang.
Via open verbindingen met onderliggende constructiedelen kan, als dakbanen of randstroken met open vuur worden verwerkt, brand ontstaan doordat niet-zichtbare brandbare delen vlamvatten. Ontwerp een eerste randstrook die gesneden is uit een zelfklevend materiaal of een zogenoemde doorwarmrol. Of schrijf een randstrook voor, die met koude bitumen kleefstof kan worden gekleefd. Deze strook zet de onderliggende naad of kier dicht. Een tweede strook kan er overheen worden gebrand. Zie verder Figuur A.
Bij steenachtige onderconstructies valt te overwegen de naden met specie te dichten.
Figuur A Brandveilig randdetail.
a: onderlaag van mechanisch bevestigd dakbedekkingssysteem
b: zelfklevende randstrook, in de kim geplaatst en in de kim mechanisch bevestigd (op een h.o.h.-afstand van 250 mm)
c: toplaag van het dakbedekkingssysteem
d: tweede randstrook volledig vastbranden.
Veel dakdetails zijn samengesteld met houten onderdelen. Deze details gelden als brandgevaarlijk, zeker als er sprake is van naden en kieren. Neem in het ontwerp van deze details bij wijze van afscherming dan ook een zelfklevende laag (doorwarmrol) op. Dit is omschreven bij oplossingsrichting 1.
Een randdetail waarbij een houten muurplaat is aangebracht op een steenachtige ondergrond geldt in dit kader als niet-brandgevaarlijk.
Ontwerp voor de dakbedekking rondom een hemelwaterafvoer, type stadsuitloop en onderuitloop, onbrandbare isolatie waarmee valt te voorkomen dat bij reparatiewerkzaamheden (bijvoorbeeld solderen) brand kan ontstaan. De situering van de diverse lagen is geschetst in Figuur B.
Figuur B Brandveilige afvoeraansluiting.
A: onderconstructie
B: plakplaat (nauw passend rondom afvoer aangebracht)
C: dampremmende laag of sluitlaag
D: onbrandbare isolatie
E: 1e plakstuk gesneden uit bitumen dakbaan.
F: afvoer met plakplaat volledig gekleefd
G: 2e plakstuk gesneden uit bitumen dakbaan
H: dakbedekkingssysteem
De detailaansluitingen van een dakbedekkingssysteem zijn de plaatsen die tijdens dakbedekkingswerkzaamheden de grootste brandrisico's opleveren. Deze zijn te verhelpen of beperken door een juiste detaillering – eventueel aangevuld met maatregelen voor gebruik van open vuur.
Bij dakrenovatie moet de bestaande dakbedekkings-constructie worden beoordeeld op brandgevaarlijkheid.
Thermisch lassen en solderen levert alleen brandgevaar op als er contact is met licht ontvlambare stoffen zoals papier, stro en vogelnesten.
Dakbedekkings-constructies die zonder het gebruik van open vuur worden gerealiseerd, zoals aangegeven in het de publicatie Brandveilig ontwerpen en uitvoeren van platte daken gelden als brandveilig uitvoerbaar.