Van toepassing zijnde voorschriften
- Bouwtechnische eisen staan in het Bouwbesluit 2003 en de Regeling Bouwbesluit 2003.
- Gebruikstechnische eisen staan in het Gebruiksbesluit.
- Producttechnische eisen staan in NEN-EN 81-72.
Wanneer is een brandweerlift vereist?Bij het beoordelen van de brandveiligheid van een gebouw wordt ervan uitgegaan dat liften bij brand nooit gebruikt worden om te vluchten. De kans dat de lift door de brand of de hitte plotsklaps stopt, is te groot.
Bij brand op een hoger gelegen verdieping kost het voor de brandweer te veel tijd om die verdieping met materieel en al over de trappen te bereiken. Een lift die door bijzondere installatietechnische en bouwkundige voorzieningen toch blijft functioneren en dus wel (alleen door de brandweer) kan worden gebruikt, wordt een brandweerlift genoemd. Een brandweerlift kan in de regel, dus als er geen brand is, door iedereen gewoon als lift worden gebruikt. Alleen bij brand is de brandweer de enige gebruiker. De brandweer neemt dan ook de besturing in eigen hand. In de ruimte die is bestemd als toegangsniveau voor de brandweer bevindt zich een ‘brandweerschakelaar’, meestal naast de liftdeuren op ongeveer 2 meter hoogte.

Bij het beoordelen van de brandveiligheid van een gebouw wordt ervan uitgegaan dat de vluchtroutes tevens functioneren als aanvalsroutes van de brandweer. De vluchtroutes worden eerst door de aanwezigen gebruikt om snel aan de brand te ontsnappen. Daarna kan de brandweer de routes in tegengestelde richting gebruiken om de brand snel te bereiken.
‘Trap op’ kost natuurlijk meer energie dan ‘trap af’. Tot ongeveer 20 meter boven meetniveau kan de brandweer het gebouw nog voldoende snel doorzoeken en materiaal aanvoeren. Als het gebouw hoger is, dan is een brandweerlift noodzakelijk. Daarom eist het Bouwbesluit in artikel 2.184, lid 1, dat nieuwe gebouwen moeten worden voorzien van één of meerdere brandweerliften als er zich een verblijfsgebied in bevindt waarvan de vloer hoger ligt dan 20 meter boven het meetniveau. Het meetniveau is de hoogte van het aansluitende terrein gemeten ter plaatse van de toegang tot het gebouw. Ongeacht de hoogte van de vloeren wordt bovendien geëist dat een lift van een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m2 (bijvoorbeeld een bejaardentehuis), en een lift van een woonfunctie gelegen in een woongebouw voor de huisvesting van minder zelfredzame personen, een brandweerlift is.
In hoge gebouwen komen vaak tegelijkertijd verschillende gebruiksfuncties voor, zoals woningen, kantoren, hotels, winkels, et cetera. Volgens artikel 2.184 van het Bouwbesluit mag de voorgeschreven brandweerlift gemeenschappelijk zijn, maar dat hoeft uiteraard niet. Vaak zal men de gebruiksfuncties in het gebouw gescheiden willen houden, met separate liftgroepen per functie. Dit om te voorkomen dat bezoekers verdwalen of tegen insluiping.
Aantal brandweerliftenHet aantal voorgeschreven brandweerliften in een gebouw wordt volgens Bouwbesluit, artikel 2.185, bepaald door de maximale loopafstand van:
- 90 meter tussen een toegang van een subbrandcompartiment en een toegang van een brandweerlift, in geval van een woonfunctie.
- 75 meter tussen een toegang van een rookcompartiment en een toegang van een brandweerlift, ingeval van een niet-woonfunctie.
De eis van 90 meter, respectievelijk 75 meter, resulteert erin dat de afstand tussen twee brandweerliften niet groter kan zijn dan 180 meter, respectievelijk 150 meter. Daaruit kan voortvloeien dat er meerdere brandweerliften in het gebouw moeten zijn.
De eisen voor de aanwezigheid van een brandweerlift in het Bouwbesluit 2003 gelden alleen voor nieuwbouw. Voor bestaande bouw worden geen brandweerliften voorgeschreven.
Waar moeten brandweerliften aan voldoen?
In Europa mogen brandweerliften slechts in de handel worden gebracht als zij veilig zijn en bovendien voorzien zijn van de CE-markering. Deze bepaling is in Nederland vastgelegd in het ‘Warenwetbesluit liften’. Een leverancier mag zijn brandweerliften van de CE-markering voorzien, als zij voldoen aan de Europese norm EN 81-72 ‘Veiligheidsregels voor het vervaardigen en aanbrengen van liften - Bijzondere toepassingen voor personenliften en personen-goederenliften - Deel 72: Brandweerliften’.
De door het Bouwbesluit voorgeschreven brandweerliften moeten voldoen aan EN 81-72. Daarnaast gelden op grond van het Bouwbesluit enkele bouwkundige eisen in relatie tot brandweerliften, die op dit moment zijn opgenomen in de Regeling Bouwbesluit, en wel in artikel 4.16.
- Onderdeel a) van dit artikel betreft de brandveiligheidsvoorschriften voor de liftschacht en het rookwerende portaal dat op iedere etage voor elke liftschachtdeur van een brandweerlift aanwezig moet zijn. Zie hierover SBR Infoblad 301 ‘Toepassing van een sluis voor een brandweerlift verplicht?’
- Onderdeel b) bepaalt dat de minimale vrije doorgang van de toegang van de liftschacht ten minste 0,85 meter breed is. Op deze maatvoering zal de kooideur behoren aan te sluiten, omdat het anders te krap manoeuvreren voor de brandweer zal worden. Bovendien is het overgrote deel van de brandweerliften onder normale omstandigheden al een gewone personenlift met een vrije doorgang voor de liftschacht van ten minste 85 cm.
- Onderdeel c) regelt dat er aanvullende voorschriften omtrent de elektrische voeding van brandweerliften van toepassing zijn. De verlangde elektrische voorzieningen moeten voldoende waarborgen bieden dat de brandweerlift blijft functioneren als bij calamiteiten de gewone elektriciteitsvoorziening buiten gebruik raakt.
Onderhoud van brandweerliftenLiften, dus ook brandweerliften moeten volgens het ‘Warenwetbesluit liften’ periodiek worden gecontroleerd. Omdat dit besluit niet toeziet op veiligheidsaspecten die specifiek zijn voor een brandweerlift, zoals schachtventilatie, is in artikel 2.6.3 van het Gebruiksbesluit bepaald dat een brandweerlift aan een adequate jaarlijkse controle en onderhoudsbeurt moet worden onderworpen.