Infoblad 298 - Brandwerendheid in een brandoverslagsituatie

Aan de hand van het Bouwbesluit vaststellen welke brandwerendheids-eisen gelden in een brandoverslagsituatie.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

5 Stappen

Om het genoemde probleem op te lossen moeten vijf stappen worden gezet, die weer zijn onder te verdelen in twee fasen.

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)
1. Relevante afdeling (van het Bouwbesluit) opzoeken.
2. Relevante paragraaf (van de afdeling) selecteren.
3. Aan de hand van de tabellen in de paragrafen de relevante voorschriften selecteren.
4. Aan de hand van de voorschriften de van toepassing zijnde bepalingsmethode selecteren.

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)
5. Aan de hand van de van toepassing zijnde bepalingsmethode de vereiste brandwerendheid bepalen.


Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)

1. Relevante afdeling (van het Bouwbesluit) opzoeken
De voorschriften voor de betreffende wbdbo-eisen zijn gegeven in afdeling 2.13: ‘Beperking van uitbreiding van brand’ en in afdeling 2.14: ‘Verdere beperking van uitbreiding van brand’.

2. Relevante paragrafen (van de afdelingen) selecteren
Beantwoordt de vraag of het gaat om nieuwbouw dan wel bestaande bouw. In het vervolg zal worden ingegaan op de voorschriften die gelden voor nieuw te bouwen bouwwerken. Een bouwwerk geen gebouw zijnde, wordt verder buiten beschouwing gelaten.

Afdeling 2.13: ‘Beperking van uitbreiding van brand’ is onderverdeeld in twee paragrafen. Paragraaf 2.13.1 bevat de nieuwbouwvoorschriften; paragraaf 2.13.2 bevat de voorschriften voor bestaande bouw. In het vervolg wordt uitgegaan van paragraaf 2.13.1.

Afdeling 2.14: ‘Verdere beperking van uitbreiding van brand’ is onderverdeeld in twee paragrafen. Paragraaf 2.14.1 bevat de nieuwbouwvoorschriften; paragraaf 2.14.2 bevat de voorschriften voor bestaande bouw. In het vervolg wordt uitgegaan van paragraaf 2.14.1.

3. Aan de hand van de tabellen in de paragrafen de relevante voorschriften selecteren
Paragraaf 2.13.1 (nieuwbouw) van afdeling 2.13: ‘Beperking van uitbreiding van brand’ bevat de artikelen 2.104 t/m 2.109. Artikel 2.106 bevat de wbdbo-eisen.

Het basisartikel (artikel 2.106, eerste lid) luidt als volgt:

‘De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment, een besloten ruimte waardoor een van rook en van brand gevrijwaarde vluchtroute voert, en een niet besloten veiligheidstrappenhuis is niet lager dan 60 minuten.’

Paragraaf 2.14.1 (nieuwbouw) van afdeling 2.14: ‘Verdere beperking van uitbreiding van brand’ bevat de artikelen 2.115 t/m 2.119. Artikel 2.118 bevat de wbdbo-eisen.

Het basisartikel (artikel 2.118, eerste lid) luidt als volgt:

‘De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een sub-brandcompartiment naar een ruimte in het brandcompartiment, een ander brandcompartiment, een besloten ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, en een niet besloten veiligheidstrappenhuis is niet lager dan 60 minuten.’

4. Aan de hand van de voorschriften de van toepassing zijnde bepalingsmethode selecteren

In stap 3 zijn de relevante voorschriften geselecteerd. Hieruit valt af te leiden dat de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag wordt bepaald volgens NEN 6068 ‘Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten’.


Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)

Nu de voorschriften (artikel 2.106 en NEN 6068) in vier stappen zijn gevonden, moeten deze voorschriften worden toegepast om te bepalen welke brandwerendheidseisen in een brandoverslagsituatie gelden.

5. Aan de hand van de van toepassing zijnde bepalingsmethode de vereiste brandwerendheid bepalen

Situatie-omschrijving
Uitgegaan wordt van een situatie waarin tussen een brandcompartiment en een besloten ruimte een wbdbo van 60 minuten is vereist. Er is sprake van een situatie waarin brandoverslag kan plaatsvinden tussen gevelopeningen van een brandcompartiment en gevelopeningen van een ander brandcompartiment.

Probleemstelling
De wbdbo is onder te verdelen in:

  • weerstand tegen branddoorslag (wbd): branduitbreiding anders dan via de buitenlucht;
  • weerstand tegen brandoverslag (wbo): branduitbreiding via de buitenlucht.

Om te voldoen aan de weerstand tegen branddoorslag is een 60 minuten brandwerende scheidingsconstructie vereist. In het kader van dit infoblad wordt hierop niet verder ingegaan. Voor wat betreft de weerstand tegen brandoverslag is het branduitbreidingstraject vanuit gevelopeningen van het beschouwde brandcompartiment (brandruimte A) naar gevelopeningen van het beschouwde brandcompartiment B (via de buitenlucht) van belang.
Om aan de wbdbo-eisen tussen genoemde ruimten te voldoen kan het nodig zijn dat brandwerende voorzieningen moeten worden getroffen aan de gevelopeningen van de brandruimte A of aan de gevelopeningen van het brandcompartiment B.

In de onderstaande figuur is aangegeven hoe en in welke richtingen de gevelopeningen brandwerend moeten worden uitgevoerd.

Op basis van NEN 6068 is te concluderen dat voor wat betreft brandoverslag, indien brandwerendheid nodig is, kan worden volstaan met een 30 minuten brandwerende scheidingsconstructie. Dit wordt hierna toegelicht.

Uitwerking probleemstelling
Weerstand tegen brandoverslag wordt bepaald volgens NEN 6068. Uit de definities (zie 3.9), omschrijving van de bepalingsmethode (zie 4.3), de aan te houden voorwaarden (zie 5.3) en de omschrijving van de werkwijze (zie 6.2.0 en 6.3.1) blijkt dat brandoverslag uitsluitend via gevel- en dakopeningen kan plaatsvinden. Constructie-onderdelen met een brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie van ten minste 30 minuten behoeven verder niet als opening te worden beschouwd. De tekst van genoemde artikelen is onderstaand opgenomen. Daaruit is te concluderen dat bij een gevelconstructie met een brandwerendheid van ten minste 30 minuten via deze gevelconstructie geen brandoverslag op kan treden. Om een wbdbo van 60 minuten tussen het beschouwde brandcompartiment en de besloten ruimte te realiseren, moet de gevel dus 30 minuten brandwerend zijn indien dit ook een brandcompartiment betreft. Van binnen naar buiten gezien vanuit de ruimte waaruit brandoverslag kan plaatsvinden; van buiten naar binnen gezien vanuit de ruimte die tegen brandoverslag beschermd moet worden.

Artikelen uit NEN 6068

Wat moet worden gezien als opening?

3.9 gevel-/dakopening
Deel van gevel of dak, welk deel in de richting waarin de brandoverslag wordt beschouwd, geen brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie heeft van ten minste 30 minuten, zij het dat met 20 minuten mag zijn volstaan in die situaties waarbij een grenswaarde aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag geldt van ten minste 20 minuten.

In de bepalingsmethode is aangegeven dat als eerste stap de openingen moeten worden bepaald.

4.3. Weerstand tegen brandoverslag tussen gebouwen
De bepalingsmethode mag slechts worden toegepast indien wordt voldaan aan de in hoofdstuk 5 gestelde voorwaarden. De methode bestaat achtereenvolgens uit:

  • bepaling van aantal en situering van gevelopeningen van het gebouw van waaruit de weerstand tegen brandoverslag wordt bepaald volgens 6.3.1;
  • modelleren van de brand in de brandcompartimenten van het gebouw van waaruit de weerstand tegen brandoverslag wordt bepaald volgens 6.3.2;
  • modelleren van de vlammen uit de brandcompartimenten van het gebouw van waaruit de weerstand tegen brandoverslag wordt bepaald volgens 6.3.3;
  • berekenen van de warmtestraling ter plaatse van de gevelopeningen van de ruimten van het gebouw waarnaar de weerstand tegen branddoorslag wordt bepaald volgens 6.3.4;
  • vaststellen van de weerstand tegen brandoverslag tussen de beschouwde gebouwen in de beschouwde richting volgens 6.3.5.
  • Vastgelegd is welke delen niet als opening hoeven te worden beschouwd.

    5.3. Brandwerendheid van gevels en daken
    Gevels en daken moeten in de richting waarin de brandoverslag wordt beschouwd, een brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie, bepaald volgens hoofdstuk 3 van NEN 6069 of volgens 5.2 van NEN 6071 respectievelijk 5.2 van NEN 6073, hebben van ten minste 30 minuten. Dit uitgezonderd de gevel- en dakopeningen en de mogelijk als gevelopeningen aan te merken constructie-onderdelen als bedoeld in 6.2.0. Er mag met 20 minuten worden volstaan in die situaties waarbij een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag geldt van ten minste 20 minuten. Indien de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken van de constructie-onderdelen waarmee het te beschouwen constructie-onderdeel een onlosmakelijk geheel vormt, lager is dan de brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie van het beschouwde constructie-onderdeel, is de brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie van het te beschouwen constructie-onderdeel ten hoogste gelijk aan die brandwerendheid met betrekking tot bezwijken.

    Vastgelegd is welke delen niet als opening hoeven te worden beschouwd.

    6.2.0 Modellering van gevelopeningen
    Gebruik bij de modellering volgens bijlage A t/m C als gevelopeningen zodanige openingen dat de kleinste weerstand tegen brandoverslag wordt gevonden. Met dien verstande dat:

    • de openingen zich niet uitstrekken over constructie-onderdelen met een brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie - in de richting waarin de brandoverslag wordt beschouwd, bepaald volgens hoofdstuk 3 van NEN 6069 of volgens 5.2 van NEN 6071 respectievelijk 5.2 van NEN 6073 - van ten minste 30 minuten. Er mag met 20 minuten worden volstaan in die situaties waarbij een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag geldt van ten minste 20 minuten;
    • de openingen zich in ieder geval mogen uitstrekken over de constructie-onderdelen van de gevel met een brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie betrokken op het criterium ‘vlamdichtheid betrokken op de afdichting’ - in de richting waarin de brandoverslag wordt beschouwd, bepaald volgens hoofdstuk 3 van NEN 6069 of volgens 5.2 van NEN 6071 respectievelijk 5.2 van NEN 6073 - van ten hoogste 5 minuten.

    Opmerkingen

    • Aangenomen mag worden dat constructie-onderdelen bestaande uit standaard floatglas, in enkelglas of in isolerend dubbelglas uitgevoerd, een brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie betrokken op de ‘vlamdichtheid betrokken op de afdichting’, bedoeld in 6.4.1 van NEN 6069, bezitten van niet meer dan 5 minuten.
    • Constructie-onderdelen met een brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie van minder dan 30 minuten, respectievelijk 20 minuten. doch meer dan 5 minuten zijn semi-openingen. Er moeten altijd twee berekeningen worden gemaakt. Een met alle semi-openingen als opening en een met alle semi-openingen als gesloten.

    Vastgelegd is dat alleen uit openingen brandoverslag kan plaatsvinden.

    6.3.1 Bepaling van aantal en situering van de gevelopeningen van waaruit brandoverslag kan optreden
    Neem aan dat vanuit elke gevelopening van de brandcompartimenten van het gebouw van waaruit de weerstand tegen brandoverslag wordt bepaald, brandoverslag kan optreden

    ACHTERGROND

    Om de uitbreiding van brand te beperken moeten de meeste gebouwen worden ingedeeld in brandcompartimenten. Het indelen van een gebouw in brandcompartimenten heeft alleen zin wanneer de scheidingsconstructies van die brandcompartimenten in de richting van bepaalde ruimten een deugdelijke weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) hebben. ‘Brandoverslag’ betekent in dit verband de uitbreiding van brand via de buitenlucht, terwijl met ‘branddoorslag’ wordt bedoeld de branduitbreiding via een traject anders dan via de buitenlucht. Artikel 2.106 van Bouwbesluit 2003 bevat de eisen met betrekking tot branduitbreiding tussen ruimten. De wbdbo wordt uitgedrukt in minuten. De wbdbo-eis tussen ruimten is te vertalen in brandwerendheidseisen voor scheidingsconstructies of, bij brandoverslag, in een beperking van straling en vlamcontact die wordt bereikt door een voldoende afstand (dit wordt verder buiten beschouwing gelaten) of door een brandwerendheid.

    De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag moet worden bepaald volgens NEN 6068. Voor de bepaling van de wbdbo is kennis van de relevante begrippen belangrijk. ‘Wbdbo’ is iets anders dan ‘brandwerendheid’. Om een wbdbo van 60 minuten tussen twee brandcompartimenten met brandwerendheid te realiseren, is in een brandoverslagsituatie een brandwerendheid van maximaal 30 minuten voldoende. Dit wordt in de praktijk niet altijd onderkend.

    AANDACHTSPUNTEN

    Geen bijzondere aandachtspunten.

    OVERIGE INFORMATIE

    • Nota van toelichting bij Bouwbesluit 2003
    • Overveld, dr. ir. M. van, Praktijkboek Bouwbesluit 2003, Ministerie van VROM
    • NEN 6068 Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten’.
    • SBR publicatie "Weerstand tegen branddoorslag / brandoverslag; werken met WBDBO in de praktijk".
    SBR, prettig kennis te maken.