Zicht krijgen op de eigenschappen van een calciumsulfaat gebonden (anhydriet) gietvloer, die van belang zijn bij de keuze voor een gegeven toepassing
Door de grotere buigtreksterkte (en te verwaarlozen verhardingskrimp) kunnen calciumsulfaatgebonden dekvloeren dunner zijn dan traditionele (cementgebonden) dekvloeren. Voor zwevende dekvloeren op slap (akoestisch) isolatiemateriaal hebben gietvloeren, zoals een calciumsulfaatgebonden dekvloer, de voorkeur. Deze halen namelijk zonder verdichten de sterkte-eis. Dat is belangijk: verdichten op slap isolatiemateriaal is bijna niet mogelijk doordat de ondergrond meeveert. Zie het Infoblad Zwevende dekvloer; constructieve schade voorkomen. Zie het Infoblad Calciumsulfaat gebonden (anhydriet) gietvloer; sterkteklasse en laagdikte.
Gips, het bindmiddel van een calciumsulfaatgebonden dekvloer, is in pincipe niet goed bestand tegen water. Toepassing in natte ruimten (badkamer, zwembad) is daarom gebonden aan voorwaarden.
Door het grote zelfnivellerende vermogen en doordat de specie eenvoudig is te verspreiden met een drijfrei, zijn hoge eisen aan de vlakheid goed haalbaar. In NEN 2747 wordt de classificatie en meting van de vlakheid en evenwijdigheid van vloeroppervlakken beschreven. Voor aanvang van het werk moet, aan de hand van de 7 vlakheidsklassen zoals beschreven in NEN 2747, en keuze gemaakt worden voor de gewenste klasse.
Een calciumsulfaatgebonden dekvloer is zeer vormvast. Er is maar weinig krimp: minder dan 0,2 mm/m. Daardoor zijn grote oppervlakken te maken zonder bewegingsvoegen (behalve natuurlijk waar de draagvloer die noodzakelijk maakt). Een calciumsulfaatgebonden dekvloer hoeft niet hechtend op de draagvloer te worden aangebracht. De dekvloer 'schotelt' namelijk niet en blijft dus overal rusten op de draagvloer. Bij belopen klinkt de vloer niet hol.
Calciumsulfaatgebonden mortel heeft een hoge dichtheid (tussen 2000 en 2200 kg/m3. Door de hoge plasticiteit ontstaan in de dekvloer weinig holle ruimten. Samen met de sterkte van het materiaal kan hierdoor de dikte van de dekvloer kleiner zijn dan van een traditionele dekvloer. Dat levert een lager gewicht van het gehele vloerpakket.
Na aanbrengen van de specie begint het kristalliseren, dat maximaal 72 uur duurt. Verdere verharding gebeurt daarna door droging. Droging is te versnellen door tussen draagvloer en dekvloer een folie of dampremmende laag aan te brengen, die verhindert dat vocht uit de draagvloer in de dekvloer kan komen. In een goed geventileerde ruimte bedraagt de droogtijd van de dekvloer ongeveer één week per 10 mm dikte, tot een dekvloer van ongeveer 40 mm dik. Dikkere dekvloeren drogen relatief langzamer.
Binnen een gegeven hoogte levert een calciumsulfaatgebonden dekvloer, door zijn hoge dichtheid, een relatief grote massa. Dat draagt bij aan de luchtgeluids- en contactgeluidsisolatie. Overigens hangt vooral de contactgeluidsisolatie ook af van het type vloerafwerking (vloerbedekking) op de dekvloer. Een zwevende dekvloer, die 'vrij' is gehouden van wanden en draagvloer via isolatiemateriaal, isoleert contactgeluiden beter dan een dekvloer direct op de draagvloer (zie Infoblad Geluidsisolatie verbeteren met een zwevende dekvloer).
Is de dekvloer zwevend uitgevoerd op thermische isolatie, dan neemt de relatief dunne dekvloer snel de ruimtetemperatuur aan. Er is weinig warmte-overdracht naar aangrenzende bouwdelen zoals draagvloer en wanden. Vloerverwarming reageert relatief snel op temperatuurwisselingen, doordat niet veel massa hoeft te worden opgewarmd.
Calciumsulfaatgebonden dekvloeren zijn onbrandbaar. Bij hogere temperatuur komt gebonden kristalwater vrij, wat een brandvertragende werking heeft.
Dankzij de lage viscositeit van de specie worden leidingen in de dekvloer volledig door specie omgeven.
Calciumsulfaat is een verzamelnaam voor bindmiddelen die na reactie met water (kristallisatie) gips vormen. De samenstelling kan enigszins verschillen:
Naast het bindmiddel bevat de specie toeslagmateriaal (meestal zand), water en plastificeerder.