Hoe beoordeelt u de constructieve veiligheid van gevels bij recent opgeleverde, én bij bestaande gebouwen?
Stel een onderhouds- en inspectieplan op voor het beoordelen van de constructieve veiligheid van de gevel.
Voor een totale beoordeling van de constructieve veiligheid van een gevel is het raadzaam dat u achtereenvolgens de volgende stappen doorloopt:
Er vallen in Nederland delen van gevels. Dit gebeurt zo frequent, dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoek heeft verricht naar de veiligheidsproblemen met gevelbekleding ( rapport 'Veiligheidsproblemen met gevelbekleding'). Vervolgens heeft VROM-Inspectie onderzoek uitgevoerd naar de constructieve veiligheid van gevels en glazen overkappingen (rapport 'Constructieve veiligheid gevels en glazen overkappingen'). Uit deze onderzoeken blijkt dat de incidenten niet te wijten zijn aan inadequate regelgeving.
De praktijk leert dat het zinvol is de totale gevel - dus alle afzonderlijke gevelelementen, de achterliggende constructie en de verbindingen - gedurende de levensduur minimaal twee keer te beoordelen.
Minimaal twee keer beoordelen
De eerste beoordeling vindt bij voorkeur plaats na ongeveer één jaar. Het merendeel van de schadegevallen met gevelbekleding ontstaat namelijk in het eerste jaar na oplevering. Het gaat dan om onvolkomenheden tijdens het ontwerp en/of de uitvoering.
De tweede beoordeling gebeurt bij een ouderdom van de gevel van minimaal 20 tot 30 jaar. Zo krijgt u inzicht in de duurzaamheid. Een uitzondering vormen de gevelsystemen met een houten achterconstructie. Bij deze systemen kan de duurzaamheid al op een termijn van 5 tot 15 jaar in het geding komen.
Voor geveltypen met een verhoogd risico - die specifiek zijn benoemd in de rapportage van de VROM-inspectie - verdient het aanbeveling om direct na uitvoering een totale beoordeling uit te voeren.
Het uitgangspunt voor een totale beoordeling van een gevelbekleding van een bestaand gebouw is een in het werk gemonteerde gevelbekleding. Deze gevelbekleding heeft in de periode tussen de montage en de beoordeling gefunctioneerd. Maar dat wil nog niet zeggen dat de gevelbekleding goed is ontworpen en uitgevoerd. Deze gevelbekleding kan alsnog falen in één van de volgende twee situaties of een combinatie ervan:
Binnen deze twee oorzaken van falen kun je verschillende faalmechanismen onderscheiden. Een beschrijving van deze mechanismen treft u hieronder bij de aandachtspunten aan.
1 Toename van de belasting
Bij de eerste faaloorzaak (toename van de belasting) kun je de volgende faalmechanismen onderscheiden:
Initieel onvoldoende sterkte
De sterkte van de gevelbekleding is initieel onvoldoende geweest om de gewoonlijke belasting op te nemen.
De gevelbekleding faalde nog niet, omdat deze gedurende de levensduur nog niet is blootgesteld aan de 'maatgevende' belasting. Een initieel onvoldoende sterkte kan ontstaan door een ontwerp-, fabricage-, of montagefout. Om initieel onvoldoende sterkte vast te stellen, moet u het oorspronkelijke constructieve ontwerp (laten) toetsen. Een inspectie kan uitwijzen of de fabricage van de onderdelen en de montage conform het constructieve ontwerp zijn uitgevoerd.
Niet-beoogde krachtafdracht
De gevelbekleding is zo uitgevoerd dat er een krachtafdracht is, die niet was beoogd. Dit kan resulteren in te hoge belastingen op delen van de gevelbekleding. De gevelbekleding faalde nog niet, omdat deze gedurende de levensduur nog niet is blootgesteld aan de 'maatgevende' belasting. Een niet-beoogde krachtafdracht kan ontstaan door een ontwerp-, een fabricage-, of een montagefout. U kunt met een inspectie (laten) aantonen of er sprake is van een niet-beoogde krachtafdracht . Hiermee wordt duidelijk of de krachten op een andere wijze kunnen worden overgebracht, dan in het ontwerp was voorzien.
Gewichtstoename
Gevelplaten kunnen eventueel vocht opnemen, waardoor het gewicht toeneemt. Dit kan zorgen voor overbelasting van de gevelbekleding. Een gewichtstoename kan ontstaan door opname van regenwater of door inwendige condensatie, in combinatie met ijsvorming.
Controleer met een inspectie of er water in de gevel aanwezig is. Zo is vast te stellen of er sprake is van een gewichtstoename.
Windbelasting
De windbelasting op de gevelbekleding kan hoger worden dan vooraf bij het ontwerp was berekend. Dit kan bijvoorbeeld door een verandering van de bebouwing in de omgeving. Om vast te stellen of deze factor een rol speelt, is het raadzaam dat u vooraf informatie inwint over de historie van de bebouwing in de omgeving.
Extreme belasting
Het is nooit uit te sluiten dat de gevelbekleding bij extreme weersomstandigheden bloot staat aan een belasting, hoger dan vooraf berekend. Ook geldt dat er activiteiten aan een gebouw kunnen plaatsvinden die bij het ontwerp niet zijn voorzien. Denk bijvoorbeeld aan onoordeelkundig gebruik van een glazenwasinstallatie.
Inventariseer tijdens een inspectie blijvende vervormingen en beschadigingen, om te bepalen of ooit extreme belastingen zijn voorgekomen.. Uit het schadebeeld kunt u mogelijke extreme situaties (laten) reconstrueren.
2 Afname van de sterkte
Bij de tweede faaloorzaak (afname van de sterkte) komen de faalmechanismen overeen met de volgende mechanismen:
Vochtopname
Door vochtopname (regenwater of inwendige condensatie) in één of meerdere componenten van de gevelbekleding kan schade ontstaan. Bevriezing kan leiden tot scheurvorming en blijvende vervormingen, die met een inspectie zijn vast te stellen. Ook kan houtrot of schimmelvorming optreden en tot schade leiden.
Corrosie
Is er sprak van schade door atmosferische of galvanische corrosie, dan kunt u dit zien aan de afname van de materiaaldikte of aan een lokale aantasting van verbindingen. Schade door corrosie aan de achterzijde van een gevelbekleding - of ter plaatse van een achterliggende constructie - is over het algemeen moeilijk waarneembaar. In dat geval moet óf endoscopisch óf destructief onderzoek worden uitgevoerd.
Vermoeiing
Vermoeiing kan bij sommige typen gevelbekleding ontstaan door windbelasting. Scheurvorming treedt op bij locaties met hoge spanning in het materiaal en bij verbindingen.
Chemische aantasting
Door chemische aantasting van zure regen, chloriden, zwavelverbindingen of door uitwerpselen van dieren kan schade ontstaan. Aantastingen die optreden aan het buitenoppervlak van een gevelbekleding kunt u over het algemeen goed zien: het materiaal is weggevreten of er zijn restproducten van het chemische proces waarneembaar. Aantastingen aan de achterzijde van een gevelbekleding - of ter plaatse van een achterliggende constructie - zijn over het algemeen moeilijk te zien. In dat geval moet er óf endoscopisch óf destructief onderzoek worden uitgevoerd.
Biologische aantasting
Biologische aangroei kan resulteren in aantasting van oppervlakken en is visueel waarneembaar.
Vandalisme
Schade door vandalisme kan vele vormen aannemen en kan resulteren in verlies van sterkte. Dergelijke schade is vrijwel altijd met het blote oog te zien.
Onderhoud en inspectie
Geadviseerd wordt voor elke gevel een onderhouds- en inspectieplan op te stellen op basis van een totale beoordeling van de gevelbekleding. Uit de totale beoordeling kunnen betrokkenen afleiden welke faalmechanismen bij welke componenten van de gevelbekleding op termijn een rol kunnen gaan spelen. Het onderhouds- en inspectieplan moet aangeven op welke wijze wordt onderzocht of de betreffende faalmechanismen al of niet optreden. In het plan moet ook staan met welke frequentie geïnspecteerd wordt, en waar men tijdens deze inspecties specifiek naar moet kijken.