Op welke manier kan een gebouw worden ontworpen, waardoor zoveel mogelijk ecologische en sociale voordelen worden behaald en het economisch voordeel blijft bestaan.
Een oplossingsrichting voor dit probleem is het principe van Cradle to Cradle.
De basis van Cradle to Cradle is het ontwerpen op een manier, waarbij zoveel mogelijk ecologische en sociale voordelen behaald worden. Dit wordt bereikt door ervoor te zorgen dat alle gebruikte materialen na hun leven in het gebouw, nuttig kunnen worden ingezet in een ander gebouw of product. Cradle to Cradle is een denkmethode waarbij uitgegaan wordt van wat goed is in plaats van 'minder slecht'.
Bij het ontwerp van een Cradle to Cradle product wordt niet alleen nagedacht over de productie en de gebruiksfase, maar ook hoe de materialen na de gebruiksfase weer goed benut kunnen worden. Dit zonder verlies van kwaliteit of functionaliteit (upcycling in plaats van downcycling).
Bij Cradle to Cradle vormen de afvalstoffen van één product de grondstof voor een ander product. Dit gebeurt als de afvalstoffen van een product worden gerecycled in hun eigen kringloop. Afval wat niet gebruikt wordt in een ander product bestaat niet. Cradle to Cradle onderscheidt twee kringlopen waarin grondstoffen telkens opnieuw kunnen worden gebruikt: de biologische- en de technische kringloop.
Technische kringloop
De technische kringloop bestaat uit niet-organische stoffen, zoals metaal en kunststof. Deze technische grondstoffen blijven in de technische kringloop circuleren als waardevolle grondstoffen voor de industrie. Deze producten kunnen, na hun werkzame leven, uit elkaar worden gehaald. Onderdelen kunnen bijvoorbeeld worden omgesmolten en zonder kwaliteitverlies opnieuw worden gebruikt in andere producten.
Biologische kringloop
De biologische kringloop bestaat uit organische grondstoffen, zoals hout of katoen. Deze producten kunnen na hun werkzame leven worden gecomposteerd. Zo geven ze weer voeding aan nieuwe organische grondstoffen.
Het is van groot belang dat de twee kringlopen gezond en waardevol blijven. Dit kan worden bereikt door te voorkomen dat de kringlopen met elkaar besmet worden.
In de architectuur en stedenbouw zoekt Cradle to Cradle zoveel mogelijk aansluiting bij de ontwerpuitgangspunten, zoals die in natuurlijke ecosystemen zijn te vinden. Vanaf het begin van de ontwerpfase wordt expliciet gekeken naar de meerwaarde die natuurlijke materialen, (energie)bronnen en ecosystemen kunnen hebben voor de vastgoedontwikkeling. Gebouwen worden zo ontworpen dat ze dezelfde functie vervullen als bomen in de natuur. Cradle to Cradle gebouwen geven zuurstof af, nemen C02 op, destilleren water, zuiveren de lucht van stofdeeltjes, creëren microklimaten en genereren door gebruik en opslag van zon- en aardwarmte meer energie dan ze zelf nodig hebben. Gelet op de grote problemen op deze wereld met betrekking tot de C02 uitstoot en de luchtkwaliteit, dragen Cradle to Cradle gebouwen bij aan het oplossen van deze problemen.
Gebouwen worden zowel ontworpen met respect voor de gezondheid van de mensen die erin wonen en werken, als met respect voor de omgeving. In het gebouw wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van daglicht en natuurlijke luchtcirculatie. Deze maatregelen zorgen voor besparing van energie en bevorderen de gezondheid van mensen. Daarnaast kunnen zij een positief effect hebben op het werkklimaat en het productieniveau.
Om een gebouw op de Cradle to Cradle manier te realiseren is een aantal ontwerpregels van belang. Deze ontwerpregels worden hieronder beschreven.
Up- en downclycling
De Cradle to Cradle visie op duurzaam ontwikkelen zorgt ervoor dat de huidige generatie in haar behoeften wordt voorzien. In plaats van de huidige methodes die slechts proberen de schadelijkheid van een product te beperken, wordt met Cradle to Cradle het product ook daadwerkelijk beter voor mens en milieu. Dit zorgt voor meer mogelijkheden voor de toekomstige generatie. Het Cradle to Cradle principe maakt gebruikt van 'upcycling' in plaats van downcycling.
Downcycling
Recycling is het proces waarbij een afvalproduct opnieuw tot grondstof wordt verwerkt, zodat opnieuw een product uit gevormd kan worden. Vaak verliest het materiaal hierbij kwaliteit. Wanneer bijvoorbeeld verschillende plastics worden gerecycled, worden ze gemengd met verschillende soorten kunststoffen. Hierdoor ontstaat een mengsel van mindere kwaliteit. Bovendien komen bij het smelten van de plastics gevaarlijke stoffen in de atmosfeer. Deze vorm van 'recycling' wordt ook wel 'downcycling' genoemd.
Upcycling
Cradle to Cradle gaat uit van het hergebruik van materialen zonder kwaliteitsverlies of restproducten. Deze vorm van 'recycling' wordt 'upcycling' genoemd. Afval van het gebruikte product vormt bij upcycling voedsel voor een nieuw product.
Afval is voedsel
In het boek: 'Cradle to Cradle: Remaking the way we make things' (2002) van de auteurs William McDonough en Michael Braungart wordt de kersenboom als metafoor gebruikt om de ideale hergebruikcyclus te beschrijven. Het doel van de kersenboom is, voorzien in zijn eigen onderhoud en voedingsstoffen en het maken van nakomelingen. De mens doet dit sinds de industrialisatie door bedreigingen vanuit de natuur te verdringen, de grond en fauna uit te putten voor consumptie en het produceren van schadelijke bijproducten. De kersenboom biedt daarentegen bescherming en voeding voor insecten en vogels, voedt de grond en zuivert de lucht.
Cradle to Cradle voorbeeldprojecten in de bouw
In de hele wereld is al een groot aantal gebouwen volgens het Cradle to Cradle principe ontworpen en gebouwd. Ook in Nederland zijn enkele Cradle to Cradle voorbeeldprojecten. Hieronder wordt een aantal projecten genoemd.
Ontwikkeling nieuwbouw kantoorpanden
Deze ontwerpen van McDonough en Partners zijn flexibel qua opzet, maken gebruik van duurzame energiebronnen en gaan uit van een zorgvuldige materiaalkeuze.
Naast McDonough zijn er verschillende partijen bezig met het ontdekken en realiseren van het concept C2C in de bouw. Echter volledige ontwerpen die al helemaal functioneren als de kersenboom zijn er nog niet.
Daarnaast zijn er diverse gemeentes bezig met het in praktijk brengen van dit concept bij het ontwikkelen van nieuwe gebieden en de gebouwen die daar ontwikkeld worden. Dit zijn o.a. Almere, Hoofddorp, Venlo, Lochem, Utrecht en Maastricht.
Nog geen reacties