Infoblad 332 - De -20 dB-eis binnen woningen; eisen en praktische haalbaarheid

Aan de hand van het Bouwbesluit vaststellen welke geluidseisen gelden tussen verblijfsruimten onderling van een woonfunctie.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Vier stappen

Om dit probleem op te lossen moeten vier stappen worden gezet, die weer zijn onder te verdelen in twee fasen.

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 3)

  • Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit.
  • Bepaal de relevante paragrafen van de afdelingen.
  • Bepaal met de tabellen in de paragrafen de relevante voorschriften.
  • Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 4)

  • Weergeven van de consequenties van de geluidseisen.
  • Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 3)

    1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit
    De voorschriften voor de geluidswering tussen ruimten zijn gegeven in afdeling 3.3: ‘Geluidwering tussen verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfuncties’.

    2. Bepaal de relevante paragrafen van de afdelingen
    Afdeling 3.3 is niet onderverdeeld in paragrafen. Dit betekent dat er voor bestaande bouwwerken geen voorschriften zijn gegeven. In het vervolg wordt derhalve uitgegaan van de nieuwbouwvoorschriften. De eisen hebben ook alleen betrekking op de woonfunctie. De woonfunctie van een woonwagen wordt verder buiten beschouwing gelaten.

    3. Bepaal met de tabellen in de paragrafen de relevante voorschriften
    Afdeling 3.3: ‘Geluidwering tussen verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfuncties’ bevat de artikelen 3.12 t/m 3.16. In artikel 3.12 zijn de geluidseisen gegeven tussen verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie.

    Artikel 3.12 luidt als volgt:

    ‘De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en de isolatie-index voor contactgeluid voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is ten minste -20 dB. Dit voorschrift geldt niet, indien de verblijfsruimten op dezelfde bouwlaag zijn gelegen en met elkaar in open verbinding staan, of indien de ene ruimte vanuit de andere rechtstreeks bereikbaar is door een deuropening.’

    In de Nota van toelichting op het Bouwbesluit is bij artikel 3.12 over de woonfunctie het volgende te lezen:

    ‘Met dit artikel wordt beoogd mogelijke hinder in verblijfsruimten van een woonfunctie die wordt veroorzaakt door lawaai vanuit andere verblijfsruimten in die woonfunctie, te beperken. Het gaat hier uitsluitend om geluidwering tussen ruimten van eenzelfde gebruiksfunctie die zijn bestemd voor individueel gebruik.’

    De eisen zijn uitgedrukt in een karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid en een isolatie-index voor contactgeluid. Onder de 'karakteristieke isolatie-index voor luchtgeluid' wordt verstaan de grootheid die de geluidsisolatie voor luchtgeluid tussen twee ruimten weergeeft, herleid naar gestandaardiseerde afmetingen van de ontvangstruimte. Luchtgeluid is een trilling van de lucht die wordt voortgebracht door een geluidsbron in een ruimte (zendruimte). Deze luchttrilling brengt via een constructie-onderdeel, zoals een wand, de lucht in een andere ruimte (ontvangstruimte) eveneens in trilling.

    Met het begrip 'isolatie-index voor contactgeluid' wordt aangeduid de grootheid die de geluidsisolatie voor contactgeluid tussen twee ruimten weergeeft. De waarde van deze laatste grootheid is onafhankelijk van de afmetingen van de ontvangstruimte, zodat herleiding naar gestandaardiseerde afmetingen hierbij niet noodzakelijk is. Daarom is het ook niet nodig te spreken van een karakteristieke wering van contactgeluid. Contactgeluid is een direct, dus zonder tussenkomst van lucht, veroorzaakte trilling van een constructie-onderdeel in een ruimte (zendruimte). Deze luchttrilling brengt, eventueel via een ander constructie-onderdeel, de lucht in een andere ruimte (ontvangstruimte) eveneens in trilling.

    Open verbinding
    Het artikel bevat de geluidsisolatie-eisen tussen verblijfsruimten in een woning. Dit voorschrift geldt niet voor verblijfsruimten op dezelfde bouwlaag die met elkaar in open verbinding staan of worden gescheiden door een wand met daarin een raam of deur. Zo'n eis zou niet zinvol zijn en, met het oog op de kosten, ook niet doelmatig. Het voorschrift is wel van toepassing indien er zich in een verblijfsruimte bijvoorbeeld een open trap bevindt die naar een verblijfsruimte leidt op een andere bouwlaag. Uiteraard geldt het voorschrift ook in geval van een verbinding met een andere bouwlaag via een trappenhuis met deuren. Van 'rechtstreeks bereikbaar zijn door een deuropening' is geen sprake als twee aangrenzende vertrekken met elkaar in verbinding staan via deuren die op een overloop uitkomen.

    Hieruit kan worden afgeleid dat het de bedoeling van de wetgever is, dat er voldoende geluidsisolatie aanwezig is tussen verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfunctie die niet op dezelfde bouwlaag zijn gelegen. Dat geldt ook tussen verblijfsruimten die wel op dezelfde bouwlaag zijn gelegen, maar niet met elkaar in directe verbinding staan.

    Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 4)

    4. Weergeven van de consequenties van de geluidseisen

    Nu de voorschriften (artikel 3.12) in drie stappen zijn gevonden, moeten deze voorschriften worden toegepast om te bepalen welke praktische consequenties de geluidseisen hebben. Het volgende traject wordt in ogenschouw genomen:

    Woning met een open trap in de woonkamer op de begane grond, waarbij op de verdieping een slaapkamer is gelegen die slechts door één scheidingsconstructie is gescheiden van de woonkamer (zie onderstaande afbeelding). Situaties met een enkele deur verdienen extra aandacht; met aanvullende maatregelen kan aan de eisen worden voldaan.

    Om de luchtgeluids- en contactgeluidseis van -20 dB te benaderen, worden in de NPR 5070 enkele aanbevelingen gegeven omtrent de uitvoering van de binnenwanden en deuren (inclusief aansluiting kozijn). Dit betreft de volgende aanbevelingen:

    • De slaapkamer (verblijfsruimte) moet gescheiden worden van een overloop (verkeersruimte) met een lichte massieve wand met een minimale massa van 75 kg/m2 (RA = 35 dB(A)).
    • Massa deur van slaapkamer minimaal 25 kg/m2.
    • Er geldt geen maximale glasoppervlakte voor het bovenlicht. Wel moet het glas een minimale dikte van 7 mm hebben. Deze moet rondom zijn afgekit (vol en zat aanbrengen).
    • Driezijdige kierdichting, uitgevoerd als kunststof aanslagprofiel dat geïntegreerd is in het kozijn.
    • Een minimale spleet ten behoeve van de ventilatie.

    Kanttekeningen
    Uit de praktijk is gebleken dat met de maatregelen zoals genoemd in de NPR 5070 niet altijd aan de eisen wordt voldaan. Enkele grote leveranciers van binnendeuren hebben praktijkonderzoek gedaan naar de geluidsisolatie van hun producten. De maatregelen uit die onderzoeken wijken op onderdelen af van de NPR 5070. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de desbetreffende fabrikant.

    Naast het geluidsoverdracht traject via de deur (luchtgeluid) is ook de kwaliteit van de verdiepingsvloer van belang in verband met de contactgeluidsisolatie. De vloermassa van een betonnen vloer is vanuit constructief oogpunt hoog en is derhalve niet kritisch om aan de contactgeluidsisolatie-index van – 20 dB(A) te voldoen. Bij houten vloeren ligt dit anders. In dat geval moet onder de vloer een plafond worden toegepast.

    ACHTERGROND

    Bouwbesluit 2003 geeft eisen voor de geluidsisolatie tussen verblijfsruimten onderling van dezelfde woonfunctie. Volgens Bouwbesluit 2003 geldt tussen verblijfsruimten onderling van dezelfde woonfunctie een geluids-eis van -20 dB.

    Bij projecten met een open trap in de woonkamer zijn de woonkamer en de op de verdieping gelegen slaapkamers gescheiden door één scheidingsconstructie. Slechts met deze scheiding moet worden voldaan aan de -20 dB-eis. Bovendien moet deze scheiding een opening hebben in verband met ventilatie van de slaapkamers. De bijgevoegde afbeeldingen visualiseren de bedoelde situatie.

    AANDACHTSPUNTEN

    De spleet onder de deur is bepalend voor de geluidsisolatie. De door de deurenleverancier aangegeven maximale spleet onder de deur mag niet worden overschreden. Gecontroleerd moet worden of deze spleet voldoende is als overstroomvoorziening voor ventilatielucht.

    OVERIGE INFORMATIE

    SBR, prettig kennis te maken.