Het zodanig ontwerpen en uitvoeren van dilatatievoegen en -voegconstructies in monolitisch afgewerkte betonvloeren, dat scheurvorming en schade aan de voegconstructie en/of de aansluitende vloervelden wordt voorkomen.
Raadpleeg voor het opstellen van de eisen die aan dilataties moeten worden gesteld de ‘Modelchecklist dilatatievoegconstructies’ in het SBR-Infoblad 094: Checklist dilatatievoegen in dek- en afwerkvloeren.
Belangrijke criteria waarop de keuze voor een bepaald voegtype en voegprofiel moet worden beoordeeld zijn:
Op basis van de eisen die aan de dilatatie moeten worden gesteld kan een keuze gemaakt worden uit de verkrijgbare dilatatievoegprofielen. Voor een overzicht van de meest gangbare typen dilatatievoegconstructies en eventueel benodigde profielen, toegepast in monolitisch afgewerkte vloeren: zie figuur 1 t/m 6.
Op staal gefundeerde (bedrijfs)vloeren worden volgens CUR-aanbeveling 36 vaak door zaagsneden onderverdeeld in velden van 7 x 7 tot 15 x 15 meter (zie figuur 2). De stortvoegen op afstanden van 35 tot 50 m kunnen met behulp van ingestorte staalprofielen worden uitgevoerd als echte dilataties.
Op palen gefundeerde betonvloeren zijn altijd constructief gewapend, zodat zij niet in kleine velden behoeven te worden opgedeeld. Hier worden de stortvoegen op elke 35 tot 50 m uitgevoerd als volledige dilatatie. Voor de krachtafdracht en ter voorkoming van doorbuigingsverschillen worden hier vaak deuvelconstructies gebruikt die uitsluitend de dwarskrachten overbrengen (zie figuur 4 en figuur 5).
Figuur 1 Monolitisch afgewerkte betonvloer; voeg zonder speciale profielen of eenvoudige voorzieningen.
Figuur 2 Monolitisch afgewerkte betonvloer met zaagsnede.
Figuur 3 Monolitisch afgewerkte betonvloer met zaagsnede, gevuld met breed rubber voegprofiel.
Figuur 4 Monolitisch afgewerkte betonvloer met verdeuvelde voeg.
Figuur 5 Monolitisch afgewerkte betonvloer met Omega-voegprofiel.
Figuur 6 Monolitisch afgewerkte betonvloer met waterdichte voeg.
De laatste jaren stijgt het aantal gebreken bij oplevering en ook na de tweede oplevering houden gebruikers /bewoners klachten. Veel van deze klachten betreffen de afbouw en afwerking van gebouwen, zoals klachten over scheuren in vloeren en vloerafwerkingen en schade aan voegconstructies en/of de aangrenzende vloerafwerking.
Bij grotere vloervelden en boven steunpunt constructies of op plaatsen waar – gelet op de aard van de constructie – grote vervormingen of zettingen zijn te verwachten is het aanbrengen van dilataties de aangewezen oplossing. Dilataties vormen een volledige doorsnijding van de vloerconstructie in kleinere velden die onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen in zowel horizontale als verticale richting (met name onder invloed van belastingen en temperatuur-veranderingen). Een dilatatievoeg moet zodanig zijn gemaakt, dat de dilatatie zijn functie onbelemmerd kan vervullen. Een dilatatie-voegconstructie omvat naast een vervormbaar profiel of inlage soms ook profielen en andere onderdelen om de randen van de vloervelden en het voegwerk te beschermen, en de werking van de dilatatie te verbeteren.
Een goed functionerende, duurzame dilatatie-voegconstructie is alleen maar te ontwerpen als de eisen vooraf duidelijk worden omschreven. Inzicht in de voegbewegingen en in de op de voeg (en aansluitende vloervelden) uitgeoefende belastingen is noodzakelijk om een juiste keuze te kunnen maken van het toe te passen voegtype en voegprofiel.
Dilataties in constructieve vloeren en vloerafwerkingen kunnen noodzakelijk zijn in de volgende gevallen:
Monolitisch afgewerkte vloeren worden direct na het storten, in dezelfde laag, afgewerkt. De draagvloer en dekvloer worden hierbij dus in één vloer gecombineerd.
Monolitisch afgewerkte vloeren worden vooral toegepast in bedrijfsgebouwen als begane-grondvloeren. Dit kan bijvoorbeeld een op staal gefundeerde (= elastisch ondersteunde) vloer zijn, al dan niet gewapend, of een systeemvloer waarop een (gewapende) druklaag wordt gestort die monolitisch wordt afgewerkt. Maar het kan ook gaan om een op palen gefundeerde (= vrijdragende), in het werk gestorte gewapend-betonvloer, waarbij een zogeheten verloren bekisting wordt toegepast (bijvoorbeeld van isolatiemateriaal).
Omdat monolitisch afgewerkte vloeren over het algemeen gewapend zijn, komen scheuren als gevolg van doorbuiging onder wisselende belastingen nauwelijks voor.
Scheuren in monolitisch afgewerkte vloeren ontstaan veelal door vervormingen als gevolg van: