Infoblad 342 - Garage naast een woning: brandveiligheid

Aan de hand van het Bouwbesluit vaststellen welke eisen gelden voor de beperking van uitbreiding van brand bij een woning met een garage.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Stappenplan

Om dit probleem op te lossen moeten vijf stappen worden gezet, die weer zijn onder te verdelen in twee fasen.

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)
1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit
2. Bepaal de relevante paragrafen
3. Bepaal de relevante gebruiksfunctie
4. Bepaal met de tabel in de afdelingen de relevante voorschriften

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)
5. Aan de hand van twee voorbeeldsituaties toepassen van de voorschriften

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)

1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit
De voorschriften voor de beperking van uitbreiding van brand staan in afdeling 2.13 ‘Beperking van uitbreiding’ van Bouwbesluit 2003.

2. Bepaal de relevante paragrafen
Afdeling 2.13 ‘Beperking van uitbreiding van brand’ bevat paragraaf 2.13.1 en 2.13.2. Paragraaf 2.13.1 bevat de eisen voor nieuwbouw, paragraaf 2.13.2 bevat de eisen voor bestaande bouw. In het vervolg wordt alleen ingegaan op de nieuwbouwvoorschriften.

3. Bepaal de relevante gebruiksfunctie
Een eengezinswoning wordt in tabel 2.103 aangeduid als: ‘andere woonfunctie’. Een garage wordt in tabel 2.103 aangeduid als ‘overige gebruiksfunctie’.

4. Bepaal met de tabel in de afdelingen de relevante voorschriften
Tabel 2.103 van afdeling 2.13 ‘Beperking van uitbreiding van brand’ bevat de artikelen 2.104 t/m 2.109. In artikel 2.104 zijn de voorschriften voor de ligging van de brandcompartimenten gegeven. In artikel 2.105 zijn de voorschriften voor de omvang van de brandcompartimenten gegeven. In artikel 2.106 zijn de wbdbo-eisen gegeven. Er wordt vanuit gegaan dat in de garage geen brandgevaarlijke stoffen zijn opgeslagen. De brandstof in de tank van een auto wordt in ieder geval niet als zodanig aangemerkt.

Artikel 2.104:
Voor een ‘andere woonfunctie’ geldt artikel 2.104 leden 1 t/m 3. Voor een ‘overige gebruiksfunctie’ geldt artikel 2.104 leden 1 t/m 5 en 8. Voor een eengezinswoning met garage zijn alleen artikel 2.104, leden 1, 5 en 8 van belang.

• Lid 1 bevat de basis-eis. Zowel de woning als de garage moeten in een brandcompartiment liggen.

• Lid 5 geeft aan dat indien een overige gebruiksfunctie < 1.000 m2 is en de vuurbelasting maximaal 500 MJ/m2 is, deze niet in een brandcompartiment hoeft te liggen.

• Lid 8 geeft aan dat een overige gebruiksfunctie < 50 m2 die niet bestemd is voor de opslag van brandgevaarlijke stoffen, niet in een brandcompartiment hoeft te liggen.

Artikel 2.105:
Voor een ‘andere woonfunctie’ geldt artikel 2.105 leden 1, 3, 4, 6 en 7. Voor een ‘overige gebruiksfunctie’ geldt artikel 2.105 leden 1, 4 en 6 t/m 8. Voor een eengezinswoning met garage zijn alleen artikel 2.105, leden 1, 3 en 4 van belang.

• Lid 1 geeft aan dat een brandcompartiment op maximaal één perceel mag liggen.

• Volgens lid 3 mogen in een brandcompartiment maximaal één woonfunctie en nevenfuncties van die woonfunctie liggen.

• Lid 4 geeft aan dat de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment maximaal 1.000 m2 mag zijn.

Artikel 2.106:

Voor een ‘andere woonfunctie’ geldt artikel 2.106 leden 1 t/m 5. Voor een ‘overige gebruiksfunctie’ geldt artikel 2.106 leden 1, 3, 5 en 7. Voor een eengezinswoning met garage zijn alleen artikel 2.106, leden 1 t/m 3 en 5 van belang.

• Lid 1: wbdbo tussen brandcompartimenten is minimaal 60 minuten.

• Lid 2: wbdbo mag 30 minuten worden gereduceerd indien permanente vuurbelasting < 500 MJ/m2 (geldt alleen voor een woonfunctie).

• Lid 3: wbdbo van 30 minuten toegestaan indien:
o hoogste vloer van verblijfsgebied < 7 meter boven het meetniveau (5 meter voor de overige gebruiksfunctie), en
o brandcompartimenten op hetzelfde perceel liggen.

• Lid 5: beoordeling spiegelsymmetrie.

Voorbeeldsituaties

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)

5. Aan de hand van twee voorbeeldsituaties toepassen van de voorschriften

Bij de toepassing van de voorschriften wordt uitgegaan van twee eengezinswoningen die door middel van de garage aan elkaar geschakeld zijn.


Figuur 1.


Figuur 2.

Indeling in brandcompartimenten

Brandcompartimenten
Voor de indeling in brandcompartimenten van de woningen zijn er twee mogelijkheden:

  • De garage wordt beschouwd als nevenfunctie van de woonfunctie en ligt samen met de woning in één brandcompartiment.
    • Volgens artikel 2.105, derde lid, is het toegestaan dat een woonfunctie (woning) en een nevenfunctie (garage) samen in een brandcompartiment liggen.
    • Een nevenfunctie is volgens de definitie in artikel 1.1, van Bouwbesluit 2003 een ‘gebruiksfunctie die ten dienste staat van een andere gebruiksfunctie’.
    • De scheiding tussen de brandcompartimenten wordt gevormd door de wand tussen de twee garages.
  • De garage wordt niet beschouwd als brandcompartiment. In dat geval is alleen de woning een brandcompartiment.
    • Volgens artikel 2.104, vijfde lid, behoeft een overige gebruiksfunctie < 1.000 m2 en met een vuurbelasting < 500 MJ/m2 niet in een brandcompartiment te liggen. Hieraan wordt voldaan, maar dit leidt tot een gebruiksbeperking. Er moet namelijk ook rekening worden gehouden met de variabele vuurbelasting. De garage zou dan niet meer als bergruimte mogen worden gebruikt. De gebruiksbeperking volgt uit artikel 2.111, lid 5, waarin is bepaald dat de bestaande garage een brandcompartiment is als de vuurbelasting groter is dan 500 MJ/m².
    • Volgens artikel 2.104, achtste lid, behoeft een overige gebruiksfunctie < 50 m2 die niet bestemd is voor de opslag van brandgevaarlijke stoffen, niet in een brandcompartiment te liggen. Hieraan wordt eveneens voldaan.

    Algemene aandachtspunten

    • Dat een brandcompartiment op maximaal één perceel mag liggen (artikel 2.105, eerste lid) betekent dat twee woningen op verschillende percelen nooit in één brandcompartiment kunnen liggen.
    • Bij eengezinswoningen is afdeling 2.14 ‘verdere beperking van uitbreiding van brand’ niet van toepassing. Deze voorschriften gelden alleen voor woonfuncties in een woongebouw.
    • De indeling in rookcompartimenten (afdeling 2.16) is dezelfde als de indeling in brandcompartimenten. Dit heeft verder geen invloed op de beoordeling.

    WBDBO-eisen

    Situatie a: woning en garage in één brandcompartiment
    In figuur 1 is de situatie gegeven waarbij de woning en de garage in één brandcompartiment liggen. Hierbij worden de volgende aandachtspunten gegeven:

    • Tussen de woning en de garage op hetzelfde perceel geldt geen wbdbo-eis. Dit komt omdat de woning en de garage in hetzelfde brandcompartiment liggen.
    • Beoordeeld moet worden welke wbdbo-eis geldt tussen de woning/garage op perceel 1 en de woning/garage op perceel 2. Hiervoor geldt artikel 2.106, vijfde lid, over ‘spiegelsymmetrie’. Artikel 2.106, vijfde lid, geeft aan dat voor de beoordeling van de wbdbo-eis het brandcompartiment op perceel 1 ten opzichte van de perceelsgrens gespiegeld moet worden (zie figuur 1). De beoordeling van de wbdbo-eis vanuit brandcompartiment 1 vindt vervolgens plaats ten opzichte van dit gespiegelde gebouw.
    • Om te bepalen welke wbdbo-eis geldt zijn zowel de eisen voor de woonfunctie als de eisen voor de overige gebruiksfunctie van toepassing. In het brandcompartiment zijn immers beide gebruiksfuncties gelegen. Als basis geldt een wbdbo-eis van 60 minuten (artikel 2.106, eerste lid). Een reductie van 30 minuten is niet toegestaan omdat:
      o Artikel 2.106, tweede lid, (reductie vanwege beperkte permanente vuurbelasting) alleen voor woonfuncties geldt.

    Situatie b: alleen de woning ligt in een brandcompartiment
    In figuur 2 is de situatie gegeven waarbij alleen de woning in een brandcompartiment ligt. Hierbij worden de volgende aandachtspunten gegeven:

    • Tussen de woning en de garage op hetzelfde perceel geldt geen wbdbo-eis. Artikel 2.106, eerste lid, geldt alleen tussen brandcompartimenten en de garage is immers geen brandcompartiment.
    • Beoordeeld moet worden welke wbdbo-eis geldt tussen de woning/garage op perceel 1 en de woning/garage op perceel 2. Hiervoor geldt artikel 2.106, vijfde lid, over ‘spiegelsymmetrie’. Artikel 2.106, vijfde lid, geeft aan dat voor de beoordeling van de wbdbo-eis het gebouw (= woning + garage) op perceel 1 ten opzichte van de perceelsgrens gespiegeld moet worden (zie figuur 2). De beoordeling van de wbdbo-eis vanuit brandcompartiment 1 vindt vervolgens plaats ten opzichte van dit gespiegelde gebouw (met een ‘fictief’ brandcompartiment’).
    • Om te bepalen welke wbdbo-eis geldt zijn alleen de eisen voor de woonfunctie van toepassing. In het brandcompartiment is immers alleen een woonfunctie gelegen. Als basis geldt een wbdbo-eis van 60 minuten (artikel 2.106, eerste lid). Een reductie van 30 minuten is toegestaan indien:
      o De permanente vuurbelasting van het brandcompartiment < 500 MJ/m2 is (artikel 2.106, tweede lid).

    Brandwerende scheidingsconstructies
    Om in zowel situatie a als situatie b aan de wbdbo-eisen te voldoen zijn mogelijk brandwerende maatregelen nodig.

    Situatie a: woning en garage in één brandcompartiment
    De scheiding tussen de brandcompartimenten bevindt zich ter plaatse van de wand tussen twee garages. Om te voldoen aan de wbdbo-eis van 60 minuten zal ter plaatse van de wanden tussen de garages rekening gehouden moeten worden met:

    • Branddoorslag: de wand tussen beide garages moet minimaal 60 minuten brandwerend worden uitgevoerd. Met een steenachtige scheidingswand tussen beide garages kan hieraan worden voldaan. Een belangrijk aandachtspunt is de aansluiting van het dak op deze scheidingswand; een doorlopende houten beplating is onvoldoende.
    • Brandoverslag via het dak: om te voorkomen dat de brand van de ene garage overslaat naar de andere garage moet het garagedak 30 minuten brandwerend worden uitgevoerd. Een dak met alleen houten beplating en dakbedekking zal niet 30 minuten brandwerend zijn. Er is dan een brandwerende beplating aan de onderzijde van het plafond noodzakelijk. Een alternatief is om een betonnen dak toe te passen.
    • Brandoverslag via de garage-deuren zal in de praktijk niet kritisch zijn. Aangenomen kan worden dat een horizontale afstand ter dikte van een bouwmuur zoals tussen woningen gebruikelijk is (bijvoorbeeld 300 mm) voldoende zal zijn om brandoverslag te voorkomen. Brandwerende garagedeuren zijn daarom niet nodig.


    Figuur 3.

    Situatie b: alleen de woning ligt in een brandcompartiment
    Indien de woning alleen in een brandcompartiment ligt zult u rekening moeten houden met de volgende maatregelen (uitgaande van een wbdbo-eis van 30 minuten):

    • Als de garage en de woning één gebouw vormen, dan is er ter plaatse van de garage sprake van een branddoorslagtraject: woning 1=> garage 1 => garage 2 => woning 2. De vereiste brandwerendheid tussen beide woningen wordt dan bepaald door de brandwerendheid van de scheidingsconstructie tussen woning 1 en garage 1 + de scheidingsconstructie tussen de beide garages + de scheidingsconstructie tussen garage 2 en woning 2. Mogelijke oplossingen:
    • Wand tussen de woning en de garage 20 minuten brandwerend uitvoeren met een zelfsluitende deur.
    • Als geen 20 minuten brandwerende deur wordt toegepast, dan wordt de weerstand tegen branddoorslag uitsluitend bepaald door de wand tussen beide garages. Zie in dat geval de principe-oplossing van situatie a, met dien verstande dat de brandwerendheid (enkele minuten) van de scheidingsconstructie tussen de woning en de garage ook mag worden meegerekend.


    Figuur 4.

    ACHTERGRONDINFORMATIE

    In diverse woningontwerpen wordt naast of onder de woning een garage gerealiseerd, al dan niet rechtstreeks bereikbaar vanuit die woning. In dit informatieblad wordt ingegaan op de geldende eisen voor de beperking van uitbreiding van brand volgens Bouwbesluit 2003 en de noodzakelijke voorzieningen om aan die eisen te voldoen.

    AANDACHTSPUNTEN

    Er zijn geen bijzondere aandachtspunten.

    OVERIGE INFORMATIE

    • Nota van toelichting bij Bouwbesluit 2003
    • Praktijkboek Bouwbesluit 2003
    SBR, prettig kennis te maken.