Het benoemen en hanteren van het begrip ‘brand- en rookvrije vluchtroute’ om de toepasselijke eisen voor een bouwplan op te kunnen zoeken en vast te kunnen stellen.
In artikel 1.1 van Bouwbesluit 2003 is ‘brand- en rookvrije vluchtroute’ als volgt gedefinieerd: Brand- en rookvrije vluchtroute = van brand gevrijwaarde rookvrije vluchtroute die uitsluitend door verkeersruimten voert. Het begrip ‘brand- en rookvrije vluchtroute’ staat in directe relatie met het begrip ‘rookvrije vluchtroute’.
In artikel 1.1 van Bouwbesluit 2003 is ‘rookvrije vluchtroute’ als volgt gedefinieerd: Rookvrije vluchtroute = van rook gevrijwaarde route die begint bij een toegang van een rookcompartiment of een subbrandcompartiment, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat gebruik behoeft te worden gemaakt van een lift.
In artikel 2.104, derde lid, van Bouwbesluit 2003 is bepaald dat een brand- en rookvrije vluchtroute buiten een brandcompartiment moet liggen.
Uit de definities (zie 1) valt op te maken dat:
2.1 Een brand- en rookvrije vluchtroute een rookvrije vluchtroute is;
2.2 Een brand- en rookvrije vluchtroute uiteraard van brand én rook gevrijwaard is;
2.3 Een brand- en rookvrije vluchtroute uitsluitend door verkeersruimten voert.
2.1 Een brand- en rookvrije vluchtroute is een rookvrije vluchtroute
Uit de definitie van ‘rookvrije vluchtroute’ blijkt dat deze ter plaatse van de toegang van een rookcompartiment of een subbrandcompartiment begint. Ter plaatse van een dergelijke toegang moeten in beginsel 2 rookvrije vluchtroutes beginnen. In een aantal (uitzonderings)situaties mag worden volstaan met 1 rookvrije vluchtroute. In het Bouwbesluit wordt dan gesproken over ‘samenvallende rookvrije vluchtroutes’. In bepaalde situaties is het alleen toegestaan om één samenvallende rookvrije vluchtroute toe te passen als deze rookvrije vluchtroute een ‘brand- en rookvrije vluchtroute’ is. Om te bepalen hoe een dergelijke brand- en rookvrije vluchtroute (vanwege samenvallende vluchtroutes) moet zijn gesitueerd, moeten beide definities worden gecombineerd (rekening houdend met het bepaalde in artikel 2.104, derde lid - zie 1. Definitie): Een brand- en rookvrije vluchtroute is een van brand- en rook gevrijwaarde (vlucht)route die begint bij een toegang van een brandcompartiment, uitsluitend voert door verkeersruimten, over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat door vluchtende mensen gebruik behoeft te worden gemaakt van een lift. Let op: als in het Bouwbesluit een ‘indien-bepaling’ is gegeven voor een rookvrije vluchtroute (dus een voorschrift dat geldt indien een rookvrije vluchtroute aanwezig is), dan is die bepaling ook van toepassing op een brand- en rookvrije vluchtroute.
2.2 Een brand- en rookvrije vluchtroute van brand en rook gevrijwaard is
Met een ‘van rook gevrijwaarde vluchtroute’ wordt bedoeld dat de rook niet makkelijk kan doordringen vanuit een rookcompartiment waarin de brand is ontstaan naar de ruimte waar de vluchtroute uit dat rookcompartiment doorheen voert. Een rookvrije vluchtroute mag wel door een ander rookcompartiment en dus ook door een ander brandcompartiment voeren. Brand- en rookvrij Met een ‘van brand- en rook gevrijwaarde vluchtroute’ wordt bedoeld dat brand en rook niet makkelijk kunnen doordringen vanuit een brandend compartiment naar de ruimte waar de vluchtroute uit dat compartiment doorheen voert. Een brand- en rookvrije vluchtroute mag dus niet door een ander brandcompartiment voeren. Een ruimte waardoor een dergelijke vluchtroute voert moet zo veilig zijn, dat in die ruimte geen brand kan uitbreken en indien daarin onverhoopt toch vuur komt, dit vuur geen voedingsbodem vindt om in die ruimte een volledig ontwikkelde brand te kunnen veroorzaken. In de voorbeelden (zie 3) zal een en ander worden toegelicht.
2.3 Een brand- en rookvrije vluchtroute voert uitsluitend door verkeersruimten
Uit 2.1 en 2.2 kan worden geconcludeerd dat een ‘brand- en rookvrije vluchtroute’ ten opzichte van een ‘rookvrije vluchtroute’ een extra veilige status heeft. Daarom worden aan ruimten waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert extra eisen gesteld. Het is toegestaan dat een enkel rookvrije vluchtroute door een verblijfsgebied voert. Daarbij valt te denken aan een situatie waarin vanuit een rookcompartiment gevlucht moet worden door een ander rookcompartiment, waarin achter de toegang van dat andere rookcompartiment direct een verblijfsgebied is gelegen (zoals een winkelruimte). Bij een brand- en rookvrije vluchtroute is dit niet toegestaan. Volgens de definitie van ‘verblijfsgebied’ is in een verblijfsgebied geen verkeersruimte gelegen. Hieruit kan worden geconcludeerd dat een brand- en rookvrije vluchtroute in de gegeven situatie nooit door een verblijfsgebied mag voeren.
In het hierna volgende wordt ingegaan op de vraag wanneer het Bouwbesluit een brand- en rookvrije vluchtroute vereist. Vervolgens zal worden ingegaan op de vraag welke eisen het Bouwbesluit stelt aan een brand- en rookvrije vluchtroute.
Aanwezigheidseisen
In de volgende situaties is een brand- en rookvrije vluchtroute voorgeschreven:
Eisen aan een brand- en rookvrije vluchtroute
Met betrekking tot de brandveiligheid geeft het Bouwbesluit onder andere voorschriften omtrent het vluchten bij brand. Deze voorschriften hebben als doel dat een bouwwerk voldoende snel en veilig kan worden verlaten. Om dit te bewerkstelligen zijn vluchtroutes nodig. In Bouwbesluit 1992 werd onderscheid gemaakt in ‘vluchtmogelijkheden’ en ‘vluchtwegen’. Deze begrippen zijn in Bouwbesluit 2003 vervangen door respectievelijk ‘rookvrije vluchtroutes’ en ‘brand- en rookvrije vluchtroutes’. Afhankelijk van de indeling van het gebouw worden rookvrije en / of brand- en rookvrije vluchtroutes vereist. Wie het Bouwbesluit professioneel gebruikt (met name als ontwerper of toetser), dient de betekenis van deze begrippen te kennen.