Infoblad 098 - Het betrekken van de gebruiksfunctie bij de eisen voor een bouwplan

Het benoemen en hanteren van de gebruiksfunctie om de toepasselijke eisen voor een bouwplan te kunnen opzoeken en vaststellen. Wie het Bouwbesluit professioneel gebruikt (met name als ontwerper of toetser), dient de betekenis van 'gebruiksfunctie' te doorgronden.

1. DEFINITIE/OMSCHRIJVING

In artikel 1.1 lid 1 van Bouwbesluit 2003 is 'gebruiksfunctie' als volgt gedefinieerd:
Gebruiksfunctie = de gedeelten van één of meer bouwwerken op een perceel of standplaats, die dezelfde gebruiksbestemming hebben en die tezamen een gebruikseenheid vormen.

Kenmerkend voor Bouwbesluit 2003 is de indeling volgens twaalf hoofdgebruiksfuncties. Deze staan in de Tabel en zijn in Bouwbesluit 2003 steeds onder hun eigen nummer in elke aansturingstabel terug te vinden.
De aansturingstabellen vormen het hart van de inhoudelijke paragrafen en afdelingen van de hoofdstukken 2 t/m 5 van Bouwbesluit 2003. Zo'n aansturingstabel wijst de voorschriften van het beoordelingsaspect aan, die voor de verschillende gebruiksfuncties van toepassing zijn.

De twaalf hoofdgebruiksfuncties
1 Woonfunctie Gebruiksfunctie voor het wonen
2 Bijeenkomst-
functie
Gebruiksfunctie voor het samenkomen van mensen voor kunst, cultuur, godsdienst, communicatie, kinderopvang, het verstrekken van consumpties voor gebruik ter plaatse en het aanschouwen van sport
3 Celfunctie Gebruiksfunctie voor dwangverblijf van mensen
4 Gezondheids-
zorgfunctie
Gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling
5 Industrie-
functie
Gebruiksfunctie voor het bedrijfsmatig bewerken of opslaan van materialen en goederen, of voor agrarische doeleinden
6 Kantoor-
functie
Gebruiksfunctie voor administratie
7 Logiesfunctie Gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan mensen
8 Onderwijs-
functie
Gebruiksfunctie voor het geven van onderwijs
9 Sportfunctie Gebruiksfunctie voor het beoefenen van sport
10 Winkelfunctie Gebruiksfunctie voor het verhandelen van materialen, goederen of diensten
11 Overige gebruiksfunctie Niet in 1 t/m 10 benoemde gebruiksfunctie voor activiteiten waarbij het verblijven van mensen een ondergeschikte rol speelt
12 Bouwwerk geen gebouw zijnde Elk bouwwerk, niet zijnde een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte

Tabel. Hoofdgebruiksfuncties.

Bouwbesluit 2003 noemt per hoofdgebruiksfunctie op diverse plaatsen zogeheten subgebruiksfuncties. Een subgebruiksfunctie heeft alleen betrekking op het aspect waaronder hij is genoemd. In totaal worden in de aansturingstabellen 69 subgebruiksfuncties onderscheiden.
Als in een aansturingstabel een hoofdgebruiksfunctie is onderverdeeld in subgebruiksfuncties, dan heet de laatste subgebruiksfunctie doorgaans 'andere gebruiksfunctie'. Dit is dan een 'rest'-gebruiksfunctie, die niet tot de andere genoemde subgebruiksfuncties van de desbetreffende hoofdgebruiksfunctie behoort. De voorbeelden gaan hier dieper op in.

2. Uitleg definitie/omschrijving

Uit de definitie (zie 1) valt op te maken dat een gebruiksfunctie:

  • niet op meer dan één perceel kan liggen,
  • geen aaneengesloten geheel hoeft te vormen,
  • niet aan één soort gebouw gebonden is en
  • niet besloten hoeft te zijn.

2.1 geen aaneengesloten geheel
Kenmerkend voor een gebruiksfunctie is, dat het een deel van een gebouw is. In een gebouw zullen meestal verschillende gebruiksfuncties aanwezig zijn; de situatie dat één gebruiksfunctie samenvalt met het gebouw komt wel voor, maar zal meer uitzondering dan regel zijn. Een gebruiksfunctie kan wel over verschillende gebouwen verdeeld zijn, namelijk als die gebouwen op één perceel staan waarbij die gebouwen of delen van die gebouwen samen één gebruikseenheid vormen. Denk bijvoorbeeld aan een onderwijsfunctie waartoe op het perceel van het hoofdgebouw een extra gebouwtje met alleen twee lokalen wordt bijgeplaatst: de onderwijsfunctie in het hoofdgebouw (het gedeelte van het gebouw voor het geven van onderwijs) en het bijgebouw vormen tesamen een gebruikseenheid (de gebouwen horen bij elkaar).
Ook kan een gebruiksfunctie op verschillende plaatsen in één gebouw voorkomen, bijvoorbeeld een winkelfunctie op de eerste (verkoop van artikelen) én op de vierde etage (verkoop van diensten) van een bedrijfsverzamelgebouw.

2.2 niet aan één soort gebouw gebonden
Voor dezelfde gebruiksfuncties in verschillende soorten gebouwen gelden dezelfde eisen. Voor ruimten die bijvoorbeeld gebruikt worden voor administratie (= kantoorfunctie) gelden altijd dezelfde eisen, wáár deze ruimte zich ook bevinden: in een winkelcentrum, een ziekenhuis, een school... (het hoofdgebouw van de onderwijsinstelling, besproken onder 2.1, waarin bijvoorbeeld ook ruimten voor administratie aanwezig zullen zijn, mag dus niet in zijn geheel als onderwijsfunctie worden aangemerkt!).

2.3 niet besloten
Het niet besloten zijn van een gebruiksfunctie is met name relevant voor industriefuncties en overige gebruiksfuncties in relatie met de voorschriften inzake brandveiligheid. Een voorbeeld van een niet besloten gebruiksfunctie is een ruimte voor opslag van materialen in de open lucht onder een overkapping grenzend aan een ander gebouw. Denk bijvoorbeeld aan een bouwmaterialenhandel. De overkapping is een (deel van een) gebouw: het is een voor mensen toegankelijke overdekte en gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte. Het gebruik van de ruimte valt binnen de definitie van industriefunctie.

3. Toepassing definitie/omschrijving

De eisen, die Bouwbesluit 2003 aan een gebouw stelt, zijn afhankelijk van de gebruiksfuncties van de ruimten in het gebouw. Bij dezelfde gebruiksfuncties in verschillende soorten gebouwen gelden dezelfde eisen (zie 2.2). En voor een gebouw waarin verschillende gebruiksfuncties zijn ondergebracht – bijvoorbeeld een gebouwencomplex met winkels, kantoren en woningen – gelden de dienovereenkomstige eisen.

Wie de verschillende gebruiksfuncties in een gebouw aan de eisen van het Bouwbesluit wil toetsen, moet aangeven/weten welke gedeelten van het gebouw door welke gebruiksfunctie wordt ingenomen. Sommige ruimten van een gebouw kennen slechts één gebruiksfunctie; andere ruimten zijn van belang voor of worden opgeëist door meerdere gebruiksfuncties. Dit laatste type ruimte noemt Bouwbesluit 2003 gemeenschappelijke ruimten.

De aanvrager van de bouwvergunning geeft aan waar de diverse gebruiksfuncties zijn gesitueerd. Dit is essentieel voor het verkrijgen van bouwvergunning en gebruiksvergunning! Als gebruiksfuncties niet of niet juist op tekening worden aangegeven, is het voor een toetser niet duidelijk van welke eisen in het Bouwbesluit moet worden uitgegaan, zodat geen goede beoordeling kan plaatsvinden.

4. Bespreking van voorbeelden

4.1 Instructief voorbeeld Beperking van galm
Gegeven
: Bouwbesluit 2003 afdeling 3.4 en aansturingstabel 3.15 Beperking van galm;
Gevraagd: Van welke gebruiksfunctie in aansturingstabel 3.15 moet worden uitgegaan voor een woonwagen?

Antwoord: Een woonwagen is een gebruiksfunctie voor het wonen. Daarom gaat het hier om hoofdgebruiksfunctie 1. Woonfunctie. Aansturingstabel 3.15 laat zien dat deze gebruiksfunctie wordt gesplitst in de subgebruiksfuncties

  • woonfunctie gelegen in een woongebouw;
  • andere woonfunctie.

Een woonwagen is niet gelegen in een woongebouw. Daarom moet voor het aspect Beperking van galm voor een woonwagen worden uitgegaan van de voorschriften die zijn gegeven voor de andere woonfunctie.

4.2 Instructief voorbeeld Geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties
Gegeven
: Bouwbesluit 2003 afdeling 3.5 en aansturingstabel 3.17: Geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties;
Gevraagd: Van welke gebruiksfunctie in aansturingstabel 3.17 moet worden uitgegaan voor een woonwagen?

Antwoord: Een woonwagen is een gebruiksfunctie voor het wonen. Daarom gaat het hier om hoofdgebruiksfunctie 1. Woonfunctie. Aansturingstabel 3.17 laat zien dat deze gebruiksfunctie wordt gesplitst in de subgebruiksfuncties

  • woonfunctie van een woonwagen;
  • woonfunctie gelegen in een woongebouw;
  • andere woonfunctie.

Voor een woonwagen moet voor dit aspect – anders dan in 4.1 – niet worden uitgegaan van de gebruiksfunctie ‘andere woonfunctie’, maar van de gebruiksfunctie ‘woonfunctie van een woonwagen’.

4.3 Conclusie uit deze voorbeelden
Hoewel in beide voorbeelden de subgebruiksfunctie ‘andere woonfunctie’ voorkomt, blijken dit toch twee verschillende verzamelingen van gebruiksfuncties te zijn. In voorbeeld 4.1 bevat de subgebruiksfunctie ‘andere woonfunctie’ alle woonfuncties die niet in een woongebouw liggen. In voorbeeld 4.2 bevat de subgebruiksfunctie ‘andere woonfunctie’ alle woonfuncties die niet in een woongebouw liggen én die geen woonfunctie van een woonwagen zijn. Kennelijk hangt de betekenis van ‘andere woonfunctie’ af van het aspect waartoe deze subgebruiksfunctie behoort.

ACHTERGROND

In Bouwbesluit 2003 zijn naast een aantal inhoudelijke wijzigingen ook een aantal wijzigingen in de terminologie aangebracht. Dit was noodzakelijk om de nieuwe systematiek van Bouwbesluit 2003 consistent te kunnen doorvoeren.
Uitgangspunt voor deze systematiek is dat niet langer per type bouwwerk de eisen voor alle beoordelingsaspecten worden vermeld, maar dat nu per beoordelingsaspect de eisen worden gegeven voor alle delen van gebouwen met eenzelfde gebruiksbestemming. Bedoelde delen van gebouwen worden gekarakteriseerd als gebruiksfuncties. Het nieuwe begrip gebruiksfunctie in Bouwbesluit 2003 komt in de plaats van gebouwfunctie zoals gebruikt in Bouwbesluit 1992. Het begrip gebruiksfunctie is dan ook een kernbegrip voor de inrichting en hantering van het Bouwbesluit.
De eisen die aan (een deel van) een bouwwerk worden gesteld zijn afhankelijk van de gebruiksfunctie waartoe dat (deel van het) bouwwerk behoort. Anders gezegd: de gebruiksfunctie bepaalt de eis.

AANDACHTPUNTEN

Zoek naar een optimale indeling in gebruiksfuncties en werk niet te gedetailleerd.

OVERIGE INFORMATIE

  • Nota van toelichting bij Bouwbesluit 2003
  • Praktijkboek Bouwbesluit 2003
SBR, prettig kennis te maken.