Het voorkomen van ontwerp- en uitvoeringsfouten bij het isoleren van steenachtige spouwconstructies.
Een te hoog opgemetselde wand leidt ertoe dat de isolatieplaten onderling slecht aaneensluiten. Via de naden treedt dan onnodig veel warmteverlies op.
Dit effect treedt op wanneer er een ongewenste koppeling is tussen binnen- en buitenblad (gevolg van een te krappe spouw door een ontwerpfout of slechte maatvoering) of doordat er luchtcirculatie optreedt rondom de isolatieplaten of -dekens. Deze onbedoelde luchtcirculatie treedt op wanneer er zich een valse spouw (zie Figuur A) bevindt achter de isolatie in combinatie met naden en kieren tussen de isolatie.
Figuur A Een valse spouw geeft onnodig energieverlies. NEN 1068 bepaalt dat de warmteweerstand van een isolatielaag gehalveerd moet worden indien de isolatielaag aan weerszijden door een luchtlaag van 5 mm wordt begrensd.
Valse spouwen kunnen het gevolg zijn van het ontwerp, maar kunnen ook optreden door speciebaarden van het binnenspouwblad, onjuiste maatvoering van de achterliggende constructie, het aanbrengen van leidingwerk en staal in de spouw of door onzorgvuldige bevestiging van de isolatie.
Instructies ter voorkoming van overmatige warmteoverdracht aan het buitenblad
Nat isolatiemateriaal verliest (deels) zijn isolerende werking. De mate waarin dit probleem optreedt is afhankelijk van de structuur van het isolatiemateriaal en de behandeling ervan. Materialen met een dichte celstructuur, zoals cellulair glas en EPS, zijn vrijwel immuun voor vocht. Materialen met een open structuur, zoals minerale wol, worden voorzien van een cacheerlaag of een harde toplaag tegen vochtindringing. Het probleem doet zich dus voor bij isolatiematerialen met een open structuur, die niet beschermd zijn door een cacheerlaag of waarvan de cacheerlaag beschadigd is.
Instructies ter voorkoming van het nat worden van isolatiemateriaal
Figuur B Wanneer minerale wol wordt aangebracht, start de isolatie 60 mm boven de fundering. Dit om te voorkomen dat de onderzijde van de isolatie in het water staat.
Figuur C De dpc-folie wordt 10 mm losgehouden van de isolatie. Hierdoor wordt de kans verkleind dat afdruipend water in de isolatie wordt opgenomen.
Elk isolatiemateriaal heeft zijn eigen warmtedoorgangscoëfficiënt λ (dit getal, de lambda-waarde, geeft aan in welke mate het materiaal of de constructie bijdraagt aan de warmte-overdracht). Het toepassen van materiaal met een hogere λ-waarde dan aangehouden is in de berekeningen, geeft een constructie met lagere warmteweerstand dan is beoogd.
Instructies voor de toepassing van isolatiemateriaal met de juiste λ-waarde
De isolatie sluit soms onvoldoende of helemaal niet aan tegen doorbrekingen van het binnenspouwblad of de aansluitingen met het dak.
Vooral bij kozijnen, en dan met name bij de kozijnankers en de waterkeringen, wordt de isolatie vaak weggelaten of onzorgvuldig aangebracht.
Als de kap is geplaatst, is de isolatie soms alleen met veel moeite aan te brengen, en dat gaat niet altijd goed. Indien de kap nog moet worden geplaatst, blijkt nogal eens dat de isolatie niet hoog genoeg is opgezet (Figuur D).
Figuur D Aansluiting gevel aan dakvoet, waarbij de isolatie niet hoog genoeg is opgezet.
Instructies voor het zorgvuldig isoleren bij doorbrekingen in het binnenblad en bij aansluitingen met de gevel

Figuur E Bij het isoleren moet de nodige aandacht en tijd worden besteed aan de aansluiting van de gevel aan het dak. Een extra laag wordt aangebracht aan de buitenzijde van de muurplaat.
Het thermisch isolatiepakket is de afgelopen decennia steeds dikker geworden. In de praktijk is echter gebleken dat het effect van de isolatie vaak aanzienlijk wordt verminderd - en soms geheel teniet gedaan - door onzorgvuldige uitvoering van isolatiewerkzaamheden op de bouwplaats of ontwerpfouten. Het probleem van een slecht functionerende spouwisolatie heeft dan ook meer dan één oorzaak. Een te krappe spouw is een ontwerpfout die helaas vaak voorkomt en die tevens de voedingsbodem vormt voor uitvoeringsfouten. Maar er liggen ook tal van andere fouten op de loer.