Aan de hand van het Bouwbesluit vaststellen hoeveel integraal toegankelijke toiletruimten er in een kantoorgebouw zijn vereist. Bij wijze van toelichting van deze stappen wordt de vraag (hoeveel integraal toegankelijke toiletruimten in een kantoor vereist zijn) beantwoord aan de hand van drie concrete voorbeelden:
Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)
Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5 t/m 7)
Nu het toepasselijke voorschrift (art. 4.36 lid 4) in vier stappen is gevonden, moet dit voorschrift worden toegepast. Als volgt:
5. Per (sub-)gebruiksfunctie de gebruiksoppervlakte vaststellen
Volgens de voorbeelden hebben de kantoorfuncties de volgende gebruiksoppervlakten:
6. Per (sub-)gebruiksfunctie de bezettingsgraad vaststellen
In een kantoorfunctie, zoals in de voorbeelden, mag volgens tabel 4.34 worden uitgegaan van bezettingsgraadklasse B1 t/m B4 (zie ook het Infoblad over bezettingsgraadklasse. In een kantoorfunctie mag op grond van de voorschriften inzake ARBO in verband met een minimaal vereiste oppervlakte per persoon echter geen hogere bezettingsgraadklasse dan B4 worden toegepast. Hiervan wordt in het vervolg uitgegaan. Voor de bijeenkomstfunctie en de winkelfunctie in voorbeeld 3 wordt uitgegaan van bezettingsgraadklasse B2.
7. De bepalingsmethode toepassen
Om het aantal vereiste integraal toegankelijke toiletruimten te kunnen bepalen moeten de volgende stappen worden gezet: a. bepaal of de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie > 400 m2 is: is deze gebruiksoppervlakte > 400 m2, dan zijn integraal toegankelijke toiletruimten vereist; b. bepaal het aantal vereiste toiletruimten volgens artikel 4.35 lid 4; c. bepaal het aantal vereiste integraal toegankelijke toiletruimten volgens artikel 4.36 lid 4.
7a. Bepaal of integraal toegankelijke toiletruimen zijn vereist
De gebruiksoppervlakte van de kantoorfuncties in voorbeeld 2 (1000 m2) en voorbeeld 3 (3000 m2) is > 400 m2. In deze kantoorfuncties moeten integraal toegankelijke toiletruimten worden voorzien. Aangezien de oppervlakte van de kantoorfunctie in voorbeeld 1 < 400 m2 is, is een integraal toegankelijke toiletruimte niet vereist.
7b. Bepaal het aantal vereiste toiletruimten volgens artikel 4.35 lid 4
Op een toiletruimte in een kantoorfunctie mag volgens artikel 4.35 lid 4 en tabel 4.34 bij de (in stap 6 aangegeven) bezettingsgraadklasse B4 niet meer dan 360 m2 aan gebruiksoppervlakte zijn aangewezen. Voorbeeld 2: Het aantal vereiste toiletruimten X kan worden berekend met de volgende formule:
(GOB4 is de gebruiksoppervlakte met bezettingsgraadklasse B4). Na invulling van de in stap 5 gegeven gebruiksoppervlakten in de formule:
Voorbeeld 3:
Het aantal vereiste toiletruimten X kan worden berekend met de volgende formule:
(GOB2 is de gebruiksoppervlakte met bezettingsgraadklasse B2 en GOB4 idem met bezettingsgraadklasse B4). Na invulling van de in stap 5 gegeven gebruiksoppervlakten in de formule vindt u:
Voor de bijeenkomstfunctie (niet voor het aanschouwen van sport) moeten volgens tabel 4.34 en artikel 4.35, eerste lid, minimaal 2 toiletruimten aanwezig zijn. Hieraan wordt voldaan.
7c. Bepaal het aantal vereiste integraal toegankelijke toiletruimten volgens artikel 4.36 lid 4
Volgens artikel 4.36 lid 4 moet het aantal vereiste toiletruimten (zie stap 7b) door 10 worden gedeeld om het aantal vereiste integraal toegankelijke toiletruimten te bepalen.
Voorbeeld 2:
Volgens artikel 4.35 lid 4 zijn in de kantoorfunctie in voorbeeld 2 (gebruiksoppervlakte = 1000 m2) 3 toiletruimten vereist. Volgens artikel 4.36 lid 4 dient dan in 3/10 = 0,33 (= 1; afgerond naar boven) integraal toegankelijke toiletruimte te worden voorzien. Genoemde toiletruimte is 1 van de 3 vereiste toiletruimten. Voorbeeld 3: Volgens artikel 4.35 lid 4 zijn in het gebouw in voorbeeld 3 (totale gebruiksoppervlakte = 4300 m2) 25 toiletruimten vereist. Volgens artikel 4.36 lid 4 dient dan in 25/10 = 2,5 (= 3; afgerond naar boven) integraal toegankelijke toiletruimten te worden voorzien. Genoemde toiletruimten maken deel uit van de 25 vereiste toiletruimten.
Het Bouwbesluit stelt eisen aan het aantal toiletruimten dat in een gebouw aanwezig moet zijn. Om te bewerkstelligen dat ook rolstoelgebruikers gebruik kunnen maken van een toiletruimte, geeft het Bouwbesluit ook aan of er integraal toegankelijke toiletruimten moeten worden aangebracht en hoeveel. Of integraal toegankelijke toiletruimten zijn vereist, is afhankelijk van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie en het aantal vereiste (niet integraal toegankelijke) toiletruimten. Voor bestaande bouw schrijft het Bouwbesluit geen integraal toegankelijke toiletruimten voor.