Het luchtdicht maken van de gevel met speciale aandacht voor de aansluiting van houten gevelelementen. Zorg voor een goede afdichting van de aansluitingen ter plaatse van de begane-grondvloer, de bouwmuur of kopgevel, de verdiepingsvloer, en de dakvoet.
De aansluiting van houten gevelelementen ter plaatse van de vloer moet bij voorkeur worden gedicht met pur-schuim. Voor een goede hechting van het afdichtingsmateriaal zal de vloer schoon moeten zijn. Zet de afdichting zorgvuldig door tot en met de hoeken. In verband met de werking van HSB-elementen heeft het de voorkeur om hier elastisch pur-schuim toe te passen. De minimale voegbreedte is hierbij 6 mm.
Figuur A SBR-details 204.1.1.01.
Voor de afdichting van de aansluiting tussen de bouwmuur en het houten gevelelement zijn verschillende materialen bruikbaar: pur-schuim of compressieband. Om een uitstekende luchtdichting (klasse 3 te realiseren, is het verstandig de aansluiting aan de spouwzijde af te plakken.
Zet de afdichting zorgvuldig door tot en met de hoeken. In verband met de werking van HSB-elementen heeft het de voorkeur (bij gebruik van pur) om elastisch pur-schuim toe te passen. De minimale voegbreedte is hierbij 6 mm; de voegdiepte is 30 mm.
Figuur B BR-details 204.1.1.01.
Gebruik pur-schuim of band als afdichting tussen het binnenspouwblad en de verdiepingsvloer. In deze voeg moet een dichting worden aangebracht die de belasting van de vloer niet overdraagt. Gebruik purschuim als afdichting tussen het binnenspouwblad en de verdiepingsvloer. Breng de pur-schuim aan met een doseerpistool, zodat snijverlies wordt beperkt. In verband met de werking van HSB-elementen (en kruip van de vloer) heeft het de voorkeur om hier elastisch pur-schuim toe te passen. Om een uitstekende luchtdichting (klasse 3) te realiseren, is het verstandig de aansluiting aan de spouwzijde af te plakken.
Figuur C SBR-detail 301.1.1.01.
Zorg bij het toepassen van een kantgording (muurplaat) dat er een dubbele afdichting aanwezig is: zowel tussen de kantgording en het dak als onder de kantgording: zie Figuur D.
Tussen kantgording en dak
Gebruik voor de afdichting tussen het dakelement en de kantgording compressieband of rubberprofielen met open kern. Breng deze afdichting bij voorkeur aan tegen de aanslaglat, zodat het dichtingsmateriaal niet verschuift bij het plaatsen van de kap. Verder heeft lijmen van de afdichting de voorkeur boven nieten en spijkeren.
Onder de kantgording
Onder de kantgording kan het beste elastisch pur-schuim worden gebruikt. Zorg er bij toepassing van PE-band voor dat deze goed klemmend wordt aangebracht. Voorzie tevens de kopse zijde van de kantgording van afdichtingsmateriaal (compressieband / pur) en houd bij het stellen van de kantgording rekening met deze afdichting.
Figuur D SBR-detail 401.1.1.01.
Hoe zwaarder een bouwwerk wordt geïsoleerd, hoe groter de (relatieve) invloed van de luchtdichtheid is op het totale transmissieverlies. Hoewel de grootste luchtlekken in het dak en de begane grondvloer te vinden zijn, is het van belang dat - met name vanwege de steeds strengere eisen - ook de luchtlekkage via de gevel zo veel mogelijk wordt beperkt.
Omdat houten gevelelementen geprefabriceerd worden, kunnen de luchtdichtingen in de fabriek in het element zelf goed worden aangebracht: er is immers geen sprake van vocht, zand en andere hinderlijke factoren. Bij toepassing van houten gevelelementen zal men dan ook met name moeten letten op hun aansluiting, waarbij het vooral gaat om de werking die het afdichtingsmateriaal kan opnemen.