Infoblad 255 - Houtskeletbouw; Bouwmuurdetails

De bouwmuurdetails bij houtskeletbouw, die qua geluid en brandwerendheid kritisch zijn, goed ontwerpen en uitvoeren.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

5 onderwerpen

In de SBR-Referentiedetails Woningbouw-Houtskeletbouw zijn details opgenomen die voldoen aan de eisen gesteld in het Bouwbesluit. In dit infoblad worden de uitgangspunten en aandachtspunten voor ontwerper en uitvoerder besproken, waarbij de details voldoen aan de eisen voor onder andere geluidsisolatie en brandwerendheid. Onderwerpen:

  • Begane-grondvloeren
  • Bouwmuren
  • Etagescheidende vloeren
  • Geluidwerendheid
  • Brandwerendheid
  • 1. Begane grondvloeren
    In de houtskeletbouwdetails komen drie typen begane grondvloeren voor:

    • ribcassettevloer;
    • kanaalplaatvloer;
    • combinatievloer.

    Details met begane-grondvloeren van hout zijn niet uitgewerkt, omdat deze voor nieuwbouwwoningen in de praktijk nauwelijks worden toegepast.

    2. Bouwmuren
    Als uitgangspunt voor de woningscheidende wanden is de volgende opbouw gekozen:

    voor woningen:
    ankerloze spouwconstructie bestaande uit houten stijlen 38 mm x 89 mm, met isolatie van 90 mm dik tussen de stijlen en aan beide zijden een binnenplaat van 15 mm vezelversterkte gipsplaat (GKF) (figuur 1).

    voor woongebouwen:
    idem als voor woningen, echter aan beide zijden twee vezelversterkte gipsplaten (GKF) dik 15 mm in verband met de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken. Gekozen is voor een h.o.h.-afstand van de houten stijlen groot 400 mm. Alternatieven zoals stijlen 38 mm x 89 mm h.o.h. 600 mm met dubbele gipsplaat en stijlen 38 mm x 120 mm met enkele gipsplaat zijn in principe ook mogelijk. Dit heeft met name consequenties voor de geluidwering.

    Figuur 1: detail 104.4.0.01 bouwmuur aansluitend op fundering.

    3. Etagescheidende vloeren
    Als uitgangspunt is de volgende opbouw gekozen:

    verdiepingsvloeren:
    Een houten balklaag 45 mm x 220 mm met een vloerdek van 18 mm. Het plafond bestaat uit een binnenplaat van 15 mm vezelversterkte gipsplaat (GKF). Deze plaat is bevestigd met een metalen veerrail; tussen de houten balklaag wordt een laag minerale wol van 80 mm dik aangebracht (figuur 2).

    Figuur 2: detail 304.4.0.01 bouwmuur aansluitend op verdiepingsvloer.

    woningscheidende vloeren:
    Een houten balklaag 45 mm x 220 mm met een vloerdek van 18 mm. Het plafond bestaat uit een binnenplaat van 2 mm x 15 mm vezelversterkte gipsplaat (GKF). Deze platen zijn bevestigd met een metalen veerrail; tussen de houten balklaag wordt een laag minerale wol van 80 mm dik aangebracht; op het vloerdek wordt een droge zwevende dekvloer aangebracht, bestaande uit een verende laag van 10 mm en een dekvloer van 20 mm plaatmateriaal in twee lagen (figuur 3).

    Figuur 3: detail 367.4.0.01 bouwmuur aansluitend op woningscheidende vloer met zwevende dekvloer.

    De vloeren maken meestal deel uit van de hoofddraagconstructie en dienen daarom een bepaalde brandwerendheid met betrekking tot bezwijken te bezitten (afdeling 2.2 Bouwbesluit).

    4. Geluidwerendheid
    Woningscheidende wanden
    Voor het realiseren van de vereiste geluidwering tussen twee woningen is een gescheiden constructie van houten dragers noodzakelijk. De in het laboratorium gemeten waarde van de basisconstructie moet ruimschoots voldoen aan de gestelde eisen. In de praktijk betekent dit dat men uit moet gaan van een constructie met de in het laboratorium gemeten isolatiewaarden die ten minste 5 dB hoger zijn dan de te behalen geluidwering. Bij het uitwerken van de details is gekozen voor stijlen 38 mm x 89 mm h.o.h. 400 mm. De warmteweerstand is dan = 3,0 m2.K/W. Hiermee kan een geluidsisolatie worden gerealiseerd van Ilu:k = +3 dB (figuur 4). Alternatieven zijn:
    - dubbele stijlen 38 mm x 89 mm h.o.h. 600 mm voorzien van 2 mm x 15 mm GKF ; Ilu:k = + 6dB
    - stijlen 38 mm x 89 mm h.o.h. 600 mm voorzien van 2 mm x 12,5 mm GKB; Ilu:k =+ 6dB
    - stijlen 38 mm x 89 mm h.o.h. 600 mm voorzien van 2 mm x 15 mm GKF; Ilu:k = + 6dB

    Figuur 4: detail 204.4.1.01 bouwmuur aansluitend op langsgevel.

    Het heeft de voorkeur uit te gaan van een 'open spouwblad' (figuur 4). Hierbij wordt in de spouw geen plaatmateriaal aangebracht. Indien dit om constructieve redenen toch noodzakelijk is, dan zal het beperkt moeten blijven tot maximaal 50% van het oppervlak aan beide zijden en niet tegenover elkaar (dat wil zeggen verspringend) aangebracht. Hierdoor zal de geluidwering van de woningscheidende wand enigszins afnemen. In verband met de brandwerendheidseisen worden de woningscheidende wanden bij woongebouwen voorzien van 2 mm x 15 mm vezelversterkte gipsplaat (GKF) (figuur 3).

    Bijkomend voordeel hiervan is dat de geluidsisolatie van de woningscheidende wand verbetert. Ook de geluidsisolatie van de woningscheidende vloerconstructie zal verbeteren, omdat er minder geluidsoverdracht via de (flankerende) wanden mogelijk is. De vulling met minerale wol tussen de stijlen in de spouwbladen van de woningscheidende wand levert een belangrijk aandeel in de geluidsisolatie en de brandwerendheid van die wand. Open naden tussen vulling en stijlen moeten voorkomen worden. Daarnaast mag de vulling niet uit de wand vallen direct na het doorbranden van de bekleding. Dit kan worden bereikt door:

    • platen van minerale wol met enige overmaat klemmend tussen de stijlen aan te brengen;
    • de vulling zorgvuldig tegen de zijkanten van stijlen en regels aan te brengen;
    • zo weinig mogelijk naden in de minerale wol aan te brengen;
    • voor zover aan de spouwzijde geen beplating aanwezig is een 'rugdekking' aan te brengen aan de spouwzijde van de wand in de vorm van rachels, gaas, dampdoorlatende folie, ijzerdraad, band en dergelijke.

    Woningscheidende vloeren
    Het grootste probleem bij woningscheidende vloeren is de contactgeluidsisolatie. Om die reden is altijd een zwevende dekvloer noodzakelijk op het vloerdek. Daarnaast is een verend opgehangen plafond noodzakelijk met een dubbele gipsplaat van 15 mm dik. De verende ophangconstructie wordt gerealiseerd met behulp van een metalen veerrail. Tussen de balken wordt een minerale-wollaag aangebracht van 80 mm dik(figuur 3). Een zwevende vloer bestaat uit een verende (akoestisch slappe) laag van bijvoorbeeld minerale wol met een iets hogere densiteit (dichtheid). Daarbovenop komt de dekvloer. Deze kan in droge en natte uitvoering worden gerealiseerd. In de details is een droge zwevende dekvloer opgenomen.

    Verdiepingsvloeren
    Ook bij verdiepingsvloeren speelt de contactgeluidsisolatie een rol. Hoewel eenvoudig aan de in het Bouwbesluit vereiste waarde van -20 dB kan worden voldaan, zal dit in het dagelijks gebruik hinder kunnen opleveren. In verband met de benodigde brandwerendheid worden metalen veerregels toegepast voor de bevestiging van de plafondplaten. Dit omdat de verdiepingsvloer vrijwel altijd onderdeel is van de hoofddraagconstructie. Bijkomend voordeel is dat hierdoor ook de geluidsisolatie zal verbeteren ten opzichte van houten regels. Tussen de gordingen wordt een laag minerale wol van 80 mm dik aangebracht.

    5. Brandwerendheid
    De brandwerendheidseisen die het Bouwbesluit stelt, hebben betrekking op constructies als geheel. In de details zijn brandwerendheidseisen voor gehele constructies - bijvoorbeeld de eis met betrekking tot brandoverslag tussen gebouwen - niet te garanderen. Ook het ontwerp speelt een rol. Niettemin bepaalt de zwakste schakel de sterkte van de keten, zodat in de details wel rekening moet worden gehouden met de brandwerendheidseisen. De SBR-Referentiedetails dragen qua vorm, dimensies of materiaalgebruik niet bij aan een brandgevaarlijke situatie. Verder is de zorgvuldigheid van de uitvoering van belang voor de brandwerendheid in de praktijk. Voor de referentiedetails houdt dit bijvoorbeeld in dat de daarin aangegeven beschermende lagen, zoals gipsplaten of gipsvezelplaten, een constructie volledig moeten afdekken.

    Uitgangspunt voor de houtskeletbouwdetails is dat de verdiepings- en woningscheidende vloeren deel uitmaken van de hoofddraagconstructie. Voor woningen is om die reden een brandwerendheid met betrekking tot bezwijken vereist van ten minste 60 minuten. Voor woongebouwen is een brandwerendheid met betrekking tot bezwijken vereist van ten minste 90 minuten. Bij de details die zowel voor woningen (W) als woongebouwen (WG) toepasbaar zijn, is in een inzet aangegeven welke extra voorzieningen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de vereiste brandwerendheid voor woongebouwen (WG). Ter plaatse van de bouwmuren heeft dit over het algemeen een bijkomend positief effect, omdat daardoor ook de geluidwering toeneemt (figuur 5).

    Figuur 5: detail 207.4.2.01 bouwmuur aansluitend kozijn.

    ACHTERGROND

    In de woningbouw wordt de houtskeletbouwmethode (HSB) al zo'n dertig jaar gebruikt. Deze methode vindt de laatste jaren steeds meer toepassing. Ook appartementengebouwen kunnen in het HSB-systeem worden uitgevoerd. Er zijn aanzienlijke energiebesparingen te behalen met HSB. Daarnaast is het een milieuvriendelijke bouwmethode. Doordat houtskeletbouwwoningen vrij lichte constructies hebben, kunnen problemen ontstaan qua geluid en brandwerendheid ter plaatse van de woningscheidende wanden.

    AANDACHTSPUNTEN

    Aandachtspunten ontwerper

    • Indien de ankerloze spouw ter plaatse van de begane-grondvloer niet met een strook folie wordt dichtgezet, geef dan een strook in PE-folie verpakte minerale wol in de spouw aan (figuur 1).
    • Geef ter voorkoming van energieverliezen en branddoorslag aan, dat de spouw van de ankerloze bouwmuur ter plaatse van de gevel dichtgezet moet worden met een strook minerale wol (figuur 2 , 3, 4, 5).
    • Geef ter voorkoming van houtrot of kromtrekken van de gevelbeplating voldoende spouwventilatie aan. Raadpleeg hiervoor ook de KVT (figuur 5).
    • Geef bij funderingsdetails een scheidingslaag aan tussen een anhydrietdekvloer (gewenst vanwege DuBo en Arbo) en de constructievloer. Schrijf als scheidingslaag een spray-compound voor om ongewenste luchtinsluitingen te voorkomen (figuur 3).

    Aandachtspunten werkvoorbereider / uitvoerder

    • Ondersabel de stelregel zorgvuldig (figuur 1).
    • Op de bouwplaats aan te brengen gipskartonplaten dienen geschroefd te worden (figuur 1, 2, 3, 4, 5).
    • Vermijd een luchtstroom tussen kruipruimte en woning door alle openingen in de begane-grondvloer zorgvuldig af te dichten. Raadpleeg SBR-publicatie 360 "Luchtdicht-bouwen" (figuur 1).
    • Breng op de bouwplaats de isolatie in de HSB-elementen pas aan, nadat gecontroleerd is of het vochtpercentage in het hout < 20% is (figuur 1, 2, 3, 4, 5).
    • Breng ter bescherming van de isolatie in de (ankerloze) spouw een waterwerende dampdoorlatende laag (wwdd-laag) aan. Uit de praktijk blijkt, dat de 'gaatjesfolie' in dakconstructies onvoldoende damp-open is (figuur 1, 2, 3, 4, 5).
    • Bepaal in overleg met de leveranciers van gemetselde buitenspouwbladen, lateien en metselwerkondersteuningen, de plaats en uitvoering van de dilatatievoegen. Ter plaatse van de bouwmuur zal het buitenmetselwerk gedilateerd moeten worden (behalve bij kleine penanten maximale lengte 0,50 m) (figuur 4).
    • De stroken isolatie tussen elementen strak aanbrengen. Door luchttransport (convectie) kan de isolatiewaarde sterk teruglopen en ontstaat een lage f-factor (koudebrug) (figuur 1, 2, 3, 4, 5).
    • Vermijd akoestische koppelingen en maak daarom geen (prefab) doorlopend regelwerk en beplating tussen twee woningen (ter plaatse van bouwmuren, vloer- en dakranden) (figuur 5).
    • Breng de vereiste ventilatieopeningen voor de ventilatie achter plaatmaterialen (en gevelbetimmeringen) conform de verwerkingsvoorschriften aan (figuur 5).
    • Vermijd koppelingen tussen dekvloer en constructievloer en breng de randstroken zorgvuldig aan (figuur 3).
    • Breng EPS-, minerale wol- of foamstroken (randstroken) kort voor het aanbrengen van de dekvloer aan om beschadiging te voorkomen (figuur 3).

    OVERIGE INFORMATIE

    SBR, prettig kennis te maken.