In brandwerend glas staan stempels waaruit de brandwerendheid is te herleiden. Er is een aantal typen brandwerend glas te onderscheiden:
- E 30 of E 60 beglazing;
- EW 30 of EW 60 beglazing;
- EI 30 of EI 60 beglazing;
- Spiegeldraadglas.
Is niet te herleiden welke glassoort is toegepast dan is dat reden om het glas te vervangen.

In de norm NEN 6069 wordt omschreven op welke criteria een brandwerende constructie wordt getoetst. Dat zijn:
- R: brandwerendheid met betrekking tot bezwijken.
- E: vlamdichtheid betrokken op de afdichting.
- W: thermische isolatie betrokken op de warmtestraling.
- I: thermische isolatie betrokken op de temperatuur.
R: brandwerendheid met betrekking tot bezwijkenHet R criterium is voor glas niet van toepassing: glas wordt als regel niet als dragende constructie toegepast.
E: vlamdichtheid betrokken op de afdichtingBrandwerende beglazing begint bij vlamdichtheid betrokken op afdichting. Dat wordt aangeduid met een E waarachter de brandwerendheid in minuten wordt aangegeven. Er zijn beglazingen te koop die alleen aan het criterium vlamdichtheid voldoen. Een voorbeeld daarvan is spiegeldraadglas. De toepassing van E- beglazingen is overigens uiterst beperkt. Het kan voorkomen in binnen- buitenconstructies waar direct vlamcontact vermeden moet worden, maar waar warmtestraling geen probleem is.
W: thermische isolatie betrokken op de warmtestraling
Het criterium isolatie betrokken op warmtestraling wordt aangeduid met EW. Er wordt dan voldaan aan vlamdichtheid en warmtestraling. Het glas laat dan geen of minder warmtestraling door. Normale brandscheidende puien in een gebouw moeten voldoen aan het EW criterium.
I: thermische isolatie betrokken op de temperatuurHet criterium isolatie betrokken op temperatuur wordt aangeduid met EI, maar voldoet als regel ook aan EW. Bij blootstelling aan een standaardbrandkromme mag de temperatuurstijging tijdens de proef aan de niet blootgestelde zijde gemiddeld niet hoger oplopen dan 140°C, en lokaal maximaal tot 180°C. Dit type glas wordt in Nederland van rechtswege niet voorgeschreven, maar wordt bijvoorbeeld toegepast wanneer zich achter het glas brandbare spullen bevinden die moeten worden beschermd.
Enkele fabrikanten brengen geen E/ EW of EI aanduiding aan in hun stempels. Ze volstaan dan met de type-aanduiding (merknaam) en de dikte van het glas. In die gevallen moet via gegevens van de leverancier worden achterhaald wat de brandwerendheid van het glas is.
Opmerking 1:Niet alle glassoorten zijn symmetrisch. Dat wil zeggen dat het glas in de ene richting brandwerend kan zijn en in de andere richting niet. Het verdient dan ook de voorkeur om altijd bij de fabrikant na te gaan wat de eigenschappen van het glas zijn.
Opmerking 2:
Brandwerend glas is aan maximum afmetingen gebonden. Ook hiervoor kan documentatie van de fabrikant uitkomst bieden. Het verdient hierbij de voorkeur om op zoek te gaan naar ‘harde’ gegevens, dat wil zeggen: testrapporten. Vermeldingen in brochures zijn niet altijd even betrouwbaar.
Brandwerendheid spiegeldraadglasDe brandwerendheid van spiegeldraadglas staat ter discussie. Nieuw spiegeldraadglas is sinds de invoering van CE markeringen niet meer in brandwerende uitvoering te koop. Bij vervanging na bijvoorbeeld breuk zal dus een keuze voor een andere glassoort gemaakt moeten worden. Voor bestaande situaties wordt spiegeldraadglas gedoogd mits aan bepaalde afmetingen wordt voldaan. Deze afmetingen moeten worden gemeten binnen een segment van 2,5 x 2,5 meter. Algemeen wordt als vuistregel gehanteerd dat onderstaande oppervlakten acceptabel zijn:
- 60 minuten wbdbo: maximaal 0,9 m2 per segment van 2,5 x 2,5 meter;
- 30 minuten wbdbo: maximaal 1,7 m2 per segment van 2,5 x 2,5 meter;
- 20 minuten wbdbo: maximaal 3,0 m2 per segment van 2,5 x 2,5 meter.
Spiegeldraadglas laat warmtestraling door. Wanneer de opgegeven oppervlakten niet worden overschreden mag worden aangenomen dat deze warmtestraling binnen de perken blijft. Er kan dus binnen de gegeven afmetingen een EW klassering aan dit glas worden toegekend.