Infoblad 379 - Instanties bij aanvraag vergunning

Met welke verschillende vergunningen en overheidsinstanties krijgt een aanvrager te maken bij het bouwen?

OPLOSSINGRICHTING

‘Bevoegd gezag’ verschilt per vergunning
Voor het bouwen is doorgaans een bouwvergunning nodig en soms ook andere vergunningen. Vergunningen worden verleend door het ‘bevoegd gezag’. De wet- en regelgeving waarin een vergunning is geregeld, geeft ook aan welke overheidsinstantie het bevoegde gezag is voor die vergunning. Bij diezelfde overheidsinstantie moet de vergunning ook worden aangevraagd.
  • College van Burgemeester en wethouders (b&w). Een bouwvergunning wordt verleend door de gemeente, of beter gezegd ‘het College van Burgemeester en wethouders (b&w)’. Dat is zo vastgelegd in de Woningwet.
  • College van Burgemeester en wethouders (b&w). Bij een eventueel benodigde milieuvergunning zijn b&w meestal het bevoegd gezag, volgens de Wet milieubeheer.
  • College van Gedeputeerde Staten of de Minister van VROM. In sommige gevallen is niet de gemeente, maar het College van Gedeputeerde Staten of de Minister van VROM bevoegd de milieuvergunning te verlenen. Het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb) geeft in totaal 38 categorieën van inrichtingen aan waarvoor dit geldt. Bijvoorbeeld inrichtingen met motoren van een bepaald vermogen, inrichtingen waar bepaalde werkzaamheden plaatsvinden, ziekenhuizen, laboratoria en dansscholen.
  • Waterschap. Voor het lozen van vervuild water op het oppervlaktewater is vaak een lozingsvergunning volgens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO) nodig. Het waterschap geeft zo'n vergunning af.
  • Waterschap. Voor bouwen bij een waterloop is in de meeste gevallen toestemming van het Waterschap nodig (Waterschapskeur).

In sommige gevallen is geen vergunning nodig, maar volstaat een 'melding'. Bijvoorbeeld voor het gebruiken van bouwstoffen. Voor het Bouwstoffenbesluit (zie SBR Infoblad 373 ‘Informatieplicht Bouwstoffenbesluit’) kunnen verschillende instanties optreden als ‘bevoegd gezag’.
  • Waterschap of Hoogheemraadschap. Bij bouwstoffen die worden gebruikt in oppervlaktewater, is de waterkwaliteitsbeheerder het bevoegd gezag. Dit kan een waterschap zijn, hoogheemraadschap en dergelijke.
  • Gemeente. Bij gebruik van een bouwstof op de bodem is meestal de gemeente het bevoegd gezag.


Bevoegd gezag bij (toekomstige) 'omgevingsvergunning'
Op 1 januari 2009 wordt de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van kracht. Hierbij worden alle vergunningen, benodigd voor bouwen, wonen, ruimte, milieu en monumentenzorg, onder gebracht in één vergunning, de ‘omgevingsvergunning’. Zo'n vergunning zal worden verleend door één overheidsinstantie. Wie gaat bouwen, heeft dus nog te maken met slechts één overheidsinstantie.
In de meeste gevallen zal de gemeente het 'bevoegd gezag' zijn voor een omgevingsvergunning. In de gevallen waarin bijvoorbeeld naast de gemeente, ook de provincie bevoegd gezag is, treedt de provincie op als 'bevoegd gezag'. Vraagt bijvoorbeeld een groot bedrijf een omgevingsvergunning aan, dan is de provincie in dat geval het 'bevoegd gezag' voor de hele omgevingsvergunning.

Afdelingen binnen gemeente bij bouwaanvraag
  • College van Burgemeester & Wethouders (b&w) van de gemeente. Dit verleent een bouwvergunning.
  • Bouw- en Woningtoezicht. Dit is meestal de verantwoordelijke afdeling of dienst binnen de gemeente waarmee de aanvrager van een bouwvergunning direct te maken krijgt. Het Bouw- en Woningtoezicht heeft volgens artikel 100, lid 1, van de Woningwet onder meer tot taak binnen de gemeente toezicht te houden op de naleving van de Woningwet en alle daaraan gekoppelde wet-/regelgeving, zoals de bouwverordening en het Bouwbesluit. Een gemeentebestuur kan het bouw- en woningtoezicht ook op een andere manier regelen, bijvoorbeeld door een gemeenschappelijke regeling met andere gemeenten, of door uitbesteding aan private bureaus.
  • Gemeentelijke ‘welstandscommissie’. Deze toetst een nieuwbouwplan aan de Welstandsnota van de gemeente. Het is een onafhankelijke commissie die wordt benoemd door de gemeenteraad. De welstandscommissie brengt advies uit aan b&w over de vraag of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk al dan niet in strijd is met de 'redelijke eisen van welstand'. Overigens hoeft b&w zich niet aan een advies van de welstandscommissie te houden.
  • Afdeling Stedenbouw (hiervoor gebruiken gemeenten verschillende benamingen). Deze afdeling heeft met een bouwplan te maken als het bestemmingsplan daarvoor moet worden gewijzigd.
  • Andere afdelingen. Bouw- en Woningtoezicht legt een bouwplan meestal voor toetsing voor aan andere afdelingen binnen de gemeente. Vooral de plaatselijke brandweer, voor toetsing van bouwplannen aan de brandveiligheidseisen. In de meeste gemeenten legt b&w die toetsing bij de brandweer. Dat kan op grond van 100, lid 2, van het Woningwet, waarin is bepaald dat b&w ambtenaren kunnen aanwijzen die belast zijn met (onderdelen van) het bouw- en woningtoezicht.
Afdelingen binnen gemeente bij bouwuitvoering
In zijn rol als bouwer zal het bouwbedrijf voor de uitvoering van de bouw ook met de gemeente in contact moeten treden over bouwverkeer, opslag van bouwmaterialen in het openbaar gebied, precario, aanvragen van een sloopvergunning en dergelijke. In dat kader kan het bouwbedrijf met diverse gemeentelijke instanties (bijvoorbeeld de afdelingen ‘verkeer’ of ‘milieu’) te maken krijgen, maar ook met diensten als de Arbeidsinspectie.

ACHTERGROND INFORMATIE

De 'houder van de (bouw)vergunning' wordt door de overheid als eerste aangesproken op naleving van de bouwregels en het bouwen volgens de verleende bouwvergunning. De eigenaar/opdrachtgever van een bouwwerk is de houder van de vergunning.
Wanneer het bouwbedrijf zelf ontwikkelt én bouwt, is het dus ook zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van de bouwvergunning en alle andere benodigde vergunningen, het voldoen aan de bouwvoorschriften (Bouwbesluit, gemeentelijke bouwverordening, Bouwstoffenbesluit, et cetera.) en het bouwen volgens de bouwvergunning. Het bouwbedrijf krijgt dan met vele overheidsinstanties te maken.
Als het bouwbedrijf niet zelf bouwt, kan de opdrachtgever bepaalde taken en verantwoordelijkheden doorschuiven naar het bouwbedrijf via het (privaatrechtelijke) contract tussen opdrachtgever en bouwbedrijf. Als gemachtigde van de opdrachtgever kan het bouwbedrijf dan toch met die instanties te maken krijgen.

AANDACHTSPUNTEN

Geen bijzondere aandachtspunten.

OVERIGE INFORMATIE

  • Een volledig overzicht van bevoegd gezag en vergunningen: VROM-informatieblad 6088 'Reikwijdte omgevingsvergunning herziene versie' te downloaden via www.vrom.nl (http://www.vrom.nl/pagina.html?id=2706&sp=2&dn=6088)
  • Ministerie van VROM: dossier bouwregelgeving, via www.vrom.nl.
  • ‘Publiekrechtelijke procedures rond het bouwen’, SBR publicatie 319.
  • SBR Infoblad 216: ‘Opdrachtgever en Arbowet’.
  • SBR Infoblad 381: ‘Verantwoordelijkheden voor het bouwbedrijf’.
  • SBR Infoblad 373: ‘Informatieplicht Bouwstoffenbesluit’.
  • SBR Infoblad 378: ‘Aanvragen bouwvergunning’.
SBR, prettig kennis te maken.