Infoblad 380 - Leidingdoorvoer door brandscheidende wand

Afwerken van een doorvoer bij het aanleggen van een kanaal, leiding of kabel door een bestaande brandwerende wand of vloer.

Foto: WM Pacifyre® brandmanchet van Walraven.

OPLOSSINGRICHTING

Herkennen van een brand- of rookscheiding
Brand- en rookscheidingen moeten zijn aangegeven op bouwtekeningen of tekeningen die horen bij de gebruiksvergunning. Op deze tekeningen is ook aangegeven hoeveel minuten brandwerend of rookwerend de scheiding is. Zijn er geen tekeningen beschikbaar, dan is een brand- of rookscheiding te herkennen aan één of meer van de volgende bouwkundige voorzieningen:
  • volledig gesloten wanden en vloeren van steen, beton of gipsplaat;
  • beglazing met draadglas;
  • beglazing met geschroefde glaslatten;
  • beglazing waar in een hoekje of in de rand de brandeigenschappen van de ruit zijn aangegeven, vaak in de vorm van een logo van de producent;
  • de aanwezigheid van deurdrangers en/of magneetcontacten;
  • zware, massieve deuren;
  • deuren in gangen die langer zijn dan 30 meter.
Sommige professionele gebouweigenaren markeren brand- of rookscheidingen met een bordje boven het verlaagd plafond. Bijvoorbeeld met de tekst ‘brandscheiding’, soms aangevuld met ‘verboden werkzaamheden uit te voeren zonder toestemming van de beheerder’. Dit wijst installateurs erop dat hun werkzaamheden geen gaten in de brandscheiding mogen achterlaten. Als het bordje ook het aantal minuten van de brandwerendheid vermeldt, is daaruit direct af te leiden welke soort brandwerende leidingdoorvoeren nodig zijn.

Dichten van restopeningen
Een zichtbare opening in een brand- of rookscheiding rond een kanaal, leiding of kabel is een lek en moet altijd worden dichtgezet. Daarom moeten alle doorvoeren rondom, aan de bovenzijde, de onderzijde en aan de zijkant, brandwerend worden afgewerkt. Hiervoor kan een speciaal brandwerend afdichtingsysteem worden gebruikt. In de regel is dit steenwol in combinatie met een speciale pasta die bij brand opschuimt en de ruimte tussen de wand of vloer en het kanaal, de leiding of de kabel afsluit. Het voor thermische isolatie bedoelde PUR-schuim is NIET geschikt als brandwerend afdichtingsmateriaal.

Foto: Voorbeeld van een branddoorvoer; het WM Pacifyre® brandmanchet van Walraven. Dit brandmanchet bestaat uit een drager van RVS met sluitlippen. Op het RVS is over de gehele oppervlakte een temperatuurgevoelig opzwelmateriaal aangebracht. Dit opzwelmateriaal wordt geactiveerd bij een temperatuur van circa 140 °C. Bij een kunststof buis zal het opzwelmateriaal de buis dichtknijpen en het gat brandwerend afdichten. Bij toepassing van een metalen buis wordt de kier tussen de buis en de muur/vloer brandwerend afgedicht. Het brandmanchet functioneert tot zo’n dertig jaar!

Brandwerende voorzieningen
Als een kanaal, leiding of kabel door de brand bezwijkt, ontstaat een gat in de brand- of rookscheiding. Daarom is het in de meeste gevallen ook nodig voorzieningen te treffen aan het kanaal, de leiding of de kabel zelf.
  • Kabels en leidingen Ø < 75 mm. Voor kabels of leidingen met een diameter van minder dan 75 mm voldoet een brandwerend afdichtingsysteem, zoals hierboven beschreven.
  • Kabels of leidingen Ø > 75 mm. Bij kabels of leidingen met een diameter van meer dan 75 mm is een brandmanchet noodzakelijk. Dat werkt volgens hetzelfde principe als een opschuimende pasta: bij brand wordt de opening afgedicht.
  • Luchtkanalen. Bij luchtkanalen is altijd een brandklep nodig, vanwege hun vaak grote afmetingen. Dit is een speciale klep in het kanaal zelf die bij brand automatisch sluit. Ook al bezwijkt het luchtkanaal, de opening in de wand blijft dan afgesloten.
  • Stalen buisleidingen. Stalen buisleidingen voor bijvoorbeeld gasinstallaties en centrale verwarming hebben zonder speciale voorzieningen een brandwerendheid van ongeveer 30 minuten.

ACHTERGROND INFORMATIE

Brand- en rookscheidingen zijn bouwkundige barrières die bedoeld zijn om te voorkomen dat brand en rook zich onbeperkt door een gebouw kunnen uitbreiden. Daarin mogen beslist geen 'lekken' zitten. Elke nieuwe leidingdoorvoering door een bestaande brandwerende wand of vloer is een potentieel lek.
Meestal is het gat van de doorvoering in de praktijk groter dan de doorsnede van kanaal, leiding of kabel. Na het aanleggen blijft er dus een ruimte tussen de wand of de vloer en de doorvoering achter. Die ruimte vormt een lek. Daarnaast wordt de temperatuur bij een brand in de buurt van een brandwerende wand zo hoog dat kanalen, leidingen en kabels snel zullen bezwijken (‘wegsmelten’). Daardoor ontstaat in de scheiding een gat ter grootte van de doorsnede van de leiding. Door dit gat kan de wand een brand niet meer voldoende tegenhouden.

AANDACHTSPUNTEN

  • Het aanleggen van een nieuw luchtkanaal of een nieuwe leiding, elektra- of netwerkkabel, door een bestaande brandwerende wand of vloer kan grote invloed hebben op de brandveiligheid van het gebouw. Elke leidingdoorvoering is namelijk een potentieel lek!
  • Het voor thermische isolatie bedoelde PUR-schuim is NIET geschikt als brandwerend afdichtingsmateriaal.
  • Er zijn bedrijven die gespecialiseerd zijn in het aanbrengen van brandwerende voorzieningen bij kanalen, leidingen en kabels. Zij geven garantie op de afdichting.

OVERIGE INFORMATIE

  • NVBR publicatie ‘Brandbeveiligingsinstallaties’.
  • ISSO-Rapport 3217, ‘Brandveilig doorvoeren in de sanitaire techniek’.
  • SBR-Infoblad 296 ‘Brandwerende voorzieningen bij doorvoeringen’
  • SBR-ISSO publicatie 809.07 'Brandveilige doorvoeringen'
SBR, prettig kennis te maken.