Herkennen van een brand- of rookscheidingBrand- en rookscheidingen moeten zijn aangegeven op bouwtekeningen of tekeningen die horen bij de gebruiksvergunning. Op deze tekeningen is ook aangegeven hoeveel minuten brandwerend of rookwerend de scheiding is. Zijn er geen tekeningen beschikbaar, dan is een brand- of rookscheiding te herkennen aan één of meer van de volgende bouwkundige voorzieningen:
- volledig gesloten wanden en vloeren van steen, beton of gipsplaat;
- beglazing met draadglas;
- beglazing met geschroefde glaslatten;
- beglazing waar in een hoekje of in de rand de brandeigenschappen van de ruit zijn aangegeven, vaak in de vorm van een logo van de producent;
- de aanwezigheid van deurdrangers en/of magneetcontacten;
- zware, massieve deuren;
- deuren in gangen die langer zijn dan 30 meter.
Sommige professionele gebouweigenaren markeren brand- of rookscheidingen met een bordje boven het verlaagd plafond. Bijvoorbeeld met de tekst ‘brandscheiding’, soms aangevuld met ‘verboden werkzaamheden uit te voeren zonder toestemming van de beheerder’. Dit wijst installateurs erop dat hun werkzaamheden geen gaten in de brandscheiding mogen achterlaten. Als het bordje ook het aantal minuten van de brandwerendheid vermeldt, is daaruit direct af te leiden welke soort brandwerende leidingdoorvoeren nodig zijn.
Dichten van restopeningenEen zichtbare opening in een brand- of rookscheiding rond een kanaal, leiding of kabel is een lek en moet altijd worden dichtgezet. Daarom moeten alle doorvoeren rondom, aan de bovenzijde, de onderzijde en aan de zijkant, brandwerend worden afgewerkt.
Hiervoor kan een speciaal brandwerend afdichtingsysteem worden gebruikt. In de regel is dit steenwol in combinatie met een speciale pasta die bij brand opschuimt en de ruimte tussen de wand of vloer en het kanaal, de leiding of de kabel afsluit. Het voor thermische isolatie bedoelde PUR-schuim is NIET geschikt als brandwerend afdichtingsmateriaal.

Foto: Voorbeeld van een branddoorvoer; het WM Pacifyre® brandmanchet van Walraven. Dit brandmanchet bestaat uit een drager van RVS met sluitlippen. Op het RVS is over de gehele oppervlakte een temperatuurgevoelig opzwelmateriaal aangebracht. Dit opzwelmateriaal wordt geactiveerd bij een temperatuur van circa 140 °C. Bij een kunststof buis zal het opzwelmateriaal de buis dichtknijpen en het gat brandwerend afdichten. Bij toepassing van een metalen buis wordt de kier tussen de buis en de muur/vloer brandwerend afgedicht. Het brandmanchet functioneert tot zo’n dertig jaar!
Brandwerende voorzieningenAls een kanaal, leiding of kabel door de brand bezwijkt, ontstaat een gat in de brand- of rookscheiding. Daarom is het in de meeste gevallen ook nodig voorzieningen te treffen aan het kanaal, de leiding of de kabel zelf.
-
Kabels en leidingen Ø < 75 mm. Voor kabels of leidingen met een diameter van minder dan 75 mm voldoet een brandwerend afdichtingsysteem, zoals hierboven beschreven.
-
Kabels of leidingen Ø > 75 mm. Bij kabels of leidingen met een diameter van meer dan 75 mm is een brandmanchet noodzakelijk. Dat werkt volgens hetzelfde principe als een opschuimende pasta: bij brand wordt de opening afgedicht.
-
Luchtkanalen. Bij luchtkanalen is altijd een brandklep nodig, vanwege hun vaak grote afmetingen. Dit is een speciale klep in het kanaal zelf die bij brand automatisch sluit. Ook al bezwijkt het luchtkanaal, de opening in de wand blijft dan afgesloten.
-
Stalen buisleidingen. Stalen buisleidingen voor bijvoorbeeld gasinstallaties en centrale verwarming hebben zonder speciale voorzieningen een brandwerendheid van ongeveer 30 minuten.