Het luchtdicht uitvoeren van kozijnaansluitingen in de gebouwomhulling en van beglazing of draaiende delen met het kozijn.

Figuur A.
Prefab betonnen binnenspouwblad
Figuur B.
Algemeen
Figuur C SBR-detail 201.0.3.01. Verlijmen van een vertande aansluiting.

Figuur D Aansluiting spouwlat op kozijn met vertande aansluiting en compressieband.

Figuur E rondgaand kunststof of rubberen kaderprofiel.
Gebruik nastelbare scharnieren en sluitplaten. Zorg ervoor dat draaiende delen nauwkeurig zijn afgehangen. Zie hiervoor onder andere de KVT (www.NBvT.nl).
De plaats, vorm en afmetingen van de dichtingsprofielen verschillen per soort kozijn. Zorg ervoor dat het sluitwerk licht knevelend wordt aangebracht / afgesteld. Kaderdichting in deuren is alleen mogelijk bij deuren met een dikte ≥ 54 mm.
Om luchtdichtheidsklasse 2 te realiseren is het niet noodzakelijk om een dubbele kierdichting toe te passen. Met een rondgaand kaderprofiel in combinatie met goed knevelend hang- en sluitwerk kan voldoende luchtdichting worden gerealiseerd. Mogelijk is in verband met de vereiste geluidwering van de gevel wel een dubbele kierdichting noodzakelijk. Voor luchtdichtheidsklasse 3 is dubbele kierdichting wel noodzakelijk.

Figuur F Kitvoeg aanbrengen direct na het plaatsen van het glas.

Figuur G beglazingsprofiel.
Als beglazingsprofiel kan worden gekozen voor een lip- of een kroonprofiel. Zie ook NPR 3577 en NEN-EN 12488. Bij beglazing van binnenuit worden de glaslatten aan de binnenkant geplaatst. Om te voorkomen dat bij houten kozijnen, ramen en deuren water onder de glaslat naar binnen komt behoort een hieldichting te worden aangebracht (bron: NPR 3577).