Infoblad 326 - Mag deur of raam over gemeenschappelijke verkeersruimte draaien?

Aan de hand van het Bouwbesluit vaststellen of een deur of een raam over een gemeenschappelijke verkeersruimte mag draaien.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Om dit probleem op te lossen moeten vier stappen worden gezet. Die zijn weer onder te verdelen in twee fasen.

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 3)

1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit.chriften (
2. Bepaald de relevante paragraaf van de afdeling.
3. Selecteer aan de hand van de voorschriften in de paragrafen de relevante voorschriften.

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 4)
4. Bepaal aan de hand van de relevante voorschriften of het beweegbare constructie-onderdeel over de gemeenschappelijke verkeersruimte of het trottoir mag draaien.

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 3)
1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit
De voorschriften voor beweegbare constructie-onderdelen zijn gegeven in afdeling 2.10: ‘Beweegbare constructie-onderdelen’ van het Bouwbesluit.

2. Bepaal de relevante paragrafen van de afdelingen
Beantwoordt de vraag of het gaat om nieuwbouw dan wel bestaande bouw. In het vervolg zal worden ingegaan op de voorschriften die gelden voor nieuw te bouwen bouwwerken. Een bouwwerk geen gebouw zijnde wordt verder buiten beschouwing gelaten.

Afdeling 2.10: ‘Beweegbare constructie-onderdelen’ is onderverdeeld in twee paragrafen:

  • paragraaf 2.10.1 bevat de nieuwbouwvoorschriften;
  • paragraaf 2.10.2 bevat de voorschriften voor bestaande bouw.

In het vervolg wordt uitgegaan van paragraaf 2.10.1.

3. Selecteer aan de hand van de eisen in de paragrafen de relevante voorschriften
Paragraaf 2.10.1 (nieuwbouw) van afdeling 2.10: ‘Beweegbare constructie-onderdelen’ bevat de artikelen 2.75 t/m 2.78. Artikel 2.76, derde en vierde lid, bevat de eisen voor beweegbare constructie-onderdelen.

Artikel 2.76, derde lid, luidt als volgt:

‘Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een vloer waarover een rookvrije vluchtroute voert, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 2,2 m boven die vloer. Dit voorschrift geldt niet voor een deur, indien de vluchtroute een vrije doorgang heeft met een breedte van ten minste 0,6 m ter plaatse van die deur in geopende stand.’

Artikel 2.76, vierde lid, luidt als volgt:

‘Het eerste, tweede en derde lid gelden niet voor een deur die toegang verschaft tot een ruimte die zo klein is dat een persoon zich daarin niet helemaal kan bevinden.’


Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 4)

4. Bepaal aan de hand van de relevante voorschriften of het beweegbare constructie-onderdeel over de gemeenschappelijke verkeersruimte of het trottoir mag draaien.

Nu de voorschriften (artikel 2.76, derde en vierde lid) in drie stappen zijn gevonden, moeten deze voorschriften worden toegepast om te bepalen of een raam of een deur over een gemeenschappelijke verkeersruimte mag draaien.

Uit de voorschriften kan worden afgeleid dat een beweegbaar constructie-onderdeel over een gemeenschappelijke verkeersruimte mag draaien indien:

  • deze > 2,2 meter boven de vloer is gelegen;
  • in geopende stand van de deur nog een vrije doorgang van 0,6 meter resteert;
  • het een deur van een ruimte betreft waarin zich geen persoon kan bevinden (bijvoorbeeld een meterruimte).

Toelichting beweegbare constructie-onderdelen
Om gevaar te voorkomen tijdens vluchten langs een rookvrije vluchtroute in een gebouw worden er eisen gesteld aan beweegbare constructie-onderdelen, zoals ramen, deuren en luiken. Wanneer wordt uitgegaan van bijvoorbeeld een woongebouw met een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte, is deze verkeersruimte doorgaans een rookvrije vluchtroute. Deuren en ramen die hierop uitkomen mogen alleen naar buiten draaien als ze helemaal geopend kunnen worden (180°) of, als ze niet helemaal geopend kunnen worden (minder dan 180°), in ieder geval een breedte van ten minste 0,6 meter vrij laten.

Hierop is één uitzondering mogelijk:

  • Voor een deur van een ruimte waarin zich geen persoon kan bevinden, zoals een meterkast. Deze deur vormt geen probleem, omdat deze nooit van binnenuit zal worden geopend en daarom in de praktijk geen belemmering is voor vluchtende personen.

ACHTERGROND

Beweegbare onderdelen van bouwwerken, zoals ramen, deuren en luiken, kunnen gevaar opleveren bij het vluchten uit een bouwwerk, dan wel voor voorbijgangers en langskomend verkeer. Daarom zijn in afdeling 2.10 van Bouwbesluit 2003 eisen gegeven om dergelijk gevaar te voorkomen.

In Artikel 2.75, eerste lid, van Bouwbesluit 2003, is de functionele eis opgenomen. Dit artikel luidt als volgt:

‘een te bouwen bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructie-onderdelen dat veilig kan worden gevlucht en dat veilig gebruik kan worden gemaakt van de aan het perceel grenzende openbare ruimte’.

In dit Infoblad wordt ingegaan op de vraag of een deur of een raam over een gemeenschappelijke verkeersruimte mag draaien.

AANDACHTSPUNTEN

Er zijn geen bijzondere aandachtspunten.

OVERIGE INFORMATIE

  • Praktijkboek Bouwbesluit 2003
  • Nota van toelichting bij Bouwbesluit 2003
SBR, prettig kennis te maken.