Infoblad 433 - Mogelijke randvoorwaarden brandvoortplanting voor materialen parkeergarage > 1.000 m²

Aan welke eisen moet een plafond in een parkeergarage voldoen om een brand lokaal te kunnen houden in de garage?

OPLOSSINGRICHTINGEN

Stappenplan

Om dit probleem op te lossen worden de volgende vragen beantwoord:

  • Stap 1: Het specifieke karakter van een brand in een parkeergarage
  • Stap 2: Brandvoortplanting in de LNB-Richtlijn
  • Stap 3: Consequenties voor de materiaaltoepassing

1. Specifieke karakter van brand in parkeergarage
Voor een parkeergarage die groter is dan 1.000 m² moet de aanvrager een beroep doen op een speciaal voor grote brandcompartimenten in Bouwbesluit 2003 opgenomen gelijkwaardigheidsartikel, wanneer hij geen bouwkundige brandcompartimentering wenst. Om de gelijkwaardigheid aan te tonen kan de aanvrager uitgaan van de eigenschappen van een autobrand die wezenlijk anders is dan een brand in bijvoorbeeld een kantoorgebouw. Het brandscenario van een auto die is geparkeerd in een parkeergarage is afwijkend van een regulier brandscenario. Het verschil zit in het brandvermogen en het lokale karakter. Een brand in een regulier brandcompartiment breidt zich uiteindelijk uit tot het hele brandcompartiment, terwijl is gebleken dat een brand in een parkeergarage beperkt blijft tot drie à vier auto's. De brand plant zich voort door de garage, zodat uiteindelijk meer auto's uitgebrand zullen zijn. Maar, de brand blijft lokaal, omdat na enige tijd de auto's vanzelf doven. Dit specifieke karakter geeft de aanvrager de mogelijkheid om maatwerk te leveren, waarbij de bouwkundige en installatietechnische voorzieningen optimaal op elkaar zijn afgestemd.
In de praktijk wordt daaraan veelal invulling gegeven door ervoor te zorgen dat binnen een parkeergarage lokaal blijft. Dit kan bijvoorbeeld door bergingen in een apart brandcompartiment onder te brengen en de materialen van plafonds (en ook de wanden, de kolommen en de vloer) in de parkeergarage aan hogeree eisen voor wat betreft de brandvoortplanting te laten voldoen. Ook de mogelijkheid voor een succesvolle en veilige repressieve inzet door de brandweer wordt doorgaans bij de onderbouwing van de gelijkwaardige oplossing meegewogen.

2. Brandvoortplanting conform Bouwbesluit en LNB-Richtlijn

Bouwbesluit 2003
De eisen voor de brandvoortplanting zijn gegeven in afdeling 2.12 van Bouwbesluit 2003. De eisen voor de rookdichtheid zijn gegeven in afdeling 2.15 van Bouwbesluit 2003. Een parkeergarage is volgens tabel 2.91, van afdeling 2.12 en volgens tabel 2.125, van afdeling 2.15 een 'overige gebruiksfunctie'. Voor een ruimte in een overige gebruiksfunctie (niet zijnde een rookvrije vluchtroute) gelden de volgende eisen:

  • Niet-beloopbare constructie-onderdelen (zoals wanden en plafonds): brandvoortplantingsklasse 4 (NEN 6065) en rookdichtheid maximaal 10 m-1 (NEN 6066).
  • Beloopbare constructieonderdelen (zoals vloeren en de bovenkant van traptreden): brandvoortplantingsklasse T1 (NEN 1775) en rookdichtheid maximaal 10 m-1.

LNB-Richtlijn

LNB-Richtlijn De LNB-‘Praktijkrichtlijn gelijkwaardige Brandveiligheidseisen van het Bouwbesluit voor Mechanisch geventileerde parkeergarages met een gebruiksoppervlakte groter dan 1.000 m²’ wordt in de praktijk vaak toegepast ter onderbouwing van een gelijkwaardige oplossing van parkeergarages > 1.000 m2. Deze richtlijn wordt door veel gemeenten gehanteerd als het startpunt voor hun beleid voor het beoordelen van dergelijke gelijkwaardige oplossingen.
Nadrukkelijk wordt echter opgemerkt dat de LNB-Richtlijn niet bindend is en dat ook andere mogelijkheden en oplossingen denkbaar zijn. Basisuitgangspunt is dat, indien een parkeergarage een groot brandcompartiment heeft als bedoeld in afdeling 2.22, van Bouwbesluit 2003, een oplossing moet worden gerealiseerd met een zelfde mate van brandveiligheid als beoogd met de betreffende paragrafen. De brandvoortplanting is een van de aspecten die bij het bepalen van gelijkwaardige veiligheid een rol kan spelen. Er zijn echter ook andere mogelijkheden denkbaar. Onderstaand is nader uitgelegd op welke wijze de LNB-Richtlijn hieraan voor wat betreft de ‘brandvoortplanting’ van materialen invulling geeft.

De LNB-Richtlijn geeft als voorwaarde voor een gelijkwaardige oplossing voor wat betreft de brandvoortplanting en rookontwikkeling de volgende richtlijnen:

  • Onder 'Inventaris': Om te snelle brandvoortplanting en rookontwikkeling te beperken, dienen aan de constructieve en bekledingsmaterialen eisen gesteld te worden.
  • Onder 'Beperken van het ontstaan en ontwikkelen van brand': Elk onderdeel dat tot de constructie behoort, dient te voldoen aan klasse 1 met betrekking tot brandvoortplanting. Vijf procent van de constructie-onderdelen hoeft hieraan niet te voldoen.
  • Het loopvlak van vloeren en trappen dient onbrandbaar te zijn (eveneens met uitzondering van vijf procent van de constructie-onderdelen).

Dit betreft de materialen binnen de parkeergarage zelf; dus het gedeelte waar de brand kan zijn. Daarnaast worden ten opzichte van het Bouwbesluit een aantal aanvullende richtlijnen omschreven voor 'vluchtmogelijkheden' die beginnen buiten het brandcompartiment van de parkeergarage. Dit betreft brandvoortplantingsklasse 2 en een rookdichtheid van 5,4 m-1 voor de wanden en de plafonds alsmede brandvoortplantingsklasse T1 voor vloeren en trappen. Evenals in de prestatie-eisen van Bouwbesluit 2003 geldt ook hier geldt dat vijf procent van de constructie-onderdelen is uitgezonderd.
Algemeen geldt dat voor de situaties waarin de LNB-Richtlijn geen aanvullende richtlijnen voorschrijft, de minimumeisen volgens Bouwbesluit 2003 moeten worden gehanteerd. Zo wordt er in de LNB-Richtlijn bijvoorbeeld geen richtlijn gegeven voor de rookdichtheid van de materialen die worden toegepast in de parkeergarage. Volgens 2.126, eerste lid, van Bouwbesluit 2003, mag de rookdichtheid van dergelijke materialen ten hoogste 10 m-1 zijn.

3. Consequenties voor materiaaltoepassing
Zoals in het voorgaande is aangegeven, zijn, uitgaande van de LNB-Richtlijn, alle benodigde voorzieningen voor een brandveilige parkeergarage gebaseerd op een lokale brand. Dit betekent dat andere brandscenario’s, zoals een brand in een berging of een brand van een plafond in de parkeergarage, niet mogen voorkomen. Een bergingenbrand is te elimineren door een bouwkundige 60 minuten brandwerendheid te maken tussen de parkeergarage en de berging.
Een brandend plafond is te voorkomen door ervoor te zorgen dat de materialen aan het plafond voldoen aan hoge eisen voor de brandvoortplanting. Hiervoor wordt brandvoortplantingsklasse 1 (bepaald volgens NEN 6065) of brandvoortplantingsklasse B (bepaald volgens NEN-EN 13501-1) in de LNB-Richtlijn aangegeven. Hiermee moet bij de materiaalkeuze van de plafonds (en ook voor de andere niet-beloopbare constructie-onderdelen) in de parkeergarage rekening worden gehouden. Aanvullende richtlijnen voor de rookdichtheid van het materiaal worden in de LNB-Richtlijn niet gegeven, omdat deze ondergeschikt zijn aan de rookproductie van de auto’s in geval van brand. De kracht van het concept zit in het feit dat een plafond niet mag bijdragen aan de brand.
Voor wat betreft de materiaalkeuze van het plafond wordt opgemerkt dat eEen plafond dat bepaald volgens NEN-EN 13501-1 de volgende kwalificaties kent: B, s2, d0 voldoet aan de volgende prestaties: bijdrage brandvoortplanting - klasse B, bijdrage rookontwikkeling - s2 en druppelvorming klasse d0. Een dergelijk product kan, uitgaande van de LNB-Richtlijn als gelijkwaardige oplossing, toegepast worden in een grote parkeergarage (> 1.000 m2). Overigens wordt opgemerkt dat in de Nederlandse Bouwregelgeving alleen een verbod tot druppelvorming bij brand geldt voor de aankleding in een besloten ruimte die is bestemd voor het gebruik door personen (artikel 2.1.3, lid 3 van het Gebruiksbesluit).

ACHTERGROND INFORMATIE

Nieuw te bouwen parkeergarages moeten volgens het Bouwbesluit 2003 ingedeeld worden in brandcompartimenten van maximaal 1.000 m², tenzij de aanvrager een beroep doet op het gelijkwaardigheidsbeginsel. Logistiek gezien is het namelijk vaak ongewenst en onmogelijk om een garage in te delen in brandcompartimenten van 1.000 m². Het Landelijk Netwerk Brandpreventie (LNB) heeft in 2002 een conceptrichtlijn opgesteld voor parkeergarages met een gebruiksoppervlakte > 1.000 m² (Praktijkrichtlijn gelijkwaardige Brandveiligheidseisen van het Bouwbesluit voor Mechanisch geventileerde parkeergarages met een gebruiksoppervlakte groter dan 1000 m²), verder aangeduid als 'LNB-Richtlijn'. Deze richtlijn wordt door veel gemeenten gehanteerd als het startpunt voor hun beleid. Daarnaast bestaan er nog enkele gemeentelijke richtlijnen, die onderling verschillen.Nadrukkelijk wordt echter opgemerkt dat de LNB-Richtlijn niet bindend is en dat ook andere mogelijkheden en oplossingen denkbaar zijn. In de veel gebruikte LNB-Richtlijn waarover dit infoblad gaat is aangegeven welke maatregelen in een dergelijke parkeergarage moeten worden genomen om een gelijkwaardige mate van brandveiligheid te realiseren. Eén van deze maatregelen betreft het beperken van de mate van brandvoortplanting van de toegepaste materialen in de parkeergarage. Op dit onderdeel zijn alle richtlijnen uniform.

OVERIGE INFORMATIE

SBR, prettig kennis te maken.