Infoblad 425 - Opwaarderen van brand- en rookwerende puien

Het zodanig opwaarderen van brand- en rookwerende puien die op onderdelen niet voldoen aan de brandveiligheidsvoorschriften, dat deze na aanpassing wel voldoen aan de brandveiligheidseisen.

OPLOSSINGRICHTINGEN



Voor nieuwbouwprojecten wordt veelal een map aangelegd met certificaten van brandwerende puiconstructies. De ervaring leert dat dit vaak niet geldt voor bestaande gebouwen, zeker als deze wat ouder zijn. Daarmee staat dus de brandwerendheid van constructieonderdelen niet altijd onomstotelijk vast. Wanneer deze toch moet worden beoordeeld is een bepaalde mate van kennis en gezond verstand vereist. In het algemeen moeten de volgende stappen worden doorlopen:

  • Achterhalen (uit de vergunningsstukken) van de vereiste brand- of rookwerendheid van een brandscheiding.
  • Brandscheiding visueel inspecteren.
  • Eventuele afwijkingen/ mankementen vaststellen.
  • Eventueel te nemen maatregelen voorstellen.
  • Dit infoblad richt zich met name op de eventueel te nemen maatregelen (onderdeel d) en omschrijft enkele mogelijke aanpassingen die kunnen worden toegepast bij puiconstructies die op onderdelen niet voldoen. Deze aanpassingen betreffen situaties waarbij alle andere alternatieven niet mogelijk blijken. Dat geldt dus nadrukkelijk niet voor nieuwbouw. Bij nieuw te bouwen constructieonderdelen is het altijd zaak gecertificeerde puiconstructies aan te schaffen en niet op basis van inschattingen te beoordelen of iets zal voldoen of niet.

    Houten puien


    Vaste beglazing
    Houten kozijnen kunnen een goede basis vormen voor een brandwerende pui. Voorwaarde is dan wel dat het gaat om een deugdelijk hardhouten kozijn. Wanneer in een houten pui wordt geconstateerd dat de beglazing niet voldoet, dan kan deze worden vervangen. Let daarbij op de volgende zaken:
    • Vraag bij de leverancier van het glas welke afmetingen toelaatbaar zijn. Let daarbij niet alleen op de toegestane afmeting van een enkel segment, maar ook op het toegestane glasoppervlak dat in zijn geheel (dus meerder ruiten naast elkaar) toelaatbaar is.
    • Breng het glas aan volgens de verwerkingsvoorschriften van de glasleverancier. Vaak moeten in de kozijnsponningen bij brand opschuimende bandjes worden aangebracht.
    • Let er bij het glas op of het tweezijdig belastbaar is of niet. Sommige glassoorten kunnen slechts van één zijde aan een standaardbrand worden blootgesteld.
    • Let op de benodigde sponningdiepte. Het is eventueel mogelijk sponningen ‘op te dikken’ met een gelijmde en geschroefde hardhouten lat. Let er daarbij wel op dat ook de glaslat wordt verzwaard, zodat een symmetrische aansluiting op het glas ontstaat. Glas dat asymmetrisch wordt vastgehouden breekt eerder ten gevolge van asymmetrische spanningen.
    Deuren
    Houten deuren met een weerstand tegen branddoorslag van 60 minuten moeten in de regel zijn voorzien van een opschuimende band aan de zijkanten en de bovenkant. Wanneer deze niet aanwezig is, en verder aannemelijk is dat de deur zal voldoen aan een weerstand tegen branddoorslag van 60 minuten, kunnen de opschuimende bandjes naderhand worden aangebracht. Daartoe is het nodig een zaagsnede in de deur te maken en hier de band in te plaatsen. Houten deuren met een weerstand tegen branddoorslag van 30 minuten met een aanslag van slechts 15 mm kunnen tevens worden opgewaardeerd door naderhand een opschuimende band aan te brengen. Daarvoor moet wel vaststaan dat de deur op zichzelf voldoende brandwerend is. Alternatief is het opdikken van de sponningen tot ten minste 27 mm. Hiervoor worden hardhouten latten aangebracht. Latten schroeven en lijmen, zodat ze één geheel vormen met het kozijn.

    Deurnaalden
    Op dubbele deuren kan het voorkomen dat de deurnaald niet brandwerend is. Deze kan worden vervangen. Probleem daarbij is vaak dat de draainaad tussen de deuren bij een brandwerende deurnaald kleiner is dan bij een standaard deurnaald. Dit kan worden opgelost door een hardhouten lat aan te brengen op de deur. Deze lat moet gelijmd en geschroefd worden zodat ze onlosmakelijk deel van de deur uitmaakt.

    Figuur 1, deurnaald vervangen door een brandwerende deurnaald.



    Bij deurnaalden met een aanslag is een sluitvolgorderegelaar noodzakelijk. Anders zou de deur verkeerd om dicht kunnen vallen. De drangers van beide deurbladen moeten er dus voor zorgen dat de deur dichtvalt zoals bedoeld.

    Deur zonder loopslot
    Soms is het wenselijk dat deuren open gaan door ertegenaan te duwen, zonder dat een loopslot wordt bediend. Met name in de zorg komt dit veel voor. Deze deuren moeten bij brand toch een vergrendeling hebben. Deze is te realiseren door sluitpennen toe te passen die bij verhitting uitschuiven. Daarmee blijft de deur bij brand gesloten.

    Figuur 2, bij brand uitschuivende sluitpennen houden de deur bij een brand gesloten.



    Aluminium puien

    Een aluminium pui opwaarderen is in de regel niet mogelijk. De brandwerendheid van aluminium puien is afhankelijk van stalen onderdelen en van de detaillering. Wanneer van een aluminium pui vaststaat dat deze niet voldoet aan een bepaalde brandwerendheid is het de beste oplossing om de pui te vervangen.

    Stalen puien

    Soms zijn in de uitvoering van een werk fouten gemaakt. Of er zijn tijdens de levensduur van een gebouw wijzigingen aangebracht aan stalen puien. In bepaalde gevallen is het mogelijk deze gebreken te corrigeren. Daarvoor is het wel nodig dat toegepaste profielsysteem op zichzelf voldoende brandwerendheid heeft. Het aanpassen van bestaande stalen puien is een specialisme. Geadviseerd wordt daartoe een notified body in te schakelen die kan beoordelen wat wel en wat niet mogelijk is.

    Elektronische sloten
    In stalen puien worden vaak elektrische sloten aangetroffen. In veel gevallen wordt voor deze elektrische sloten een wegklapbare sluitkom aangebracht in het kozijn. Meestal wordt hiermee de dagschoot vrijgegeven. Wanneer deze sluitkom de enige sluiting is van de betreffende deur dan wordt de brandwerendheid beëindigd op het moment dat de sluitkom opengaat. Er is dus ook een loopslot benodigd op een deur met een wegklapbare sluitkom. Het heeft de voorkeur de elektronische sloten aan te sluiten op de nachtschoot. Dus op de nachtschoot een wegklapbare sluitkom aanbrengen en de dagschoot gewoon intact laten. Ook zijn er systemen in de handel waarbij de nachtschoot gewoon elektrisch in- en uitschuift. Resumé: toegangscontrole op de nachtschoot en normale bediening met een dagschoot/ loopslot. Wanneer ‘in het werk’ fouten zijn gemaakt en het niet meer mogelijk is om de pui op bovenstaande wijze aan te passen kan soms een systeem met kleefmagneten uitkomst bieden. Deze kleefmagneten houden de deur gesloten totdat bijvoorbeeld een kaartlezer een signaal geeft. Het is dan weer mogelijk de deur te voorzien van een loopslot. De dagschoot kan dan weer worden gebruikt waarvoor deze bedoeld was: de deur bedienen in het dagelijks gebruik. Uiteraard dient wel de sluitkom gefixeerd te worden.

    ACHTERGROND INFORMATIE

    Brandwerende constructies moeten proefondervindelijk worden getest. In Nederland gebeurt dat conform de norm NEN 6069. Rookwerende constructies worden in Nederland getest volgens de norm NEN 6075. Zonder een test kan van een brandwerende constructie niet onomstotelijk worden gesteld of deze zal voldoen of niet. Wanneer in een bestaande situatie een test niet uitvoerbaar of billijk is, kan op grond van de genoemde normen wel een vrij redelijk inzicht worden verkregen in de criteria waar een constructie aan moet voldoen. Het is dan op grond van kennis van brandwerende constructies mogelijk een inschatting te maken. Bij het testen van puiconstructies wordt een combinatie van elementen getest. Een bepaald kozijn, bepaalde afmetingen, een bepaalde deur, een bepaalde glassoort, een bepaald type glaslatten en bepaald hang- en sluitwerk. Wanneer één van deze onderdelen ‘in het werk’ anders wordt gekozen dan in de testopstelling kan dat betekenen dat de constructie niet voldoet. Het blijft dus raadzaam goed te letten op het samenstel der delen.

    AANDACHTSPUNTEN

    Er is de afgelopen jaren erg veel aandacht voor de brandveiligheid van bestaande gebouwen. Met name vanuit de handhavende taak van de overheid. Ook particuliere instellingen willen echter graag weten hoe het er met hun eigen gebouwenvoorraad voor staat. Daarbij blijkt soms dat bij realisatie van bouwconstructies details over het hoofd zijn gezien. In bepaalde gevallen kan dat betekenen dat een puiconstructie uit hoofdzakelijk goede producten is samengesteld, maar op een onderdeel faalt. Het is onder dat soort omstandigheden niet goed uit te leggen dat een gehele puiconstructie vervangen moet worden. Dat brengt tenslotte exorbitante kosten met zich mee. In deze gevallen is het soms mogelijk een pui met enkele aanpassingen toch zo ver op te waarderen dat de slaagkans fors wordt verhoogd bij een brand. Dit infoblad probeert daarbij een hulp te zijn, maar pretendeert niet dat de voorgestelde aanpassingen onder testcondities altijd tot een geslaagd resultaat zullen leiden. Bedenk daarbij dat voor het verkrijgen van zekerheid omtrent een toename van enkele minuten brandwerendheid in bestaande situaties, het veelal nodig is om bijvoorbeeld een viervoudige investering te doen. Bij het inspecteren van brandwerende bouwconstructies door overheden is van belang in redelijkheid en billijkheid te handelen. Het geeft geen pas ineens certificaten te verlangen voor constructies die jaren geleden zijn vergund. Verder is het zo dat de bewijslast voor het ondeugdelijk zijn van een constructie bij het bevoegd gezag rust. Een overheid kan dus niet stellen dat een constructie niet voldoet omdat geen certificaat aanwezig is, maar zal op grond van goede argumenten aannemelijk moeten maken dat er iets mis is. Dit infoblad probeert daarvoor een handreiking te zijn. Omgekeerd is het ook niet zo dat wanneer aan de voorwaarden in dit infoblad wordt voldaan, dat het dan ‘goed’ is. Met andere woorden: de overheid ‘moet’ het goedkeuren. Eén en ander moet in overleg met het bevoegd gezag worden vastgesteld. Wel is het zo dat dit infoblad een aantal aandachtspunten geeft op grond waarvan voor veel standaardconstructies een inschatting kan worden gemaakt. Bij speciale constructies is het raadzaam een notified body in te schakelen.

    OVERIGE INFORMATIE

    • Bouwbesluit 2003.
    • NEN 6069:2005 incl A1: 2005; ‘Experimentele bepaling van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten en het classificeren daarvan’.
    • Praktijkrichtlijn rook- en brandscheidingen, (o.a. gepubliceerd als bijlage 4 in ‘een brandveilig gebouw bouwen’, VNG uitgeverij, Den Haag, 2003).
    • NEN 6075:1991 incl A1:1997 en C1:2005; ‘Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten’.
    • SBR Infoblad 424 ‘Inspectie brand- en rookwerende puien in bestaand gebouw’
    SBR, prettig kennis te maken.