Infoblad 271 - Realisatie van een brandwerende afscheiding

Het realiseren van brandwerende beglazingsconstructies.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Weerstand branddoorslag/brandoverslag

De weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) kan worden gerealiseerd met 3 typen beglazing:

  • Draadglas;
  • Speciaal voorgespannen gecoat glas;
  • Glas met een opschuimende gel tussen twee ruiten, daie geactiveerd wordt in geval van hitte/brand.

Met uitzondering van draadglas kunnen de bovengenoemde glassoorten in isolatieglas worden verwerkt.

ACHTERGROND

In het Bouwbesluit is aangegeven welke bouwdelen weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (en tegen rookdoorgang) moeten hebben. In wanden die weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) moeten leveren, zijn doorzichtige gedeelten vaak nodig en gewenst. De eisen aan brandwerendheid dus ook betreffen de vlam- en rookdichtheid van de beglaasde raamconstructie. Indien voor speciaal voorgespannen gecoat brandwerend glas wordt gekozen, zijn voor de WBDBO de eisen met betrekking tot de hoeveelheid straling door de beglaasde constructie aan de niet-brandzijde van belang.

AANDACHTSPUNTEN

  • Teneinde aan de gestelde eisen te kunnen voldoen, zijn niet alleen de eigenschappen van het glas, maar ook de raamconstructie in combinatie met de vormgeving, evenals de bevestiging aan de omringende constructie van belang. Aan de beglazingsmaterialen zoals steunblokjes, kit en bandmateriaal worden eisen gesteld, teneinde de vereiste brandwerendheid van de scheidingsconstructie te kunnen realiseren.
  • De mate van brandwerendheid kan uitsluitend met genormaliseerde brandproeven worden bepaald. Voor de beoordeling van een ontworpen constructie kan men gebruik maken van de gegevens van eerder uitgevoerde proeven, mits het raammateriaal, de vormgeving van de sponning, de positie van de ruit (bijvoorbeeld verticaal) en de gebruikte glassoort vergelijkbaar zijn. Daar de afmetingen van de ruit een belangrijke factor zijn voor de brandwerendheid, kunnen de resultaten van proeven met aanzienlijk grotere ruiten niet als vergelijkbaar worden beschouwd.
  • De meeste proeven zijn op verticaal geplaatste ruiten uitgevoerd. Daar het uitzakken van de ruit bij hogere temperaturen in niet-verticale positie tot het verlies van brandwerendheid leidt, zijn voor niet-verticale beglazingen vrijwel altijd brandproeven nodig. Voor dit type beglazingen moeten speciale brandwerende hulpmiddelen zoals brandwerende steun- en stelblokjes, siliconen-rubberkit en opzwellende rugvullingsbanden worden toegepast.
  • De brandwerende beglazingstypen voorzien van een gel moeten met bijzondere zorg worden geplaatst. Indien de folie die op de randen is toegepast beschadigd wordt, kan de gel wegstromen. Dit leidt tot een vertekend doorzicht. De gel kan door zijn alkalische eigenschappen bovendien schade aan de aangrenzende beglazing en aluminium ramen toebrengen; zie foto.

    Schade door het uitstromen van de gel uit de brandwerende ruit.

  • Aan de waterdichtheid van de raamconstructie worden extra eisen gesteld daar ook vocht de rand van de gelaagde beglazing kan aantasten.

OVERIGE INFORMATIE

SBR, prettig kennis te maken.