Infoblad 399 - Sparingen in een bestaande brandwerende scheidingsconstructie

Aan de hand van bouwregelgeving vaststellen welke eisen inzake brandwerendheid er gelden voor een nieuwe sparing (doorvoering) in een bestaande brandwerende wand.

Figuur 1 Doorvoer in bestaande wand d.m.v. brandmanchet.

OPLOSSINGRICHTINGEN

De zwakste schakel is bepalend voor de sterkte van de ketting. In de praktijk is de essentie dat WBDBO ter plaatse van de leidingdoorvoer ten minste gelijk is aan wbdbo van de rest van de scheidingsconstructie. Voldoet de scheidingsconstructie niet aan de eisen, dan moet de scheidingsconstructie worden aangepast.
6 stappen in twee fasen
Om dit probleem op te lossen dienen de volgende stappen te worden gezet:

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften
  • De relevante afdeling opzoeken
  • De relevante paragraaf (van de afdeling) selecteren
  • Aan de hand van de tabel (in de paragraaf) de relevante voorschriften selecteren
  • Fase B. Toepassing van de voorschriften
  • Vaststellen welke eisen inzake brandwerendheid kunnen gelden voor een nieuwe sparing
  • Welke eis inzake brandwerendheid in welke situatie?
  • Vaststellen vanaf welke afmeting een sparing moet worden afgedicht
  • Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften

    1. De relevante afdeling opzoeken
    De voorschriften in het bouwbesluit voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) tussen twee brandcompartimenten zijn gegeven in afdeling 2.13 ‘Beperking van uitbreiding van brand’, afdeling 2.14 ‘Verder beperking van uitbreiding van brand’ en afdeling 2.19 ‘Inrichting van rookvrije vluchtroutes’. De voorschriften in afdeling 2.14 gelden alleen voor gebouwen waarin wordt geslapen.

    2. De relevante paragraaf (van de afdeling) selecteren
    Allereerst moet de vraag worden beantwoord of het gaat om nieuwbouw dan wel bestaande bouw. De nieuwbouwvoorschriften in afdeling 2.13 (‘Beperking van uitbreiding van brand’) staan in paragraaf 2.13.1; deze paragraaf omvat de artikelen 2.104 t/m 2.109. De voorschriften voor bestaande bouw staan in paragraaf 2.13.2; deze paragraaf omvat de artikelen 2.110 t/m 2.114.

    De nieuwbouwvoorschriften in afdeling 2.14 (‘Verdere beperking van uitbreiding van brand’) staan in paragraaf 2.14.1; deze paragraaf omvat de artikelen 2.115 t/m 2.119. De voorschriften voor bestaande bouw staan in paragraaf 2.14.2; deze paragraaf omvat de artikelen 2.120 t/m 2.124. De nieuwbouwvoorschriften in afdeling 2.19 (‘Verdere beperking van uitbreiding van brand’) staan in paragraaf 2.19.1; deze paragraaf omvat de artikelen 2.166 t/m 2.174. De voorschriften voor bestaande bouw staan in paragraaf 2.19.2; deze paragraaf omvat de artikelen 2.175 t/m 2.182.

    3. Aan de hand van de tabel (in de paragraaf) de relevante voorschriften selecteren
    In tabel 2.103, 2.115 en 2.166 (nieuwbouw) en tabel 2.110, 2.120 en 2.175 (bestaande) bouw is af te lezen dat in de volgende artikelen wbdbo-eisen zijn gegeven:
    • Artikelen 2.105 en 2.106 van paragraaf 2.13.1 (nieuwbouw)
    • Artikel 2.109 van paragraaf 2.13.1 (tijdelijke nieuwbouw)
    • Artikelen 2.112 en 2.113 van paragraaf 2.13.2 (bestaande bouw)
    • Artikel 2.118 van paragraaf 2.14.1 (nieuwbouw)
    • Artikel 2.123 van paragraaf 2.14.2 (bestaande bouw)
    • Artikel 2.168 van paragraaf 2.19.1 (nieuwbouw)
    • Artikel 2.177 van paragraaf 2.19.2 (bestaande bouw)

    Fase B. Toepassing van de voorschriften

    4. Vaststellen welke eisen inzake brandwerendheid geldt voor een nieuwe sparing
    Uit de onder stap 2 en 3 vastgestelde voorschriften en tabellen kan worden afgeleid dat de volgende wbdbo-eisen van toepassing kunnen zijn:
    • Nieuwbouw: 60 minuten
    • Nieuwbouw: 30 minuten (uitzonderingen)
    • Bestaande bouw: 20 minuten

    De wbdbo wordt volgens de artikelen 2.105, 2.106, 2.109, 2.112, 2.113, 2.118, 2.123, 2.168 en 2.177 bepaald volgens NEN 6068.

    5. Welke eis inzake brandwerendheid in welke situatie?

    Nieuwbouw of bestaande bouw?

    Bouwen = nieuwbouw
    Allereerst moet de vraag worden gesteld of een nieuwe sparing in een bestaande brandwerende constructie moet voldoen aan de eisen die gelden voor nieuwbouw, of aan de eisen voor bestaande bouw. Voor de toepassing van de regelgeving is het aanbrengen van een sparing een verandering van het bouwwerk, hetgeen (blijkens de wettelijke omschrijving van dat begrip) “bouwen” is zodat die verandering in beginsel aan de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit 2003 moet voldoen.

    De definitie van ‘bouwen’ luidt volgens artikel 1, eerste lid, van de Woningwet als volgt:

    het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats;

    Dit betekent dat ter plaatse van de aan te brengen doorvoering voorzieningen moeten worden getroffen waarmee in beginsel een wbdbo van 60 minuten kan worden gerealiseerd. Deze wbdbo-eis voor nieuwbouw kan in bepaalde gevallen met 30 minuten worden gereduceerd, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een lager permanente vuurbelasting, of als sprake is van een relatief laag gebouw of kan direct als zodanig zijn aangestuurd, bijvoorbeeld tussen twee onafhankelijke vluchtroutes.

    Ontheffingsmogelijkheden tot een lager niveau
    Als uitzondering kan worden genoemd dat als het gaat om verbouwen volgens Bouwbesluit 2003 ontheffing kan worden verleend van de nieuwbouwvoorschriften tot een lager niveau. De ontheffingsmogelijkheden van de nieuwbouwvoorschriften zijn gegeven in artikel 1.11 van Bouwbesluit 2003. Voor de toelichting op de juiste toepassing van deze voorschriften wordt verwezen naar infoblad 238: ‘Wanneer is ontheffing van een voorschrift mogelijk?’.

    Artikel 1.11, eerste en tweede lid, luiden als volgt:

    Lid 1.
    Burgemeester en wethouders kunnen bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk ontheffing verlenen van een bij of krachtens dit besluit vastgesteld voorschrift omtrent het bouwen van een bouwwerk tot het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk, tenzij bij het voorschrift anders is aangegeven.
    Lid 2.
    Burgemeester en wethouders kunnen, voorzover bij of krachtens dit besluit geen voorschrift is vastgesteld omtrent de staat van een bestaand bouwwerk, bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk ontheffing verlenen van een voorschrift omtrent het bouwen van een bouwwerk tot het rechtens verkregen niveau, tenzij bij het voorschrift anders is aangegeven.

    In tabel 2.103, van Bouwbesluit 2003, is aangegeven dat artikel 2.109 geldt voor ‘verbouw’. Artikel 2.109, van Bouwbesluit 2003 luidt als volgt:

    Burgemeester en wethouders verlenen bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk geen ontheffing van artikel 2.107.

    Artikel 2.107 gaat over zelfsluitende deuren en geeft aan dat van de toepassing van een zelfsluitende deur geen ontheffing kan worden verleend. Het ontheffingsartikel 2.109 heeft geen betrekking op de wbdbo-eis. Uit toepassing van artikel 1.11, eerste lid, van Bouwbesluit 2003 blijkt dat Burgemeester en Wethouders in dat geval ontheffing kunnen verlenen tot het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk.

    Zoals blijkt uit stap 4 geldt voor een bestaand bouwwerk een wbdbo-eis van minimaal 20 minuten. Dit betekent dat Burgemeester en Wethouders bij het aanbrengen van een sparing in een bestaande brandwerende wand ontheffing kunnen verlenen van tot een wbdbo-eis van minimaal 20 minuten.

    Wanneer kan ontheffing worden verleend ?
    Zoals is aangegeven ligt de bevoegdheid voor het geven van een ontheffing van een voorschrift bij Burgemeester en Wethouders. Uitgangspunt bij het verlenen van een ontheffing is dat het nieuwbouwniveau zo dicht mogelijk wordt benaderd. Het kan echter zo zijn dat in een verbouwsituatie redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan de nieuwbouwvoorschriften. De kwaliteit van de bestaande constructie alsmede economische motieven kunnen hierin een rol spelen. Als bijvoorbeeld een bestaande brandwerende constructie een brandwerendheid van 20 minuten heeft, dan is het niet zinvol om ter plaatse van een nieuw aan te brengen sparing brandwerende voorzieningen toe te passen waarmee een brandwerendheid van 60 minuten wordt gerealiseerd. Die delen van de brandwerende scheidingsconstructie met een lagere brandwerendheid zijn immers maatgevend. In dat geval kunnen Burgemeester en Wethouders overwegen om ontheffing te verlenen tot een brandwerendheid van 20 minuten, namelijk tot de brandwerendheid die de bestaande constructie al heeft. Wanneer de bestaande constructie al een hogere brandwerendheid bezit dan 20 minuten (bijvoorbeeld 30 minuten), ligt het in de rede dat Burgemeester en Wethouders ontheffing zullen verlenen tot de brandwerendheid die de scheidingsconstructie al bezit (in dit geval tot 30 minuten).
    De ontheffing is nodig als door het aanbrengen van een doorvoer sprake is van een verandering van een constructieonderdeel en het desbetreffende constructieonderdeel ook maatgevend is voor de wbdbo tussen de ruimten waarop de eis van toepassing is. Veelal zullen ook andere constructieonderdelen of openingen bepalend zijn voor de aanwezige wbdbo. Kan door aanpassing van het constructieonderdeel dat wordt veranderd door het aanbrengen van de doorvoer de vereiste wbdbo niet worden gehaald, dan mag bij het aanbrengen van de doorvoering (zonder ontheffing) met de lagere wbdbo worden volstaan (doch nimmer lager dan 20 minuten).

    6. Vaststellen vanaf welke afmeting een sparing moet worden afgedicht

    Zoals in stap 4 is aangegeven moet de wbdbo worden bepaald volgens NEN 6068. Voor de bepaling van de brandwerendheid van een scheidingsconstructie wordt in paragraaf 7.1.1 NEN 6069 aangewezen. Dit artikel luidt als volgt:
    Bepaal de brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie in de beschouwde richting van alle scheidingsconstructies die zich in elk van de branduitbreidingstrajecten tussen de beschouwde ruimten bevinden volgens hoofdstuk 4 van NEN 6069 (…..).

    Een inwendige scheidingsconstructie die een weerstand tegen branddoorslag moet hebben, moet een brandwerendheid hebben die moet worden bepaald aan de hand van een aantal in NEN 6069 genoemde criteria. Deze criteria leiden er in de praktijk toe dat een opening volledig brandwerend moet zijn afgesloten, tenzij deze is voorzien van een brandmanchet, brandklep of opschuimend materiaal.

    ACHTERGROND INFORMATIE

    In bestaande gebouwen worden er gedurende de levensduur van het gebouw verbouwingen en aanpassingen gedaan. Daarbij kan het voorkomen dat er ook aanpassingen worden gedaan aan de aanwezige brandwerende scheidingsconstructies. Denk daarbij aan het maken van doorvoeringen door bestaande brandwerende scheidingsconstructies zoals leidingdoorvoeren voor elektra, centrale verwarming of ventilatiekanalen. In de praktijk blijkt er vaak onduidelijkheid te zijn over de vraag aan welke (brandwerende) prestaties deze nieuwe doorvoeringen moeten voldoen.

    AANDACHTSPUNTEN

    • Wbdbo of brandwerendheid? Bouwbesluit 2003 geeft voorschriften voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) tussen ruimten. De wbdbo moet worden bepaald volgens de bepalingsmethode NEN 6068. Een brandwerende scheidingsconstructie bevindt zich tussen twee ruimten waartussen volgens Bouwbesluit 2003 een wbdbo-eis geldt. In de situatie waarbij branduitbreiding tussen twee ruimte via de binnenlucht plaatsvindt, is er sprake van branddoorslag. In dat geval is de vereiste brandwerendheid van een enkelvoudige scheidingsconstructie tussen de twee ruimten dezelfde als de vereiste wbdbo.
    • Onder ‘informatie’ is verwezen naar de publicatie ‘Brandveiligheid, de juridische werking van de brandveiligheidsvoorschriften ex Woningwet’ van het ministerie van VROM (zie www.vrom.nl). Het gaat daarbij met name om voorschriften waaraan het bouwwerk zelf en het gebruik daarvan moeten voldoen. In de publicatie wordt ingegaan op de juridische werking van die voorschriften. Daarover bestaat in de uitvoeringspraktijk nu soms onduidelijkheid.
    • Het brand- en rookwerend uitvoeren van doorvoeringen verschilt per type doorvoering. Doorvoeringen zijn bijvoorbeeld van kunststof, metaal, kabels en kabelgoten of luchtkanalen. In de SBR-publicatie ‘Brandveilige doorvoeringen’ worden voor de diverse type doorvoeringen praktische oplossingen gegeven. In het onderhavige infoblad wordt alleen het juridisch kader op basis van de Woningwet en het Bouwbesluit 2003 behandeld.

    OVERIGE INFORMATIE

    Nadere informatie:
    SBR, prettig kennis te maken.