Om dit probleem op te lossen dienen de volgende stappen te worden gezet:
Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriftenDe relevante afdeling opzoeken
De relevante paragraaf (van de afdeling) selecteren
Aan de hand van de tabel (in de paragraaf) de relevante voorschriften selecteren
Fase B. Toepassing van de voorschriftenVaststellen welke eisen inzake brandwerendheid kunnen gelden voor een nieuwe sparing
Welke eis inzake brandwerendheid in welke situatie?
Vaststellen vanaf welke afmeting een sparing moet worden afgedicht
Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften
1. De relevante afdeling opzoekenDe voorschriften in het bouwbesluit voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) tussen twee brandcompartimenten zijn gegeven in afdeling 2.13 ‘Beperking van uitbreiding van brand’, afdeling 2.14 ‘Verder beperking van uitbreiding van brand’ en afdeling 2.19 ‘Inrichting van rookvrije vluchtroutes’. De voorschriften in afdeling 2.14 gelden alleen voor gebouwen waarin wordt geslapen.
2. De relevante paragraaf (van de afdeling) selecterenAllereerst moet de vraag worden beantwoord of het gaat om nieuwbouw dan wel bestaande bouw. De nieuwbouwvoorschriften in afdeling 2.13 (‘Beperking van uitbreiding van brand’) staan in paragraaf 2.13.1; deze paragraaf omvat de artikelen 2.104 t/m 2.109. De voorschriften voor bestaande bouw staan in paragraaf 2.13.2; deze paragraaf omvat de artikelen 2.110 t/m 2.114.
De nieuwbouwvoorschriften in afdeling 2.14 (‘Verdere beperking van uitbreiding van brand’) staan in paragraaf 2.14.1; deze paragraaf omvat de artikelen 2.115 t/m 2.119. De voorschriften voor bestaande bouw staan in paragraaf 2.14.2; deze paragraaf omvat de artikelen 2.120 t/m 2.124.
De nieuwbouwvoorschriften in afdeling 2.19 (‘Verdere beperking van uitbreiding van brand’) staan in paragraaf 2.19.1; deze paragraaf omvat de artikelen 2.166 t/m 2.174. De voorschriften voor bestaande bouw staan in paragraaf 2.19.2; deze paragraaf omvat de artikelen 2.175 t/m 2.182.
3. Aan de hand van de tabel (in de paragraaf) de relevante voorschriften selecterenIn tabel 2.103, 2.115 en 2.166 (nieuwbouw) en tabel 2.110, 2.120 en 2.175 (bestaande) bouw is af te lezen dat in de volgende artikelen wbdbo-eisen zijn gegeven:
- Artikelen 2.105 en 2.106 van paragraaf 2.13.1 (nieuwbouw)
- Artikel 2.109 van paragraaf 2.13.1 (tijdelijke nieuwbouw)
- Artikelen 2.112 en 2.113 van paragraaf 2.13.2 (bestaande bouw)
- Artikel 2.118 van paragraaf 2.14.1 (nieuwbouw)
- Artikel 2.123 van paragraaf 2.14.2 (bestaande bouw)
- Artikel 2.168 van paragraaf 2.19.1 (nieuwbouw)
- Artikel 2.177 van paragraaf 2.19.2 (bestaande bouw)
Fase B. Toepassing van de voorschriften
4. Vaststellen welke eisen inzake brandwerendheid geldt voor een nieuwe sparing
Uit de onder stap 2 en 3 vastgestelde voorschriften en tabellen kan worden afgeleid dat de volgende wbdbo-eisen van toepassing kunnen zijn:
- Nieuwbouw: 60 minuten
- Nieuwbouw: 30 minuten (uitzonderingen)
- Bestaande bouw: 20 minuten
De wbdbo wordt volgens de artikelen 2.105, 2.106, 2.109, 2.112, 2.113, 2.118, 2.123, 2.168 en 2.177 bepaald volgens NEN 6068.
5. Welke eis inzake brandwerendheid in welke situatie?
Nieuwbouw of bestaande bouw?
Bouwen = nieuwbouwAllereerst moet de vraag worden gesteld of een nieuwe sparing in een bestaande brandwerende constructie moet voldoen aan de eisen die gelden voor nieuwbouw, of aan de eisen voor bestaande bouw. Voor de toepassing van de regelgeving is het aanbrengen van een sparing een verandering van het bouwwerk, hetgeen (blijkens de wettelijke omschrijving van dat begrip) “bouwen” is zodat die verandering in beginsel aan de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit 2003 moet voldoen.
De definitie van ‘bouwen’ luidt volgens artikel 1, eerste lid, van de Woningwet als volgt:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats;Dit betekent dat ter plaatse van de aan te brengen doorvoering voorzieningen moeten worden getroffen waarmee in beginsel een wbdbo van 60 minuten kan worden gerealiseerd. Deze wbdbo-eis voor nieuwbouw kan in bepaalde gevallen met 30 minuten worden gereduceerd, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een lager permanente vuurbelasting, of als sprake is van een relatief laag gebouw of kan direct als zodanig zijn aangestuurd, bijvoorbeeld tussen twee onafhankelijke vluchtroutes.
Ontheffingsmogelijkheden tot een lager niveauAls uitzondering kan worden genoemd dat als het gaat om verbouwen volgens Bouwbesluit 2003 ontheffing kan worden verleend van de nieuwbouwvoorschriften tot een lager niveau. De ontheffingsmogelijkheden van de nieuwbouwvoorschriften zijn gegeven in artikel 1.11 van Bouwbesluit 2003. Voor de toelichting op de juiste toepassing van deze voorschriften wordt verwezen naar
infoblad 238: ‘Wanneer is ontheffing van een voorschrift mogelijk?’.
Artikel 1.11, eerste en tweede lid, luiden als volgt:
Lid 1.
Burgemeester en wethouders kunnen bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk ontheffing verlenen van een bij of krachtens dit besluit vastgesteld voorschrift omtrent het bouwen van een bouwwerk tot het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk, tenzij bij het voorschrift anders is aangegeven.
Lid 2.
Burgemeester en wethouders kunnen, voorzover bij of krachtens dit besluit geen voorschrift is vastgesteld omtrent de staat van een bestaand bouwwerk, bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk ontheffing verlenen van een voorschrift omtrent het bouwen van een bouwwerk tot het rechtens verkregen niveau, tenzij bij het voorschrift anders is aangegeven.
In tabel 2.103, van Bouwbesluit 2003, is aangegeven dat artikel 2.109 geldt voor ‘verbouw’. Artikel 2.109, van Bouwbesluit 2003 luidt als volgt:
Burgemeester en wethouders verlenen bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk geen ontheffing van artikel 2.107.
Artikel 2.107 gaat over zelfsluitende deuren en geeft aan dat van de toepassing van een zelfsluitende deur geen ontheffing kan worden verleend. Het ontheffingsartikel 2.109 heeft geen betrekking op de wbdbo-eis. Uit toepassing van artikel 1.11, eerste lid, van Bouwbesluit 2003 blijkt dat Burgemeester en Wethouders in dat geval ontheffing kunnen verlenen tot het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk.
Zoals blijkt uit stap 4 geldt voor een bestaand bouwwerk een wbdbo-eis van minimaal 20 minuten. Dit betekent dat Burgemeester en Wethouders bij het aanbrengen van een sparing in een bestaande brandwerende wand ontheffing kunnen verlenen van tot een wbdbo-eis van minimaal 20 minuten.
Wanneer kan ontheffing worden verleend ?
Zoals is aangegeven ligt de bevoegdheid voor het geven van een ontheffing van een voorschrift bij Burgemeester en Wethouders. Uitgangspunt bij het verlenen van een ontheffing is dat het nieuwbouwniveau zo dicht mogelijk wordt benaderd. Het kan echter zo zijn dat in een verbouwsituatie redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan de nieuwbouwvoorschriften. De kwaliteit van de bestaande constructie alsmede economische motieven kunnen hierin een rol spelen. Als bijvoorbeeld een bestaande brandwerende constructie een brandwerendheid van 20 minuten heeft, dan is het niet zinvol om ter plaatse van een nieuw aan te brengen sparing brandwerende voorzieningen toe te passen waarmee een brandwerendheid van 60 minuten wordt gerealiseerd. Die delen van de brandwerende scheidingsconstructie met een lagere brandwerendheid zijn immers maatgevend. In dat geval kunnen Burgemeester en Wethouders overwegen om ontheffing te verlenen tot een brandwerendheid van 20 minuten, namelijk tot de brandwerendheid die de bestaande constructie al heeft. Wanneer de bestaande constructie al een hogere brandwerendheid bezit dan 20 minuten (bijvoorbeeld 30 minuten), ligt het in de rede dat Burgemeester en Wethouders ontheffing zullen verlenen tot de brandwerendheid die de scheidingsconstructie al bezit (in dit geval tot 30 minuten).
De ontheffing is nodig als door het aanbrengen van een doorvoer sprake is van een verandering van een constructieonderdeel en het desbetreffende constructieonderdeel ook maatgevend is voor de wbdbo tussen de ruimten waarop de eis van toepassing is. Veelal zullen ook andere constructieonderdelen of openingen bepalend zijn voor de aanwezige wbdbo. Kan door aanpassing van het constructieonderdeel dat wordt veranderd door het aanbrengen van de doorvoer de vereiste wbdbo niet worden gehaald, dan mag bij het aanbrengen van de doorvoering (zonder ontheffing) met de lagere wbdbo worden volstaan (doch nimmer lager dan 20 minuten).
6. Vaststellen vanaf welke afmeting een sparing moet worden afgedicht
Zoals in stap 4 is aangegeven moet de wbdbo worden bepaald volgens NEN 6068. Voor de bepaling van de brandwerendheid van een scheidingsconstructie wordt in paragraaf 7.1.1 NEN 6069 aangewezen. Dit artikel luidt als volgt:
Bepaal de brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie in de beschouwde richting van alle scheidingsconstructies die zich in elk van de branduitbreidingstrajecten tussen de beschouwde ruimten bevinden volgens hoofdstuk 4 van NEN 6069 (…..).
Een inwendige scheidingsconstructie die een weerstand tegen branddoorslag moet hebben, moet een brandwerendheid hebben die moet worden bepaald aan de hand van een aantal in NEN 6069 genoemde criteria. Deze criteria leiden er in de praktijk toe dat een opening volledig brandwerend moet zijn afgesloten, tenzij deze is voorzien van een brandmanchet, brandklep of opschuimend materiaal.