Het beoordelen van de thermisch isolerende eigenschappen van reflecterende isolatie.
Foto Voorbeeld eenzijdig reflecterende bobbeltjesfolie.
Om de thermisch isolerende eigenschappen van reflecterende isolatie te bepalen, zijn de volgende punten van belang.
1. Soorten reflecterende isolatie
Er zijn verschillende soorten reflecterende isolatie. Conform EN 16012:2012 kunnen de volgende soorten onderscheiden worden:
2. Bepalen warmteweerstand
Voor de bepaling van de thermische prestatie van reflecterende isolatieproducten is het nodig de gedeclareerde nominale waarde van de dikte van het product te kennen, maar ook de werkelijke dikte van het te onderzoeken proefstuk en de eigenschappen van de oppervlakken van het isolatiemateriaal.
Volgens EN 16012 (2012) moet de gedeclareerde dikte van alle producten met een dikte die > 2mm worden bepaald conform NEN-EN 823.
Een andere mogelijkheid voor het bepalen van de warmteweerstand van reflecterende isolatie in combinatie met luchtspouw(en) is gebaseerd op de meting van de warmteweerstand van het kernmateriaal (methoden A, B1 of C), en de meting van de emissiviteit van de oppervlakken (zie paragraaf 5.2) en berekening:
De geschiktheid van de verschillende methoden in combinatie met het soort reflecterende isolatie worden beschreven in de SBR-publicatie Ontwerprichtlijn reflecterende isolatie (625.12).
Hoge waardes die geclaimd worden door sommige leveranciers op basis “testhuisjes” meetmethoden, kunnen door de laboratoriummetingen en genormaliseerde berekeningen zoals hierboven beschreven niet bevestigd worden. Indien praktijktesten zeer zorgvuldig worden uitgevoerd, dan zijn de gevonden waarden wel zeer goed vergelijkbaar.
Bij reflecterende isolatie is de emissiviteit (ε) van het reflecterende oppervlak een fundamentele parameter, die maatgevend is voor de warmteweerstand van de aansluitende luchtlaag. Deze emissiviteit kan nadelig worden beïnvloed door stof en veroudering.
3. Berekening warmteweerstand
Voor het maken van berekeningen van de warmteweerstand van constructies met reflecterende isolatie en één of meer luchtspouwen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
NEN-EN ISO 6946 voorziet in een berekeningsmethode inzake de berekening van de warmteweerstand van luchtspouwen.
Er zijn duidelijke verschillen in de thermische prestatie bij gevels, daken en vloeren door de richting van de warmtestroom. Ook de mate van ventilatie van de spouw heeft invloed, alleen is die moeilijker te kwantificeren. Een indicatie van het effect van een reflecterende laag die grenst aan een zwak of sterk geventileerde luchtlaag kan worden gevonden in bijlage A van NEN 1068-2012. Daarin wordt ook omschreven wanneer een luchtspouw als niet , zwak of sterk geventileerd beschouwd kan worden.
4. Duurzame functionaliteit
Deze factoren worden weer beïnvloed door de mate van ventilatie in de spouw. Als we uitgaan van een niet geventileerde spouw dan blijkt uit onderzoek dat stof opmerkelijk weinig invloed heeft op de emissiviteit. Dat wil zeggen stof in hoeveelheden zoals die in de praktijk na enige jaren in afgesloten (horizontale) luchtspouwen worden aangetroffen.
Bij traditionele materialen, ook wel aangeduid als conductieve isolatie, zoals minerale wol en kunststofschuim, kan de warmteweerstand (R) eenvoudig worden gegeven op grond van de dikte (d) van het product en de warmtegeleidingscoëfficiënt (λ). Bij reflecterende isolatie ligt dit anders. De thermische prestatie van deze producten hangt mede af van de constructie waarin ze worden toegepast en de daarin gebruikte materialen. Bovendien spelen ook nog de warmtestroomrichting (naar boven of naar beneden), de oriëntatie (horizontaal, verticaal of hellend) en de mate van ventilatie van de luchtspouw een rol.
Warmtetransport door een constructie vindt plaats als gevolg van een temperatuurverschil over die constructie. Dit kan op drie manieren:
De werking van reflecterende isolatie berust op het verhinderen van warmteoverdracht door straling.
Met name bij meerlaagse reflecterende isolatie (multifoil) met een beperkte dikte (tot ca. 30 mm) worden aan de hand van alternatieve testmethoden R-waarden geclaimd van 5,0 en 6,0 (m2•K)/W. Op grond van internationale studies en de huidige algemeen geaccepteerde test- en rekenmethodiek kunnen deze hoge waarden niet worden bevestigd. Warmteweerstanden van 1,5 tot 2,5 (m2•K)/W zijn met dit type isolatiemateriaal bij deze dikte in combinatie met twee luchtlagen van 25mm wel te realiseren.