Infoblad 364 - Toepassing regels spiegelsymmetrie

Het bepalen van de spiegelsymmetrische projectie van een gebouw.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

3 Aspecten en voorbeelden

1. Spiegelsymmetrische projectie
De spiegeling van gebouw is ten opzichte van de perceelgrens of, als deze aan een openbare weg, water of groen ligt, ten opzichte van de hartlijn van die weg, dat water of dat groen (Bouwbesluit art. 2.106 lid 5). Deze projectie staat los van reële bouwmogelijkheden op het terrein naast de perceelgrens.
Het Bouwbesluit 2003 spreekt van een identiek doch spiegelsymmetrisch ten opzichte van het perceelgrens gelegen gebouw. Bij een perceelgrens die een geknikt verloop kent moet in principe op eenzelfde wijze worden gespiegeld, maar zullen delen van het gespiegelde gebouw ten opzichte van elkaar verschoven zijn. Identiek slaat in dit geval niet op de plattegrond van het gebouw maar op de vorm, grootte en ligging van gevelopeningen in het gevelvlak.

2. Veilige afstand
Bij het bepalen van de WBO tussen het gebouw en de spiegelsymmetrische projectie wordt in de berekening uitgegaan van een gestandaardiseerde brand. Vlammen die ten gevolge hiervan uit gevelopeningen van het gebouw (bron) slaan, veroorzaken een warmtestralingsflux op de ontvangende gevel (ontvanger). Gevelopeningen zijn volgens de definitie in NEN 6068 alle delen van de omhullende constructie (gevel en dak) die minder dan 30 minuten brandwerend zijn.
Afstand levert een bijdrage aan het reduceren van warmtestraling. De hoogte van de warmtestralingsflux op de tegenover liggende gevel neemt af naarmate bron en ontvanger verder uit elkaar staan. De veilige afstand is de afstand waarbij de warmte stralingsflux op gevelopeningen in de ontvangende gevel nergens de grens van 15 kW/m2 overschrijdt. Deze veilige afstand is naast de afstand tussen bron en ontvanger afhankelijk van:

  • vereiste WBDBO (30 of 60 minuten);
  • type brand (volledig of gereduceerd);
  • grootte brandcompartiment;
  • vorm/grootte/ligging van gevelopeningen.

3. Bandbreedte
Vanwege de veelheid aan variabelen is het niet mogelijk eenvoudige vuistregels aan te reiken voor de aan te houden veilige afstand tussen een gebouw en de perceelgrens. Wel kan een bandbreedte worden gegeven:

  • Als de afstand tussen tegenover elkaar liggende buitengevels van gebouwen kleiner is dan 5 meter (dan wel de afstand tot de perceelgrens of hartlijn van openbare weg, water of groen kleiner dan 2,5 meter) dan wel een afstand die overeenkomt met 3 x de vlamdikte mogen er in die gevel geen gevelopeningen voorkomen. Ramen, deuren maar ook gesloten geveldelen dienen minimaal 30 minuten brandwerend te worden uitgevoerd. Deze vereiste brandwerendheid moet - vanuit de brandhaard bezien - van binnen naar buiten zijn verzekerd. Het criterium vlamdikte kan weliswaar een kortere afstand opleveren maar is zonder berekening moeilijk vast te stellen. Ontbreekt die mogelijkheid of is de informatie te oppervlakkig dan moet de afstand van 5 meter worden aangehouden.
  • Bij een onderlinge afstand tussen gevels van circa 15 meter wordt – extreme gevallen daargelaten – altijd wel voldaan aan een WBO van 60 minuten. Dit impliceert dat in gebouwen op 7,5 meter of meer van de perceelgrens geen bijzondere brandwerende voorzieningen in de buitengevel hoeven te worden getroffen.
  • De bovenste bouwlaag is doorgaans iets ongunstiger wat betreft straling dan tussenverdiepingen. Bij een niet-opgaande (bovenste verdieping) gevel reiken de vlammen die uit gevelopeningen slaan wat verder uit de gevel – en komen dus dichter bij de tegenoverliggende gevel - waardoor de ontvangen warmtestralingsflux iets hoger is. Bij een gebouw met vergelijkbare gevelopbouw op verschillende verdiepingen zal de minimum afstand die voor de bovenste verdieping gevonden wordt, meestal ook bepalend zijn voor de lager gelegen verdiepingen.

Voorbeelden
De hieronder uitgewerkte voorbeeldberekeningen zijn gemaakt met het rekenprogramma BRANDO2 van BRIS

Voorbeeld 1: appartement

  • afmetingen brandruimte circa 7,5 x 12 meter;
  • brandruimte beslaat één bouwlaag / netto verdiepingshoogte 2,70 meter;
  • gevelopeningen voorgevel 2600 x 1000 mm en 1700 x 1800 mm (h x b); achtergevel 1700 x 3200 mm en 2600 x 2600 mm (h x b);
  • bovenste bouwlaag;
  • volledige brand;
  • WBDBO-eis minimaal 60 minuten.

De bepalende buitengevel is de achtergevel van de hoogstgelegen woning in het appartementengebouw. Op de hoogste bouwlaag slaan de vlammen namelijk verder uit de gevel. Vanwege een grotere breedte van de gevelopeningen aan de achterzijde komt bij uitslaande vlammen meer stralingswarmte vrij dan aan de voorzijde van de woning. Bovendien zijn de openingen in de voorgevel deels beschermd door een galerij. Uit de berekeningen blijkt dat de veilige afstand tussen het appartement en het gespiegelde gevelvlak 6,30 meter bedraagt (van gevel tot perceelgrens 3,15 meter).

Voorbeeld 2: kantoor

  • afmetingen brandruimte circa 28 x 15 meter;
  • brandruimte beslaat één bouwlaag / netto verdiepingshoogte 3,00 meter;
  • gevelopeningen voorgevel 7 x 1800 x 3600 mm (h x b), achtergevel idem;
  • volledige brand;
  • WBDBO-eis minimaal 60 minuten.

Het kantoorgebouw is symmetrisch opgebouwd wat betreft de gevelopeningen. De veilige afstand tussen het gebouw en de overliggende gespiegelde gevel bedraagt voor dit gebouw 9,30 meter (tot aan perceelgrens 4,65 meter).

ACHTERGROND

Tussen brandcompartimenten moet voldaan worden aan eisen met betrekking tot de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Als de brandcompartimenten in twee verschillende gebouwen liggen kan de brand zich uitsluitend via brandoverslag uitbreiden. De WBDBO tussen de twee ruimten is dan gelijk aan de weerstand tegen brandoverslag (WBO). Voor gebouwen op verschillende percelen wordt de WBDBO beschouwd tussen het te ontwikkelen gebouw en een spiegelsymmetrische projectie van dat gebouw op het ernaast gelegen perceel.
De achtergrond van deze eis is dat wordt uitgegaan van een gelijkheidsbeginsel. Door uit te gaan van de projectie van het eigen gebouw wordt voorkomen dat maatregelen die in een te realiseren gebouw genomen moeten worden, afhankelijk zijn van de situatie bij de buren. Een bestaand pand op een naastgelegen perceel moet immers ook voldoen aan de eisen voor WBDBO naar de spiegelsymmetrische projectie van dat gebouw. Als in de praktijk niet aan deze eis wordt voldaan, dan zal dit probleem moeten worden opgelost door het aanschrijven van de eigenaar van het in gebreke zijnde bestaande pand en niet door het eisen van extra maatregelen bij het nieuw te ontwikkelen gebouw.

AANDACHTSPUNTEN

  • De term perceel en daarmee perceelgrens is (bewust) niet nader gedefinieerd. In het algemeen zal de eigendomssituatie en dus de kadastrale grens bepalend zijn voor de begrenzing van een perceel, maar uitzonderingen zijn mogelijk. Zo kan het voorkomen dat binnen één kadastraal bepaald gebied meerdere perceelsgrenzen worden getrokken (bijvoorbeeld een industriegebouw dat verhuurd is aan afzonderlijke bedrijven die elk een aparte toegang hebben). Andersom kan het zijn dat twee kadastrale gebieden gezamenlijk als één perceel worden beschouwd (bijvoorbeeld als op de twee gebieden een doorlopend gebouw staat van dezelfde eigenaar/gebruiker).
  • Bij spiegelsymmetrie wordt voor utiliteitsbouw in beginsel geen reductie toegestaan van WBDBO-eis van 60 minuten. Bij woningen mag dat wel als er sprake is van een lage permanente vuurbelasting (= 500 MJ/m2).
  • De WBDBO tussen ruimten wordt bepaald met behulp van de norm NEN 6068: oktober 2004: ‘bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten’. Het toepassen van deze norm is aan een aantal voorwaarden verbonden, namelijk:
    • alle gevels van het gebouw moeten tenminste voldoen aan klasse 2 bijdrage tot brandvoortplanting;
    • daken mogen niet brandgevaarlijk zijn uitgevoerd;
    • de brandruimte mag niet hoger zijn dan 8 meter;
    • de totale oppervlakte aan gevelopeningen mag niet meer bedragen dan 50% van de vloeroppervlakte van de brandruimte en gevelopeningen moeten een rechthoekige vorm hebben.

OVERIGE INFORMATIE

  • Bouwbesluit 2003; inclusief toelichting.
  • Brandveiligheid: ontwerpen en toetsen; SBR-publicatie 443, 2005.
  • BRIS, Rekenprogramma BRANDO2
SBR, prettig kennis te maken.