Infoblad 301 - Toepassing van een sluis voor een brandweerlift verplicht ?

Is toepassing van een sluis voor een brandweerlift verplicht?

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Situatie-omschrijving

Bij wijze van voorbeeld wordt uitgegaan van een woongebouw waarbij per verdieping 4 woningen uitkomen op een lifthal. De woningen zijn aparte subbrandcompartimenten die tezamen met de lifthal in een brandcompartiment liggen. Vanuit de woningen kan in twee richtingen om de lift worden gevlucht. Vervolgens kan via een niet-besloten ruimte het veiligheidstrappenhuis worden betreden.

Uitwerking

Wat is een brandweerlift?

Een brandweerlift is in Bouwbesluit 2003 als volgt gedefinieerd:

“een brandweerlift als bedoeld in NEN-EN 81-72”.

In paragraaf 3.5 van NEN-EN 81-72 is aangegeven dat een brandweerlift is:

“een lift in de eerste plaats geïnstalleerd om te worden gebruikt door passagiers, die een aanvullende bescherming, bediening en signalering heeft waardoor deze geschikt is om onder directe leiding van de brandweer te worden gebruikt”

Aanvullend op de verwijzing in artikel 1.1, tweede lid, van Bouwbesluit 2003 naar NEN-EN 81-72 is in artikel 4.16 van de Regeling Bouwbesluit 2003 bepaald dat bij toepassing van NEN-EN 81-72:

  • een in onderdeel 5.1.1 van NEN-EN 81-72 bedoelde ‘tegen brand beschermde hal’ een verkeersruimte is, die al dan niet tezamen met de liftschacht een rookcompartiment is,
  • de liftschacht van een brandweerlift een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag naar een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte en een technische ruimte van ten minste 60 minuten moet hebben,
  • de vrije doorgang van de in onderdeel 5.2.3 van NEN-EN 81-72 bedoelde toegang van de liftschacht een minimum breedte van ten minste 0,85 m moet hebben, en
  • voor de in onderdeel 5.9.1 van NEN-EN 81-72 genoemde primaire en secundaire voorziening voor elektriciteit het daaromtrent bepaalde in artikel 4.1 van de Regeling Bouwbesluit 2003 moet worden aangehouden.

In artikel 4.1 van de Regeling Bouwbesluit 2003 is nader bepaald waaraan de ‘aanvullende bescherming’ van de lift bij toepassing van NEN 1010 moet voldoen. Hierin staat dat voor de primaire en secundaire voorziening van elektriciteit voor een brandweerlift als bedoeld in onderdeel 5.9.1 van NEN 81-72 het volgende geldt:

a) Voor de voeding van de brandweerlift of bijbehorende groep van liften wordt gebruik gemaakt van een preferente groep of van een aparte leiding die rechtstreeks op de hoofdvoeding van het bouwwerk is aangesloten.
b) De onder a bedoelde preferente groep of leiding voert door ruimten waar redelijkerwijs geen brand kan ontstaan, tenzij op andere wijze beschadiging door brand in voldoende mate wordt voorkomen.
c) In afwijking van het gestelde onder a kan de brandweerlift ook door een noodstroomvoorziening worden gevoed. Deze geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de regulieren voorziening voor elektriciteit, voldoende stroom om de betrokken brandweerlift gedurende ten minste 60 minuten te laten functioneren.


Kan in de voorbeeldsituatie een rooksluis worden geeist?
Om te bepalen of in de voorbeeldsituatie een rooksluis kan worden vereist is artikel 4.16 van de Regeling Bouwbesluit 2003 van belang. De relevante artikelleden van dit artikel luiden als volgt:

  • Een in onderdeel 5.1.1 van NEN-EN 81-72 bedoelde ‘tegen brand beschermde hal’ is een verkeersruimte, die al dan niet tezamen met de liftschacht een rookcompartiment is,
  • De liftschacht van een brandweerlift heeft een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag naar een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte en een technische ruimte van ten minste 60 minuten.

Onder de situatie-omschrijving is aangegeven dat bij wijze van voorbeeld wordt uitgegaan van een woongebouw waarbij per verdieping 4 woningen uitkomen op een lifthal. De woningen zijn aparte subbrandcompartimenten die tezamen met de lifthal in hetzelfde brandcompartiment liggen.

Voor de ‘tegen brand beschermde hal’ zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Het aanbrengen van een sluis voor de liftschacht die samen met de liftschacht in een apart rookcompartiment is gelegen. De woningen en de lifthal vormen dan eveneens een apart rookcompartiment. De scheidingsconstructie tussen beide rookcompartimenten ligt dan tussen de liftschacht/sluis en de lifthal.
  • De gehele lifthal wordt beschouwd als ‘tegen brand beschermde hal’. In dat geval liggen de lifthal en de liftschacht in een apart rookcompartiment en liggen de woningen eveneens in een apart rookcompartiment. De scheidingsconstructie tussen deze twee rookcompartimenten valt dan samen met de woningtoegangsdeuren.
  • Onderstaand worden beide varianten toegelicht.


    Voorbeeld 1: toepassing van een rooksluis
    In figuur 1 is een oplossing gegeven waarbij tussen de liftschacht en de lifthal een sluis is aangebracht. Tevens zijn daarin de wbdbo-eisen en zelfsluitende deuren aangegeven. In dit voorbeeld vallen de wbdbo-eisen en de wrd-eisen samen.

    Figuur 1:
    RC 1 = rookcompartiment 1
    RC 2 = rookcompartiment 2
    30 = 30 minuten brandwerend
    30 + z.s. = 30 minuten brandwerend + zelfsluitend


    Van toepassing zijnde eisen

    • Volgens artikel 2.118, vierde lid, geldt tussen een subbrandcompartiment (woning) en een besloten rookvrije vluchtroute (lifthal) een wbdbo-eis van 30 minuten.
    • Tussen de rookcompartimenten onderling geldt volgens artikel 2.137, van Bouwbesluit 2003, een wrd-eis van minimaal 30 minuten. Volgens artikel 2.138, van Bouwbesluit 2003, moeten de deuren die zich tussen de rookcompartimenten bevinden zelfsluitend worden uitgevoerd.
    • Tussen de liftschacht en een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte en een technische ruimte geldt volgens artikel 4.16 van de Regeling Bouwbesluit 2003 een wbdbo-eis van 60 minuten.

    Praktische vertaling
    Om aan de gegeven eisen te kunnen voldoen, is de volgende praktische oplossing mogelijk:

    • Het 30 minuten brandwerend uitvoeren van de scheidingsconstructie tussen de sluis en de lifthal. De deuren tussen de sluis en de lifthal dienen zelfsluitend te worden uitgevoerd.
    • Het 30 minuten brandwerend uitvoeren van de woningtoegangsdeuren.

    Met deze maatregelen wordt aan de 3 genoemde eisen voldaan. Aan de 60 minuten-eis tussen de liftschacht en een verblijfsgebied, toiletruimte, badruimte, meterruimte en technische ruimte (alle zijn ruimten binnen een woning) wordt voldaan door de brandwerendheid van de scheidingsconstructie om de sluis en de scheidingsconstructie tussen de woningen en de lifthal bij elkaar op te tellen. Let op: indien zich in de lifthal een meterruimte bevindt, dan dient bij de gekozen oplossing ook de deur van de meterruimte 30 minuten brandwerend te worden uitgevoerd. Een alternatief is dan het 30 minuten brandwerend uitvoeren van de liftdeuren, of het 60 minuten brandwerend uitvoeren van de scheidingsconstructie rondom de sluis.

    Voorbeeld 2: toepassing van zelfsluitende woningtoegangsdeuren
    In figuur 2 is een oplossing gegeven waarbij de gehele lifthal als ‘tegen brand beschermde hal’ is aangemerkt. Tevens zijn daarin de wbdbo-eisen en zelfsluitende deuren aangegeven. In dit voorbeeld vallen de wbdbo-eisen en de wrd-eisen samen.

    Figuur 2:
    RC 1 = rookcompartiment 1
    RC 2 = rookcompartiment 2
    30 = 30 minuten brandwerend
    30 + z.s. = 30 minuten brandwerend + zelfsluitend

    Van toepassing zijnde eisen

    • Volgens artikel 2.118, vierde lid, geldt tussen een subbrandcompartiment (woning) en een besloten rookvrije vluchtroute (lifthal) een wbdbo-eis van 30 minuten.
    • Tussen de rookcompartimenten onderling geldt volgens artikel 2.137, van Bouwbesluit 2003, een wrd-eis van minimaal 30 minuten. Volgens artikel 2.138, van Bouwbesluit 2003, moeten de deuren die zich tussen de rookcompartimenten bevinden zelfsluitend worden uitgevoerd.
    • Tussen de liftschacht en een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte en een technische ruimte geldt volgens artikel 4.16 van de Regeling Bouwbesluit 2003 een wbdbo-eis van 60 minuten.

    Praktische vertaling
    Om aan de gegeven eisen te kunnen voldoen, is de volgende praktische oplossing mogelijk:

    • Het 30 minuten brandwerend + zelfsluitend uitvoeren van de liftdeuren.
    • Het 30 minuten brandwerend + zelfsluitend uitvoeren van de woningtoegangsdeuren.

    Met deze maatregelen wordt aan de 3 genoemde eisen voldaan. Aan de 60 minuten-eis tussen de liftschacht en een verblijfsgebied, toiletruimte, badruimte, meterruimte en technische ruimte (alle zijn ruimten binnen een woning) wordt voldaan door de brandwerendheid van de liftdeur en de brandwerendheid van de scheidingsconstructie tussen de woningen en de lifthal bij elkaar op te tellen. Let op: indien zich in de lifthal een meterruimte bevindt, dan dient bij de gekozen oplossing ook de deur van de meterruimte 30 minuten brandwerend te worden uitgevoerd. Een alternatief is dan het 60 minuten brandwerend uitvoeren van de liftdeuren.

    Aangezien de scheidingsconstructie tussen de rookcompartimenten samenvalt met de woningtoegangsdeuren, moeten de woningtoegangsdeuren volgens artikel 2.138, van Bouwbesluit 2003, zelfsluitend worden uitgevoerd. Het toepassen van zelfsluitende woningtoegangsdeuren kan tot praktische problemen leiden, omdat een zelfsluitende woningtoegangsdeur in de praktijk onhandig is. Het gevaar is daarom aanwezig dat de deurdranger door de bewoners verwijderd wordt. Ook kan deze oplossing tot discussies met de brandweer leiden. Een mogelijk alternatief is de toepassing van rookmelder gestuurde deurdrangers. Dergelijke deurdrangers zijn aangesloten op de rookmelders binnen de woningen en functioneren alleen bij brand. In het dagelijkse gebruik van de woning wordt dan geen hinder van de deurdranger ondervonden. Voorwaarde is wel dat de dranger na het uitbreken van de brand minimaal 30 minuten zijn functie kan uitvoeren.

    Aangezien de toepassing van rookmeldergestuurde deurdrangers een gelijkwaardige oplossing is, wordt geadviseerd om vroegtijdig over deze oplossing met de gemeente/brandweer te overleggen.

    ACHTERGROND

    In de praktijk vinden regelmatig discussies plaats tussen de aanvrager van een bouwvergunning en de controlerende instantie (gemeente of brandweer) over de brandwerende voorzieningen in een bouwplan. Deze discussies kunnen verschillende oorzaken hebben: verschil van mening over een gelijkwaardige oplossing, interpretatie van de bouwregelgeving of de mate waarin een aanvullende eis van een controlerende instantie noodzakelijk is. Met een hogere eis dan nodig is om een voldoende veiligheidsniveau te verkrijgen, kan de aanvrager van een bouwvergunning tegen extra kosten aanlopen.

    In het verleden hebben deze discussies ook plaatsgevonden over de vraag of de toepassing van een sluis voor een brandweerlift vereist is. Daarover bestond onduidelijkheid. Met een wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2003 heeft de wetgever echter duidelijkheid gegeven.

    AANDACHTSPUNTEN

    • In de meeste gebruiksfuncties zijn een of meer brandweerliften vereist, indien de hoogstgelegen vloer van een verblijfsgebied voor het verblijven van mensen op meer dan 20 m boven het meetniveau is gelegen. Als in een megawoning (woning met een gebruiksoppervlakte > 500 m²) of woongebouw voor minder zelfredzame personen een of meer liften aanwezig is, moet minimaal één van de liften altijd als een brandweerlift worden uitgevoerd.

    OVERIGE INFORMATIE

    • Praktijkboek Bouwbesluit 2003
    • Nota van toelichting bij Bouwbesluit 2003
    • Brandveiligheidsinstallaties in gebouwen uit de serie Technische regelgeving en bouwen van SDU-uitgeverd

    SBR, prettig kennis te maken.