Welke eisen worden er gesteld aan de opstelling van een ontruimingsplan, zodat een gebouw dat onvoldoende bescherming biedt voor veiligheid en gezondheid zo snel mogelijk is te ontruimen?
De inhoud van een ontruimingsplan moet actueel en duidelijk zijn. Snelheid is geboden. Wie een ontruimingsplan schrijft of checkt aan de hand van de nieuwe 'Leidraad voor een ontruimingsplan' (NEN-NTA 8112) zorgt ervoor dat het plan voldoet aan alle wettelijke eisen. Een ontruimingsplan is een onderdeel van het ‘bedrijfsnoodplan’. Dat noodplan kan bijvoorbeeld als volgt zijn samengesteld:
Ontruimingsoefening
Wanneer alle noodzakelijke onderwerpen van het ontruimingsplan op papier staan en de organisatie op een juiste wijze is voorgelicht, moet worden getoetst of het in de praktijk allemaal werkt. Of dat het geval is, kan pas na één of meerdere ontruimingsoefeningen worden gezegd. Met name de NIBHV (Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening)-publicatie ‘Ontruimingsplannen en -oefeningen’ geeft duidelijk en beknopt aan hoe oefeningen met een toenemende moeilijkheidsgraad zijn op te zetten. Aan de orde komen: Moeilijkheidsopbouw, Communicatieoefening, Oefeningen (in vier fasen) en Praktische tips. De fasen 1 t/m 4 bij de oefeningen gaan van ‘1. Het personeel wordt ingelicht over dag en tijd’ tot en met ‘4. Het personeel wordt niet ingelicht en de oefening is complex.’ Doorgaans moet minstens één keer per jaar een ontruimingsoefening worden gehouden. Gemeentelijke voorschriften vereisen het regelmatig oefenen op grond van de verordening.
Ontruimingsinstallatie
Om een ontruiming snel bekend te maken, is het noodzakelijk dat het te ontruimen gebouw beschikt over een ontruimingssignaal dat in het gehele gebouw te horen is. Dit signaal kan, afhankelijk van de gebouw- en gebruikssituatie, bestaan uit:
- Gesproken woord via de intercom, een (speciaal voor dit doel ontwikkelde) omroepinstallatie of een megafoon, voorafgegaan door een duidelijke en voor iedereen herkenbare mededeling en/of een attentiesignaal.
Omroepinstallatie voor ontruimingsalarm.
Programma van eisen
De gemeentelijke bouwverordening geeft aan of er een ontruimingsinstallatie in een gebouw wordt geëist en waaraan de installatie moet voldoen. In een PvE worden de uitgangspunten nader beschreven. De wijze waarop een ontruimingsalarminstallatie moet worden aangelegd is vastgelegd in NEN 2575 ‘Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen’. Hierbij wordt ook aangeven of er wel of niet moet worden doorgemeld naar de brandweer. Genoemde norm is onlangs gewijzigd, waarbij onder meer van de ontruimingsinstallaties type A, B en C het type C is komen te vervallen. Praktisch kan dit betekenen dat waar voorheen een type C-installatie werd geplaatst, nu een type B-installatie wordt geplaatst zonder doormelding naar de brandweer. Ook zijn er wijzigingen op het gebied van het geluidsniveau van de alarmgevers, de toepassing van personen zoekinstallatie in relatie tot stil alarm en bemanning van de locatie. Voor wat betreft het functiebehoud van de bekabeling bij brand zal voortaan vanuit NEN 2575 rechtstreeks worden verwezen naar NPR 2576: ‘Functiebehoud bij brand - Richtlijn voor bekabeling, ophanging en montage van transmissiewegen’.
Communicatie
De keuze van een (BHV-)communicatie- of oproepsysteem wordt onder meer bepaald door omvang, vormgeving en inrichting van het gebouw, het karakter van het bedrijf, aantal medewerkers en bezoekers. Voor dat doel worden veelal de piepers (paging) toegepast (éénweg communicatie met groot bereik). Soms wordt alleen met (de vrij kwetsbare) GSM-telefoons gewerkt, maar dat wordt in zijn algemeenheid ontraden. Beter is het gebruik van professionele ‘Messaging-DECT’-communicatie. Deze apparatuur heeft als voordeel boven piepers dat het tweeweg communicatie biedt. Maar dit systeem heeft een minder groot bereik, waardoor meerdere zenders nodig zijn.
Stil alarm (pieper).
De plotselinge onveiligheid kan (de dreiging van) een calamiteit binnen het gebouw zijn (brand, gaslekkage, bommelding, e.d.), of in de directe omgeving van dat gebouw; bijvoorbeeld een naburige brand. Om de benodigde bescherming te bieden moeten aanwezige personen zo snel mogelijk op beheerste, planmatige wijze naar een veilige plaats zijn te brengen.
Brand in een ziekenhuis; iedereen naar buiten.
De wettelijke basis voor het planmatig ontruimen zijn in hoofdzaak de Arbowet (art.15), Arbobesluit (art. 2.16 t/m 2.22) en de Arbobeleidsregels (art.2.21/22). De gebruiksvergunning kan verplichten tot de aanwezigheid, inrichting en instandhouding van een ontruimingsinstallatie.
De hoop is er op gevestigd dat het vele ‘papier’ rond ontruiming een bijdrage levert in de prestatie om op z’n minst aan de minimum eisen te voldoen. Maar daarnaast zijn vooral ook begrip kweken voor een planmatige integrale aanpak, frequente inspecties en onderhoud van belang. En verder vooral oefenen, oefenen en nog eens oefenen!