Aan de hand van Bouwbesluit 2003 bepalen wat het verschil is tussen een ‘industriefunctie’ en een ‘lichte industriefunctie’.
Om te kunnen bepalen wat het verschil is tussen een industriefunctie en een lichte industriefunctie, is een aantal definities in artikel 1.1 van Bouwbesluit 2003 van belang.
Uitleg definitie/omschrijving
Toelichting van bouwbesluit 2003
Industriefunctie
In de toelichting van Bouwbesluit 2003 wordt ‘Industriefunctie’ als volgt uitgelegd: ‘Een industriefunctie omvat bijvoorbeeld een werkplaats of een magazijn van een fabriek, een opslagruimte in een pakhuis of een stal van een boerderij.’
Lichte industriefunctie
In de toelichting van Bouwbesluit 2003 wordt ‘Lichte industriefunctie’ als volgt uitgelegd: ‘Een industriefunctie is bijvoorbeeld een opslagloods, een kas of een stal. Onder een lichte industriefunctie wordt niet een hondenhok of een daarmee vergelijkbaar bouwwerk verstaan. Op een fabrieksterrein kunnen de industriefunctie en de lichte industriefunctie gelijktijdig aanwezig zijn.’
Praktijkboek Bouwbesluit 2003
Ook in het Praktijkboek Bouwbesluit 2003 is een uitleg opgenomen van de begrippen ‘industriefunctie’ en ‘lichte industriefunctie’. Uit de definitie van lichte industriefunctie blijkt dat het woord ‘lichte’ geen betrekking heeft op de massaliteit van het gebouwde en ook niet als tegenstelling moet worden gezien van ‘zware industrie’. Zo zal een deel van een fabriek met een volautomatisch werkend productieproces van een vorm van zware industrie, in de terminologie van Bouwbesluit 2003, een subgebruiksfunctie ‘lichte industrie’ zijn. Het gedeelte echter waarin zich de operatoren bevinden mag, ongeacht de bouwwijze, niet worden aangemerkt als ‘lichte industrie’.
Van een lichte industriefunctie is bijvoorbeeld sprake bij een:
Toepassing definities/omschrijvingen
Uitgangspunt
Een lichte industriefunctie is in wezen (qua activiteiten die er plaatsvinden) een industriefunctie, met dien verstande dat het verblijven van mensen een ondergeschikte rol speelt. Dit betekent echter niet dat daarin geen personen aanwezig mogen zijn. Denk bijvoorbeeld aan een opslaghal waarin de goederen toch door personen moeten worden neergezet.
Uitgangspunt bij indiening bouwaanvraag
Uitgangspunt voor de indiening van een bouwaanvraag is dat de aanvrager van de bouwvergunning de indeling in gebruiksfuncties bepaalt. Op basis van deze indeling controleert de gemeente of aan de eisen van Bouwbesluit 2003 wordt voldaan. Mocht in de praktijk toch blijken dat een gebouw niet conform de definitie van ‘lichte industriefunctie’ wordt gebruikt, dan kan de Arbeidsinspectie het gebruik verbieden.
Voorschriften volgens het Bouwbesluit
Voor een lichte industriefunctie gelden volgens Bouwbesluit 2003 vaak minder zware eisen dan voor een andere industriefunctie. Onderstaand is een overzicht gegeven van de meest kenmerkende verschillen. Bedacht moet worden dat een gebouwontwerp met als uitgangspunt ‘lichte industriefunctie’ voor de toekomst minder flexibel is dan een gebouwontwerp met als uitgangspunt ‘industriefunctie’. Stel dat de lichte industriefunctie later toch een andere bestemming krijgt, dan kunnen aanpassingen noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor die andere bestemming.
De volgende voorschriften gelden niet voor lichte industriefuncties:
Verblijfsgebieden en verblijfsruimten
Een lichte industriefunctie heeft altijd een verblijfsgebied en een verblijfsruimte. Enerzijds op grond van de aanwezigheids-eisen in artikel 4.21 (verblijfsgebied) en artikel 4.26 (verblijfsruimte) van Bouwbesluit 2003. Anderzijds op grond van de definitie van ‘verblijfsgebied’ en ‘verblijfsruimte’. Zie in dit kader ook informatieblad 325: ‘Wat is een verblijfsgebied en wat is een verblijfsruimte?’.
Constructieve veiligheid
Voor lichte industriefuncties kan voor het constructieve ontwerp worden uitgegaan van de lichtere eisen die voor deze gebruiksfunctie in NEN 6702 ‘Technische grondslagen voor bouwconstructies - TGB 1990 - Belastingen en vervormingen’ zijn opgenomen. Is de lichte industriefunctie een tuinbouwkas dan kan van NEN 3859 ‘Tuinbouwkassen: Ontwerp en constructie - Tuinbouwkassen voor de commerciële productie van planten en gewassen’ worden uitgegaan.
Voorziening van elektriciteit en noodstroomvoorziening
Voor een lichte industriefunctie geldt geen aanwezigheidseis voor een voorziening voor elektriciteit. Als er een lift aanwezig is, gelden wel eisen voor de verlichtingssterkte en noodverlichting in de liftkooi.
Brandcompartimentering
Een lichte industriefunctie met een gebruiksoppervlakte < 50 m2, die uitsluitend bestemd is voor de opslag van goederen of materialen (niet zijnde bij ministeriële regeling aangegeven brandbare, brandbevorderende of bij brand gevaar opleverende stoffen), behoeft niet in een brandcompartiment te liggen.
Dit geldt ook voor een lichte industriefunctie, die uitsluitend bestemd is voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2.
Een industriefunctie (dus ook een lichte industriefunctie) met een gebruiksoppervlakte = 1000 m² en een vuurbelasting (permanente + variabele) = 500 MJ/m² hoeft eveneens niet in een brandcompartiment te liggen.
Wering van vocht van binnen (koudebruggen)
De eis voor de minimale f-factor van 0,5 geldt niet voor een lichte industriefunctie. Deze eis geldt overigens ook niet voor ruimten die uitsluitend worden verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van mensen van andere industriefuncties.
Ventilatie
De eisen voor de ventilatie gelden voor een lichte industriefunctie alleen voor toilet- en badruimten. Niet voor verblijfsgebieden en verblijfsruimten.
Drinkwatervoorziening
De eis voor de aanwezigheid van een drinkwatervoorziening geldt niet voor een lichte industriefunctie. Als wel een drinkwatervoorziening wordt toegepast, dan gelden wel de eisen inzake hygiëne.
Thermische isolatie
De eisen voor de thermische isolatie gelden niet voor verblijfsgebieden die uitsluitend worden verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van mensen of die niet worden verwarmd. Dit geldt overigens ook voor andere industriefuncties.
Luchtdoorlatendheid
De eisen voor de luchtdoorlatendheid gelden niet voor verblijfsgebieden die uitsluitend worden verwarmd voor een ander doel dan het verblijven van mensen of die niet worden verwarmd. Dit geldt overigens ook voor andere industriefuncties.
In Bouwbesluit 2003 is de industriefunctie onderverdeeld in een aantal sub-gebruiksfuncties. Eén van die sub-gebruiksfuncties is de ‘lichte industriefunctie’. Het blijkt in de praktijk niet altijd duidelijk wanneer een ruimte kan worden aangemerkt als ‘lichte industriefunctie’. In dit informatieblad worden handvatten gegeven voor het hanteren van de gebruiksfunctie ‘lichte industriefunctie’.
Door de helpdesk van het ministerie van VROM is op de probleemstelling van dit informatieblad het volgende antwoord gegeven, waarvan de inhoud overeenkomt met de inhoud van dit informatieblad.
Vraag:
Graag zou ik van u weten wat concreet het verschil is tussen een lichte en andere industriefunctie.
Antwoord:
Het antwoord vindt u in artikel 1.1, derde en vierde lid, van het Bouwbesluit 2003.