Het zodanig ontwerpen en uitvoeren van de voetloodaansluiting tussen een plat dak en opgaand gevelwerk dat een duurzaam waterdicht detail ontstaat.
Voetlood in een spouwconstructie moet altijd schuin omhoog worden gezet en worden bevestigd tegen het binnenblad (Figuur A). Door kruipeigenschappen en het eigen gewicht zal lood op den duur altijd enigszins doorhangen.
In de praktijk komt het voor dat men lood horizontaal doorzet naar het binnenblad, om daarmee een eenvoudiger aansluiting met het isolatiemateriaal van de spouw tot stand te brengen. Dit is principieel onjuist: als gevolg van het doorhangen verzamelt zich water op de loodslabben.
Omdat dit risico in de praktijk altijd aanwezig is, dient men de overlappen tussen de loodstroken over het niet naar buiten uitstekende gedeelte te solderen. Dit geeft de beste waarborg tegen inwatering.
Figuur A Klassiek voetlooddetail in beeld...
...en op tekening
Het vrijhangende gedeelte aan de buitenzijde mag niet meer dan 80 mm breed zijn. Anders wordt het kruipeffect (met risico van scheurvorming en inwateren) te groot.
Een strook voetlood mag ten hoogste 1 m lang zijn. In de praktijk betekent dit dat de loodstroken dwars op de wikkelrichting gesneden moeten worden.
Met de voetloodaansluiting tussen een plat dak en opgaand gevelwerk doen zich in de praktijk diverse problemen voor. Dit informatieblad behandelt uitsluitend de aansluiting van een plat dak op een opgaande spouwmuurconstructie met een buitenblad van halfsteens metselwerk.
De functie van het voetlood betreft grotendeels het afvoeren van zakwater uit het buitenblad. Dit betekent dat het voetlood tenminste door het buitenblad moet lopen. Constructies met voetlood dat alleen maar voor een deel in een lintvoeg is aangebracht zijn dus uit den boze. Om voetlood in een spouwconstructie goed te laten functioneren, moet dit in de spouw schuin worden opgezet en worden bevestigd tegen het binnenblad, bijvoorbeeld met een hardhouten lat. Wanneer voetlood in te grote lengten wordt toegepast, ontstaat op den duur aan de buitenzijde scheurvorming als gevolg van thermische werking. Een andere vorm van beschadiging treedt op wanneer het vrijhangende gedeelte meer dan 80 mm bedraagt. Door kruip van het lood (als gevolg van het te grote gewicht van het vrijhangende gedeelte) ontstaat op den duur eveneens scheurvorming. Zie verder Figuur A bij oplossingsrichting 1.
Voor het voetlood gelden de volgende aanwijzingen:

Figuur B Haaknaad.
Nog geen reacties