Infoblad 351 - Vrije doorgang van toegangen van toiletruimten

Gelden in geval van een voorportaal met een aantal toiletruimten de eisen voor de vrije doorgang alleen voor de toegang tot het voorportaal, of voor elke afzonderlijke toiletruimte?

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Om dit probleem op te lossen moeten vijf stappen worden gezet, die weer zijn onder te verdelen in twee fasen.

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)
1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit
2. Bepaal de relevante paragrafen
3. Bepaal de relevante gebruiksfunctie
4. Bepaal met de tabel in de afdelingen de relevante voorschriften

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)
5. Uitleg van de voorschriften

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)

1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit
De voorschriften voor vrije doorgang staan in afdeling 4.3 ‘Vrije doorgang’ van Bouwbesluit 2003.


2. Bepaal de relevante paragrafen
Afdeling 4.3 ‘Vrije doorgang’ bevat paragraaf 4.3.1 en paragraaf 4.3.2. Paragraaf 4.3.1 bevat de eisen voor nieuwbouw, paragraaf 4.3.2 bevat de eisen voor bestaande bouw. In het vervolg wordt alleen ingegaan op de nieuwbouw-voorschriften.


3. Bepaal de relevante gebruiksfunctie
Uitgegaan wordt van een school. Het deel van een school met klaslokalen wordt in tabel 4.10 aangeduid als: ‘onderwijsfunctie’.


4. Bepaal met de tabel in de afdelingen de relevante voorschriften
Tabel 4.10 van afdeling 4.3 ‘Vrije doorgang’ bevat de artikelen 4.11 t/m 4.13. In artikel 4.11 zijn de eisen voor de vrije doorgang van een toegang gegeven. Voor een ‘onderwijsfunctie’ geldt artikel 4.11, eerste en tweede lid. Voor dit informatieblad is artikel 4.11, eerste lid, van belang. Dit artikel luidt als volgt:


Artikel 4.11, eerste lid
Een toegang van een ruimte heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 meter en een hoogte van ten minste 2,3 meter. Dit geldt uitsluitend voor:
a. een verblijfsgebied,
b. een verblijfsruimte,
c. een toiletruimte,
d. een badruimte,
e. een gemeenschappelijke opslagruimte voor huishoudelijk afval als bedoeld in artikel 4.59,
f. een ruimte voor het bereiken van een in dit lid genoemde ruimte, en
g. een ruimte voor het bereiken van een liftkooi.


Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)


5. Uitleg van de voorschriften


Aantal vereiste toiletruimten
Het aantal vereiste toiletruimten wordt voor een onderwijsfunctie bepaald volgens artikel 4.35, vierde lid, van Bouwbesluit 2003. Zie hiervoor ook informatieblad 101: ‘Bepaling van het vereiste aantal toiletruimten in een gebouw’. Het aantal vereiste toiletruimten in een onderwijsfunctie is afhankelijk van de gebruiksoppervlakte en de bezettingsgraadklasse. Stel dat er negen toiletruimten zijn vereist, dan moeten deze toiletruimten elk afzonderlijk volgens artikel 4.38, eerste lid, een minimale afmeting van 0,9 x 1,2 meter hebben.

Voor welke toegangen gelden de eisen?
De eisen voor de afmetingen van een toegang gelden alleen voor ruimten waarvoor is voorgeschreven dat de doorgang moet voldoen aan minimale afmetingen. Dit betreft de ruimten die zijn genoemd in artikel 4.11, eerste lid, waaronder ‘een toiletruimte’. ‘Een toiletruimte’ betekent ‘elke toiletruimte’. Dit zijn de toiletruimten die zijn vereist volgens artikel 4.35, vierde lid, alsmede de extra toiletruimten die de aanvrager om bouwvergunning vrijwillig als ‘toiletruimte’ heeft aangemerkt.
Verder geldt de eis ook voor de toegang van de voorruimte. Een voorruimte is volgens artikel 4.11, eerste lid ‘een ruimte voor het bereiken van een in dit lid genoemde ruimte’ en moet dus ook een vrije doorgang van minimaal 0,85 x 2,30 meter hebben.

Mogelijk gelijkwaardige oplossing
De ‘Werkgroep Gelijkwaardigheid’ van de Vereniging Stadswerk Nederland heeft voor een situatie met een groep toiletruimten een mogelijk gelijkwaardige oplossing onderbouwd. In die gelijkwaardige oplossing is aangegeven dat onder voorwaarden kan worden uitgegaan van een kleinere breedte van de vrije doorgang. Onderstaand is de samenvatting van deze gelijkwaardige oplossing gegeven. De gehele uitwerking is te downloaden via VROM.

Samenvatting
Een groep van toiletruimten, zoals deze in de gangbare praktijk wordt gemaakt, is gelijkwaardig aan hetgeen de wetgever heeft beoogd met betrekking tot de afmetingen van de vloeroppervlakte, de breedte van de vrije doorgang en het afsluitbaar zijn, als:

  • de (betegelde) toiletruimten in de praktijk een vloeroppervlakte hebben van ten minste 0,6 x 1,05 meter (bij een hangtoilet 0,95 meter), waarbij een ruimte met een diepte van ten minste 0,40 meter voor de toiletpot over zal blijven, en
    • deze toiletruimten bereikbaar zijn vanuit een voorruimte waarin zich (een aansluitpunt voor) een handenwasbak bevindt, en
  • de breedte van de vrije doorgang van deze toiletruimten ten minste 0,6 meter is, en
  • van de groep toiletruimten ten minste één integraal toegankelijke toiletruimte (toiletruimte die mede toegankelijk is voor rolstoelgebruikers) per 10 toiletruimten die in rekening worden gebracht (naar boven afgerond) deel daarvan uitmaakt, en
  • het aantal urinoirs dat in rekening wordt gebracht niet groter is dan 25 % van het totale aantal toiletruimten (naar beneden afgerond), en
  • de aanwezige vloeroppervlakte van elk afzonderlijk bereikbare deel een vloeroppervlakte heeft van ten minste het product van het aantal in rekening te brengen toiletruimten en 1,08 m2.

ACHTERGROND

Toiletruimten komen in verschillende verschijningsvormen voor. In een eengezinswoning als aparte ruimte met een minimale afmeting van 0,9 x 1,2 meter, of gecombineerd met een badruimte. In niet tot bewoning bestemde gebouwen is er vaak sprake van een groep toiletruimten bij elkaar die toegankelijk zijn vanuit een voorruimte waarin wasbakjes zijn geplaatst.
Bouwbesluit 2003 geeft eisen voor de vrije doorgang van een toegang tot een toiletruimte. In dit informatieblad wordt ingegaan op een situatie waarbij sprake is van een groep toiletruimten die bereikbaar is vanuit een voorportaal. Voor welke toegangen gelden de afmetingseisen van Bouwbesluit 2003? Alleen voor de toegang van het voorportaal, of ook voor de toegang van elke afzonderlijke toiletruimte in de groep met toiletruimten?

AANDACHTSPUNTEN

De helpdesk van het ministerie van VROM heeft op de probleemstelling het volgende antwoord gegeven, dat inhoudelijk overeenkomt met het gestelde in dit informatieblad.

Vraag:
Volgens artikel 4.11 van afdeling 4.3 moeten de toegangsdeuren naar toiletruimten minimaal een doorgangsbreedte hebben van 0,85 meter. Als wij een toiletruimte hebben met een voorportaal die toegang geeft tot een aantal toiletruimten, moeten dan alle deuren van deze toiletruimten een minimale doorgang breedte te hebben van 0,85 meter?

Antwoord:
Ja. Artikel 4.11, eerste lid, onderdeel c, zegt dat de eis geldt voor elke toiletruimte. Onderdeel f van dat lid zegt verder dat de eis ook geldt voor elke ruimte voor het bereiken van een toiletruimte.

OVERIGE INFORMATIE

SBR, prettig kennis te maken.