Infoblad 427 - Wanneer spreekt men van een zorgwoning?

Vaststellen of een woning een zorgwoning is.

OPLOSSINGRICHTINGEN

Gebruiksfuncties volgens bouwregelgeving

Een zorgwoning is iets tussen een gewone woning en een verpleeghuis in. Met de invoering van het Gebruiksbesluit op 1 november 2008 heeft de zorgwoning een plek gekregen in de bouwregelgeving.
Het Bouwbesluit kent de gebruiksfuncties 'woonfunctie' en 'gezondheidszorgfunctie'. Volgens de definities van het Bouwbesluit 2003 is een gezondheidszorgfunctie bestemd voor: 'medisch onderzoek, verpleging, verzorging en behandeling', en een woonfunctie voor: 'wonen'. Dit betekent niet dat in een woning geen zorg kan worden verleend. De van oudsher bekende thuiszorg wordt immers per definitie verleend in een woning, en niet in een gezondheidszorggebouw.

De laatste jaren heeft de gezondheidszorg, met name voor ouderen, zich steeds meer bewogen in de richting van de woning. Ouderen worden bij voorkeur niet opgenomen in een gezondheidszorggebouw, zoals een verzorgings- of verpleeghuis, maar blijven zolang mogelijk 'thuis' wonen. Als de zorgontvangers verspreid wonen is dat minder efficiënt voor de zorgverlening. Er is daarom een trend waar te nemen om zorgontvangers te concentreren in bij elkaar gelegen woningen, die vaak ook extra voorzieningen hebben met het oog op de zorgbehoefte van de bewoners.
Het Gebruiksbesluit houdt rekening met deze trend en maakt onderscheid tussen gewone woningen en zorgwoningen. In termen van het Gebruiksbesluit is een zorgwoning een 'woonfunctie voor zorg'. Het Gebruiksbesluit is gericht op het brandveilig gebruik van gebouwen. De eisen die aan het gebruik van gebouwen zijn gesteld, zijn onder andere afhankelijk van de zelfredzaamheid van de gebruikers en bezoekers van het gebouw. Omdat de zelfredzaamheid van bewoners van woonfuncties voor zorg kan variëren, kent het Gebruiksbesluit een verdere onderverdeling van woonfuncties voor zorg.

In afnemende mate van zelfredzaamheid gaat het om:

  • een gewone woonfunctie voor zorg;
  • een woonfunctie voor zorg op afspraak;
  • een woonfunctie voor zorg op afroep; en
  • een woonfunctie voor 24-uurs-zorg.

De zorgwoningen sluiten wat betreft de inschaling van zelfredzaamheid aan op gezondheidszorggebouwen. Het totaalplaatje in afnemende mate van zelfredzaamheid is:

  • een gewone woonfunctie voor zorg;
  • een woonfunctie voor zorg op afspraak;
  • een woonfunctie voor zorg op afroep;
  • een woonfunctie voor 24-uurs-zorg;
  • een gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten, zonder permanent toezicht; en
  • een gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten, met permanent toezicht.

In schema 1 is de relatie tussen gebruiksfuncties en de zelfredzaamheid van hun gebruikers in beeld gebracht.

Schema 1. Op de horizontale as is de zorgbehoefte aangegeven. Een patiënt op de intensive care afdeling van een ziekenhuis (met permanent toezicht) heeft de grootste zorgbehoefte. Uitgangspunt is dat de zelfredzaamheid omgekeerd evenredig is met de zorgbehoefte. De pijl in het schema laat als voorbeeld zien dat de bewoner van een woonfunctie voor 24-uurs-zorg een beperkte mate van zelfredzaamheid heeft.

Wie bepaalt de gebruiksfunctie?

In principe bepaalt de eigenaar/gebruiker van een woning de gebruiksfunctie ervan. Een psychiatrische instelling kan woningen op haar terrein aanmerken als gezondheidszorggebouw of als woonfunctie voor zorg. Een corporatie kan een woongebouw voor 55-plussers aanmerken als een gewoon woongebouw of als een gebouw met woonfuncties voor zorg. In het laatste geval spreekt het Gebruiksbesluit van zorgclusterwoningen. Dat zijn bij elkaar gelegen woonfuncties voor zorg.
Betekent dit dat zware zorg en zelfs ziekenhuiszorg kan worden verleend in gewone woningen? Zeker niet. De eigenaar van de woning is op grond van het Bouwbesluit en het Gebruiksbesluit niet verplicht om de woonfunctie dan aan te merken als 'woonfunctie voor zorg' of 'gezondheidszorgfunctie', maar op grond van de Woningwet (artikel 1a) is de eigenaar verantwoordelijk voor de veiligheid in de woning. Hij kan de formele bestemming (woonfunctie) dan dus beter in overeenstemming brengen met de werkelijkheid (woonfunctie voor zorg, of gezondheidszorgfunctie). Bovendien kan de gemeente dat voorschrijven (op grond van artikel 1a van de Woningwet).
In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat een 'woonfunctie voor zorg op afspraak' niet kan worden bewoond door een bewoner met een grotere zorgbehoefte. Het niveau van zorg kan nooit aanleiding zijn om iemand uit zijn woning te zetten of aan de bewoner bouw- of gebruikstechnische voorzieningen op te leggen. Bij een woonfunctie van zorg is het eisenniveau derhalve verbonden aan de bestemming van de woning en niet aan het feitelijke gebruik. Als de zorgbehoefte van de bewoner toeneemt, vloeit daar dus niet uit dat de persoon moet verhuizen of dat de woning moet worden aangepast. In de praktijk zal de zorgverlener zo nodig aangeven dat zij op het betreffende adres niet in de noodzakelijke zorg kan voorzien. De bewoner (of familie daarvan) kan daaruit zelf haar conclusies trekken.

In het algemeen hebben de zwaardere eisen overigens vooral betrekking op de brandmeldinstallatie.

Extra brandveiligheidsvoorzieningen 'woonfuncties voor zorg'

In een woonzorgcomplex kunnen diverse vormen van zorg worden aangeboden aan bewoners van de woningen ('woonfunctie voor zorg'). Als er minder zelfredzame bewoners in het complex zijn eist de bouwregelgeving en de ARBO-regelgeving bepaalde bouw-/installatietechnische en organisatorische maatregelen om de veiligheid van de bewoners te waarborgen, namelijk:

  • op grond van het Bouwbesluit 2003 (alleen in geval van nieuwbouw): een brandweerlift en brandslanghaspels, in geval van 'minder zelfredzame personen';
  • op grond van het Gebruiksbesluit: een brandmeldinstallatie, met een omvang van de bewaking en doormelding, variërend van gedeeltelijke bewaking zonder doormelding (zorgclusterwoning in een woongebouw voor zorg op afroep) tot volledige bewaking met doormelding (groepszorgwoning voor 24-uurszorg), en een ontruimingsinstallatie;
  • een bedrijfshulpverleningsorganisatie gericht op het evacueren van bedgebonden bewoners.

Elk gedeelte van een gezondheidsfunctie voor het slapen moet worden aangemerkt als gezondheidsfunctie voor bedgeboden personen. De zelfredzaamheid van personen speelt daarbij geen rol. In een andere gezondheidsfunctie is de veiligheid van personen die slapen onvoldoende gewaarborgd.
Is het zorgniveau in een gebouw zo laag dat er geen sprake is van bedgebonden patiënten (ter beoordeling van de aanvrager om bouwvergunning of gebruiksvergunning), dan moet er, indien in het gebouw personen overnachten, sprake zijn van een logiesfunctie of een woonfunctie.

Extra voorzieningen 'gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten'

Zodra er structureel niet-zelfredzame personen in het zorgcomplex worden ondergebracht is de veiligheid van de bewoners niet meer gewaarborgd met slechts het voldoen aan de eisen die worden gesteld aan woonfuncties voor zorg. Het gaat dan om personen die aan bed of andere voorzieningen zijn gebonden en bij brand met deze voorziening moeten worden geëvacueerd. Deze personen moeten worden ondergebracht in een deel van het complex dat is aangemerkt als gezondheidszorgfunctie. Dit is de verantwoordelijkheid van de bewoner of de eigenaar van de woning, de familie van de bewoner en de aanbieder van zorg.

De belangrijkste zwaardere brandveiligheidseisen wanneer het gebouw wordt aangemerkt als gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten betreffen:

  • Extra brandscheidingen op dezelfde verdieping (in geval van nieuwbouw). Toelichting: Bij brand in een gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten moeten patiënten snel (met bed en al) naar een (tijdelijk) veilige plaats kunnen worden gebracht. Daarvoor moet ruimte zijn op dezelfde bouwlaag. Op één bouwlaag moeten dus minimaal twee brandcompartimenten zijn.
  • Zelfsluitende deuren in inwendige scheidingsconstructies van een subbrandcompartiment (dus bijvoorbeeld de deur van de verpleegkamer naar de gang).
  • Breedte van de toegangen van de patiëntenkamers en de gangen en manoeuvreerruimte in die ruimten. Toelichting: Aan bed gebonden patiënten moeten snel met bed en toebehoren naar een ander brandcompartiment (op dezelfde bouwlaag) kunnen worden gebracht. De toegangen en gangen moeten daarvoor ruim genoeg zijn voor passage van een standaard bed, namelijk ten minste 2,3 x 1,2 x 1,1 meter (lxbxh).

ACHTERGROND INFORMATIE

In een woonzorgcomplex wordt gewoond, maar er wordt ook zorg verleend. Aan elke gebruiksfunctie zijn via het Bouwbesluit en het Gebruiksbesluit specifieke eisen verbonden, waarbij voor de gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten de hoogste eisen gelden. Dit heeft te maken met het feit dat de gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten uitgaat van volledig niet-zelfredzame personen. De keuze van de gebruiksfunctie legt ook het gebruik vast. Als een gebouw de woonfunctie heeft, mag het niet zonder meer worden gebruikt voor het verlenen van bepaalde vormen van gezondheidszorg. Dit wil echter niet zeggen dat er geen 'zorg' in een woning kan en mag worden (aan)geboden.

AANDACHTSPUNTEN

De eigenaar van een woonzorgcomplex - dat kan de zorgaanbieder zijn, maar bijvoorbeeld ook een woningcorporatie/belegger - moet ervoor zorgen dat het complex ten minste voldoet aan de bouwvoorschriften zoals vastgelegd in het Bouwbesluit 2003 die horen bij de in de bouwvergunning aangegeven gebruiksfuncties.
De (woon-)zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het brandveilig gebruik van de gebouwen en de materialen, de veiligheid van de medewerkers en de veiligheid van de bewoners, patiënten en cliënten die bij hem/haar in zorg zijn. Hoewel de directeur/bestuurder zich moet houden aan (wettelijk) vastgestelde normen (basiskwaliteit), zoals vastgelegd in het Bouwbesluit en het Gebruiksbesluit, beslist hij/zij welk extra niveau van veiligheid wordt nagestreefd (dus hoe veilig hij/zij wil dat het complex is). De directeur/bestuurder moet wel altijd duidelijk kunnen maken welke risico's hij/zij acceptabel vindt. En de directeur/bestuurder moet regelmatig laten controleren hoe het met de brandveiligheid is gesteld. Bijvoorbeeld in het kader van een gebruiksvergunning als er sprake is van een gezondheidszorgfunctie (een woonfunctie is niet gebruiksvergunningplichtig) of in het kader van de ARBO-regelgeving.
Het is de verantwoordelijkheid van de bewoner van een zorgwoning om zorg te dragen voor een brandveilig gebruik van de woning. Het kan echter zijn dat familieleden of de zorgaanbieder deze verantwoordelijkheid al dan niet gedeeltelijk overnemen. In een dergelijk geval zal de familie of zorgaanbieder moeten beoordelen of de brandveiligheidsvoorzieningen in voldoende mate zijn afgestemd op de zorgbehoefte (zelfredzaamheid) van de bewoner. Het Gebruiksbesluit maakt onderscheid tussen zorg op afspraak, zorg of afroep en 24-uurs zorg. Als zelfs 24-uurszorg onvoldoende soelaas biedt, bijvoorbeeld omdat de patiënt bedgebonden is, kan verhuizing van een woonsituatie naar een gezondheidszorgsituatie noodzakelijk zijn.

OVERIGE INFORMATIE

SBR, prettig kennis te maken.