Het benoemen en hanteren van een veiligheidstrappenhuis en aan de hand van het Bouwbesluit bepalen welke eisen er van toepassing zijn op zo’n trappenhuis.
In artikel 1.1 van Bouwbesluit 2003 is ‘veiligheidstrappenhuis’ als volgt gedefinieerd:
‘Trappenhuis waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert, en dat in de vluchtrichting uitsluitend kan worden bereikt vanuit een niet-besloten ruimte.’
Uitleg definities/omschrijving
Een trappenhuis waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert
De definitie van een trappenhuis is volgens artikel 1.1 van Bouwbesluit 2003 een ‘verkeersruimte waarin een trap ligt’.
De definitie van een brand- en rookvrije vluchtroute is een ‘van brand gevrijwaarde rookvrije vluchtroute die uitsluitend door verkeersruimten voert’.
De definitie van rookvrije vluchtroute is een ‘van rook gevrijwaarde route die begint bij een toegang van een rookcompartiment of een subbrandcompartiment, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat gebruik behoeft te worden gemaakt van een lift’.
In de definitie is niet expliciet aangegeven dat een veiligheidstrappenhuis een besloten ruimte moet zijn. Dit betekent dat ook een ‘open’ veiligheidstrappenhuis is toegestaan. Ook in voorschriften met de wbdbo-eisen komt dit tot uiting. De status brand- en rookvrije vluchtroute houdt onder meer in dat hoge eisen worden gesteld aan de brandvoortplanting en de rookproductie van constructie-onderdelen. Een trappenhuis waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert ligt automatisch buiten een brandcompartiment. Dit houdt in dat het trappenhuis brandwerend is gescheiden van de aangrenzende en nabij gelegen brandcompartimenten.
In de vluchtrichting uitsluitend bereikbaar vanuit een niet-besloten ruimte
Dat een veiligheidstrappenhuis uitsluitend bereikbaar mag zijn vanuit een niet-besloten ruimte wil zeggen: ‘Vanuit een ruimte waardoor bij brand een zodanige luchtstroom gaat dat daarin vrijwel geen rook aanwezig kan zijn.’ Dit zal doorgaans een ruimte zijn die in voldoende mate in open verbinding staat met de buitenlucht, zoals een galerij of een buitenbordes. Dit kan ook geforceerd plaatsvinden als bij brand automatisch een mechanisch systeem in werking gaat. Hiermee wordt voorkomen dat er rook doordringt in het trappenhuis.
Toepassing definities/omschrijving
In Bouwbesluit 2003 is geen aanwezigheidseis voor een veiligheidstrappenhuis gegeven. Wel kan een veiligheidstrappenhuis worden toegepast om aan bepaalde eisen inzake brandveiligheid te kunnen voldoen, waardoor een bepaalde oplossing mogelijk is. Als een veiligheidstrappenhuis wordt toegepast, dan moet dit wel binnen de randvoorwaarden die Bouwbesluit 2003 hiervoor geeft. Voor een veiligheidstrappenhuis gelden diverse eisen die van invloed zijn op het ontwerp van het gebouw en op de uitvoering van het veiligheidstrappenhuis.
Aan de hand van de voorschriften van Bouwbesluit 2003 wordt hieronder een overzicht gegeven van de mogelijkheden en eisen voor een veiligheidstrappenhuis. Op een veiligheidstrappenhuis zijn niet alleen de specifieke voorschriften van toepassing die gelden voor een veiligheidstrappenhuis, maar ook de eisen voor een:
Onderstaand zijn de meest relevante eisen in verband met de brandveiligheid uitgewerkt.
Brandwerendheid m.b.t. bezwijken
Door een veiligheidstrappenhuis voert altijd een rookvrije vluchtroute. Dit betekent dat de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken van de trapconstructie, als gevolg van een brand buiten het veiligheidstrappenhuis, minimaal 30 minuten is. De brandwerendheid met betrekking tot bezwijken van de hoofddraagconstructie is afhankelijk van de hoogte van de hoogste vloer van een verblijfsgebied en de gebruiksfuncties in het gebouw.
Eisen aan een trap
De trap in een veiligheidstrappenhuis moet, afhankelijk van de gebruiksfunctie en de vloeroppervlakte die op de trap aangewezen is, voldoen aan kolom A of kolom B van tabel 2.28a of tabel 2.28b van Bouwbesluit 2003. Verder gelden de voorschriften voor trapafscheidingen en leuningen. Is de veiligheidstrap een noodtrap dan kan bij een woonfunctie worden volstaan met een trap die voldoet aan kolom A van tabel 2.28b (wordt in de komende wijziging geformaliseerd).
De afmetingen van een trap van een niet tot bewoning bestemd gebouw is mede afhankelijk van de benodigde doorstroom- en opvangcapaciteit. Indien het veiligheidstrappenhuis bestemd is voor het ontsluiten van woonfuncties in een woongebouw en de trap een hoogteverschil > 1,5 meter overbrugd, moet deze in een besloten, regenwerende ruimte liggen. In dat geval kan dus geen niet-besloten veiligheidstrappenhuis worden toegepast.
Noodverlichting
In een besloten veiligheidstrappenhuis moet een verlichtingsinstallatie worden toegepast. In een veiligheidstrappenhuis van een niet tot bewoning bestemde gebruiksfunctie moet tevens noodverlichting worden toegepast.
Materiaalgebruik
Brandvoortplantingsklasse
Materialen die worden toegepast in een veiligheidstrappenhuis moeten voldoen aan brandvoortplantingsklasse 2 (wanden en plafonds) volgens NEN 6065. Voor een celfunctie geldt brandvoortplantingsklasse 1. Voor vloeren geldt klasse T1 volgens NEN 1775. Dit stelt eisen aan het materiaalgebruik binnen een veiligheidstrappenhuis. Bepaalde houtsoorten en kunststoffen kunnen bijvoorbeeld niet worden toegepast, omdat deze niet aan genoemde brandvoortplantingsklasse voldoen.
Rookdichtheid
Materialen die worden toegepast in een besloten veiligheidstrappenhuis mogen een rookproductie met een rookdichtheid van maximaal 2,2 m-1 hebben, indien de materialen voldoen aan brandvoortplantingsklasse 2. Ze mogen verder een rookdichtheid hebben van maximaal 5,4 m-1, indien de materialen voldoen aan brandvoortplantingsklasse 1. Voor de vloeren en traptreden in het veiligheidstrappenhuis geldt altijd een rookproductie met een rookdichtheid van maximaal 10 m-1.
Euroklassen
Sinds 13 mei 2003 zijn de Europese Bepalingsmethoden ten aanzien van materiaalgedrag bij brand van bouwmaterialen in Bouwbesluit 2003 geïmplementeerd. Met een wijziging in de Regeling Bouwbesluit 2003 is hieraan invulling gegeven. Voor constructie-onderdelen die CE-markering hebben moet de Euroclassificatie worden toegepast. Voor constructie-onderdelen die nog geen CE-markering hebben mag de Euroclassificatie worden toegepast.
Permanente vuurbelasting
Het product van de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting en de netto-vloeroppervlakte van een veiligheidstrappenhuis is per bouwlaag ten hoogste 3.500 MJ. Elk toegepast brandbaar materiaal heeft een bepaalde verbrandingswaarde. Bij de materiaalkeuze moet hiermee, naast de eisen voor de brandvoortplanting en rookdichtheid, rekening worden gehouden.
Wbdbo-eis
Tussen een brandcompartiment en een veiligheidstrappenhuis geldt volgens artikel 2.106, eerste lid, een wbdbo-eis van 60 minuten. Dit geldt zowel voor een besloten veiligheidstrappenhuis (aangeduid als ‘besloten ruimte waardoor een brand- en rookvrije vluchtroute voert’) als voor een niet-besloten veiligheidstrappenhuis (deze wordt expliciet genoemd). Hierop is in geen geval reductie mogelijk. Om genoemde wbdbo-eis te realiseren moeten brandwerende maatregelen worden getroffen aan de gevel van het veiligheidstrappenhuis en/of het aangrenzende brandcompartiment van waaruit de wbdbo-eis geldt.
Is er sprake van een niet-besloten veiligheidstrappenhuis, dan moet eveneens worden aangetoond dat deze voldoende is afgeschermd van brand en rook. Dit kan bijvoorbeeld door de trap aan een dichte kopgevel te situeren. En op voldoende afstand van delen van de uitwendige scheidingsconstructie die geen brandwerendheid hebben van ten minste 30 minuten, zoals ramen en deuren (zonder brandwerend glas).
Samenvallende vluchtroutes
Twee (brand- en) rookvrije vluchtroutes mogen altijd samenvallen in een veiligheidstrappenhuis. Dit zal binnenkort ook gelden voor een logiesfunctie met een groter hoogteverschil dan 12,5 meter. In afwijking van rookvrije vluchtroutes en brand- en rookvrije vluchtroutes die niet in een veiligheidstrappenhuis liggen, geldt voor de afstand waarover twee (brand- en) rookvrije vluchtroutes samenvallen, geen beperking.
Bepaling niet-besloten ruimte
In artikel 2.169 en artikel 2.186, eerste lid van Bouwbesluit 2003 is een functionele eis voor een niet-besloten ruimte gegeven:
Artikel 2.169:
‘Een niet-besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, heeft een voorziening voor afvoer van rook met een component voor toevoer van verse lucht en een component voor afvoer van rook, met een zodanige capaciteit dat die ruimte tijdens brand gedurende langere tijd kan worden gebruikt om te vluchten.’
Artikel 2.186, eerste lid:
‘Een niet-besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert, heeft een voorziening voor afvoer van rook met een component voor toevoer van verse lucht en een component voor afvoer van rook, met een zodanige capaciteit dat die ruimte tijdens brand gedurende langere tijd kan worden gebruikt voor het uitvoeren van reddingswerkzaamheden en bluswerkzaamheden.’
In Nota van toelichting op deze artikelen is indertijd een richtlijn opgenomen (gebaseerd op een TNO-onderzoek) waarin drie randvoorwaarden zijn geformuleerd. Wordt hieraan voldaan, dan mag worden aangenomen dat deze ruimte voor brandveiligheid als een niet-besloten ruimte mag worden beschouwd. Het gaat om de volgende randvoorwaarden:
Alleen door middel van geavanceerde rekenprogramma’s (o.a. CFD -berekeningen) is het mogelijk om aan te tonen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Verder is in de toelichting aangegeven dat bij (traditionele) galerijen met een vlak plafond, niet-afsluitbare openingen in de langsgevel en een galerijdiepte van ten hoogste 1,8 meter, met behulp van onderdeel 5.3 van NEN 1087 de capaciteit van de toevoer van verse lucht en de afvoer van rook kan worden bepaald. Deze capaciteit moet ten minste 100 dm3/s per m3 netto inhoud van die ruimte zijn. Toepassing van deze norm is alleen mogelijk als er langs het plafond van de galerij geen uitstekende rand of andere belemmering aanwezig is, waardoor de rookafvoer stagneert en de hete rook zich aan het plafond van de galerij ophoopt.
Bouwbesluit 2003 kent twee verbijzonderingen van het begrip trappenhuis, te weten een vluchttrappenhuis en een veiligheidstrappenhuis. Een veiligheidstrappenhuis is een bijzonder type vluchttrappenhuis dat kan worden toegepast in verband met de vluchtveiligheid van een gebouw.
Een veiligheidstrappenhuis is een vluchttrappenhuis waarin de kans verwaarloosbaar klein is dat brand en rook kunnen doordringen en dat als brand toch doordringt het trappenhuis in brand kan raken. De bepaling dat een veiligheidstrappenhuis in de vluchtrichting uitsluitend kan worden bereikt vanuit een niet-besloten ruimte, is bedoeld om de door dat trappenhuis voerende vluchtroutes te beschermen tegen het binnendringen van rook.