Infoblad 114 - Wegwijs worden in het Bouwbesluit; opzoeken relevante onderwerpen-1

Wegwijs worden in het Bouwbesluit: "Over welke onderwerpen geeft het Bouwbesluit een voorschrift? Welke voorschriften zijn opgenomen in het Bouwbesluit? Welke beoordelingsaspecten kent het Bouwbesluit?"

OPLOSSINGSRICHTINGEN

1. Uitleg indeling van het Bouwbesluit

De geschetste indeling van het Bouwbesluit is niet gebaseerd op bouwkundige producten en constructies. Dit leidt ertoe dat, wie bijvoorbeeld wil weten welke eisen aan een trap worden gesteld, niet kan volstaan met afdeling 2.5 "Trap". Want hierin zijn (onder andere) slechts eisen aan afmetingen van de trap opgenomen. Maar de eisen aan de trap met betrekking tot de beperking van de ontwikkeling van brand (de brandvoortplantingsklasse) staan in afdeling 2.12. De eisen aan de sterkte van een trap zijn opgenomen in afdeling 2.1, terwijl sterkte-eisen voor trappen waarover een rookvrije vluchtroute leidt in afdeling 2.2 zijn vermeld. De vraag of een trap kan volstaan of dat er een lift moet komen, wordt beantwoord in het hoofdstuk bruikbaarheid.

Het Bouwbesluit heeft ook zijn eigen begrippenapparaat en invalshoeken. Er is een eis aan maximale breedte van open stootvoegen. Het begrip "open stootvoeg" is niet in het Bouwbesluit opgenomen. Wel vindt men in een afdeling 3.17 over bescherming tegen ratten en muizen een voorschrift waarin staat dat in de uitwendige scheidingsconstructie geen grotere opening dan 10 mm mag zijn opgenomen.

Evenzo is de term koudebrug niet in het Bouwbesluit opgenomen. De voorschriften ter voorkoming van koudebruggen staan in afdeling 3.7 over wering van vocht van binnen. De negatieve invloed van een open stootvoeg en een koudebrug op het warmteverlies moet in rekening worden gebracht volgens NEN 1068 die is aangestuurd via hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit.

De voorbeelden geven aan dat het niet volstaat om via de inhoudsopgave van het Bouwbesluit naar een onderwerp te zoeken. Het toetsen van een bouwplan aan het Bouwbesluit is dan ook werk voor deskundigen. Voor het opbouwen van deze deskundigheid is het noodzakelijk om, naast een overzicht van de verschillende onderwerpen, ook kennis te hebben van de doelstelling van de voorschriften. Want pas vanuit de doelstelling van het voorschrift kan mogelijk worden afgeleid of er een bepaald beoordelingsaspect ook bedoeld zou kunnen zijn voor de bouwkundige constructie in kwestie. De doelstelling van het voorschrift wordt beschreven in elk eerste artikel van alle afdelingen c.q. beoordelingsaspecten. Het doorlezen van de toelichting op het Bouwbesluit kan eveneens een hulpmiddel zijn.

2. Overzicht beoordelingsaspecten / inhoudsopgave Bouwbesluit

Het hierna gegeven overzicht van beoordelingsaspecten van het Bouwbesluit komt overeen met de indeling in afdelingen van hoofdstuk 2 tot en met 6.
De prestatie-eisen vormen een verdere uitwerking van de functionele eisen, zoals vermeld in de rechterkolom van het overzicht.

Hoofdstuk Afdeling Titel Functionele eis
1 Algemeen
1.1 Begripsbepalingen
1.2 Toepassing NEN en NEN-EN
1.3 Gelijkwaardigheidsbepaling
1.4 Kwaliteitsverklaringen en CE-markeringen
1.5 Ontheffingen
1.6 Niet permanente bouwwerken
2 Voorschriften uit oogpunt van veiligheid
2.1 Algemene sterkte van de bouwconstructie Een te bouwen bouwwerk heeft een bouwconstructie die gedurende de in NEN 6700 bedoelde referentieperiode voldoende bestand is tegen de daarop werkende krachten.
2.2 Sterkte bij brand Een te bouwen bouwwerk heeft een bouwconstructie die zodanig is dat het bouwwerk bij brand gedurende redelijke tijd kan worden verlaten en doorzocht, zonder dat er gevaar voor instorting is.
2.3 Vloerafscheiding Een te bouwen bouwwerk bevat voorzieningen waardoor het van een vloer vallen voldoende wordt voorkomen.
2.4 Overbrugging van hoogteverschillen Een te bouwen bouwwerkheeft voorzieningen voor het veilig overbruggen van hoogteverschillen.
2.5 Trap Een te bouwen trap die een hoogteverschil als bedoeld in afdeling 2.4 overbrugt, kan veilig worden gebruikt.
2.6 Hellingbaan Een te bouwen hellingbaan die een hoogteverschil als bedoeld in afdeling 2.4 overbrugt, kan veilig worden gebruikt.
2.7 Elektriciteits- en noodstroomvoorziening Een te bouwen bouwwerk heeft een veilige voorziening voor elektriciteit.
2.8 Verlichting Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden verlaten, sociaal veilig en bruikbaar is.
2.9 Gasvoorziening Een te bouwen bouwwerk heeft een veilige voorziening voor gas.
2.10 Beweegbare constructieonderdelen Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige beweegbare constructie-onderdelen dat veilig kan worden gevlucht en dat veilig gebruik kan worden gemaakt van de aan het perceel grenzende openbare ruimte.
2.11 Beperking van ontstaan van een brandgevaarlijke situatie Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie voldoende wordt beperkt.
2.12 Beperking van ontwikkeling van brand Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat brand zich niet snel kan ontwikkelen.
2.13 Beperking van uitbreiding van brand Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat de uitbreiding van brand voldoende wordt beperkt.
2.14 Verdere beperking van uitbreiding van brand Een te bouwen bouwwerk waarin wordt geslapen is zodanig dat uitbreiding van brand in verdergaande mate wordt beperkt dan bepaald in afdeling 2.13
2.15 Beperking van ontstaan van rook Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat het zich snel ontwikkelen van rook voldoende wordt beperkt.
2.16 Beperking van verspreiding van rook Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat bij brand rook zich niet binnen korte tijd kan verspreiden naar een ander deel van het bouwwerk zodat op veilige wijze het aansluitende terrein kan worden bereikt.
2.17 Vluchten binnen een rook- en een subbrandcompartiment Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat een rookcompartiment en een subbrandcompartiment voldoende snel en veilig kunnen worden verlaten.
2.18 Vluchtroutes Een te bouwen bouwwerk heeft voldoende vluchtroutes waarlangs bij brand een veilige plaats kan worden bereikt.
2.19 Inrichting van rookvrije vluchtroutes Een te bouwen bouwwerk heeft zodanig ingerichte rookvrije vluchtroutes, dat in geval van brand snel en veilig kan worden gevlucht.
2.20 Voorkoming en beperking van ongevallen bij brand Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat personen kunnen worden gered en brand kan worden bestreden.
2.21 Bestrijding van brand Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige voorzieningen voor bestrijding van brand, dat brand binnen redelijke tijd kan worden bestreden.
2.22 Grote brandcompartimenten Een te bouwen bouwwerk met een brandcompartiment of een subbrandcompartiment, waarvan de gebruiksoppervlakte groter is dan de toelaatbare gebruiksoppervlakte als bedoeld in afdeling 2.13, onderscheidenlijk 2.14, is zodanig ingericht dat het brandveilig is.
2.23 Hoge en ondergrondse gebouwen; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger dan 70 m boven of lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zodanig ingericht dat het bouwwerk brandveilig is.
2.24 Toegang van een bouwwerk Een te bouwen bouwwerk met een gemeenschappelijke verkeersruimte heeft zodanige voorzieningen dat veel voorkomende criminaliteit wordt tegengegaan.
2.25 Inbraakwerendheid Een te bouwen bouwwerk biedt weerstand tegen inbraak.
3 Voorschriften uit het oogpunt van gezondheid
3.1 Bescherming tegen geluid van buiten; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk biedt in een verblijfsgebied bescherming tegen geluid van buiten.
3.2 Bescherming tegen geluid van installaties; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk biedt bescherming tegen geluid van installaties.
3.3 Geluidwering tussen verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfunctie; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk biedt bescherming tegen onderlinge geluidsoverlast tussen niet-gemeenschappelijke verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfunctie.
3.4 Beperking van galm; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk heeft in een verblijfsruimte of een gemeenschappelijke verkeersruimte een zodanige geluidsabsorptie, dat geluidhinder door galm wordt beperkt.
3.5 Geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk biedt bescherming tegen onderlinge geluidsoverlast tussen gebruiksfuncties.
3.6 Wering van vocht van buiten Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige scheidingsconstructies, dat het binnendringen van vocht in verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt.
3.7 Wering van vocht van binnen Een te bouwen bouwwerk heeft zodanige scheidingsconstructies dat de vorming van allergenen voldoende wordt beperkt.
3.8 Afvoer van afvalwater en fecaliën Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor de afvoer van afvalwater en fecaliën dat een voor de gezondheid nadelige situatie wordt voorkomen.
3.9 Afvoer van hemelwater; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater dat een voor de gezondheid nadelige situatie wordt voorkomen.
3.10 Luchtverversing van een verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor luchtverversing van een verblijfsgebied, een verblijfsruimte, een toiletruimte en een badruimte, dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht voldoende wordt beperkt.
3.11 Spuivoorziening Een te bouwen bouwwerk heeft een voorziening voor het zo nodig snel kunnen afvoeren van sterk verontreinigde binnenlucht.
3.12 Luchtverversing van overige ruimten Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor luchtverversing voor een meterruimte voor een voorziening van gas, een liftschacht een gemeenschappelijke verkeersruimte, een ruimte met een netto-inhoud van 3 m3 voor het opslaan van afval en een tunnelruimte, dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht voldoende wordt beperkt.
3.13 Toevoer van verbrandingslucht Een te bouwen bouwwerk waarin zich een opstelplaats voor een verbrandingstoestel bevindt, heeft een zodanige voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht dat het door onvolledige verbranding ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen.
3.14 Afvoer van rook Een te bouwen bouwwerk waarin zich een opstelplaats voor een verbrandingstoestel bevindt, heeft een zodanige voorziening voor de afvoer van rook dat geen voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht ontstaat.
3.15 Beperking van de toepassing van schadelijke materialen Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat de aanwezigheid van voor de gezondheid schadelijke stoffen, en van ioniserende stralen beperkt is.
3.16 Beperking van het kunnen binnendringen van uit de grond afkomstige schadelijke stoffen of straling; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat gebruikers ervan zo min mogelijk worden blootgesteld aan uit de bodem afkomstige schadelijke stoffen of aan straling.
3.17 Bescherming tegen ratten en muizen Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat het binnendringen van ratten en muizen wordt tegengegaan.
3.18 Drinkwatervoorziening Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening voor drinkwater dat kan worden beschikt over water, geschikt voor menselijke consumptie en hygiëne.
3.19 Warmwatervoorziening Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige voorziening dat kan worden beschikt over warm water voor de menselijke hygiëne.
3.20 Daglicht Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat daglicht in voldoende mate kan toetreden.
4 Voorschriften uit een oogpunt van bruikbaarheid
4.1 vervallen
4.2 Toegankelijkheidssector; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk is voldoende toegankelijk voor rolstoelgebruikers.
4.3 Vrije doorgang Een te bouwen bouwwerk heeft toegangen met een zodanige doorgang en verkeersroutes met een zodanige vrije doorgang, dat het gebouw voldoende toegankelijk is.
4.4 Bereikbaarheid; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk is zodanig, dat het bouwwerk door rolstoelgebruikers kan worden binnengegaan en verlaten.
4.5 Verblijfsgebied; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk heeft een of meer verblijfsgebieden waar de voor de betrokken gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten kunnen plaatsvinden.
4.6 Verblijfsruimte De verblijfsruimten van een te bouwen bouwwerk hebben zodanige afmetingen en een zodanige bereikbaarheid, dat het bouwwerk doelmatig kan worden gebruikt.
4.7 Toiletruimte Een te bouwen bouwwerk heeft voldoende toiletruimten.
4.8 Badruimte Een te bouwen bouwwerk heeft voldoende badruimten.
4.9 vervallen
4.10 Gemeenschappelijke opslagruimte voor huishoudelijk afval; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk heeft een ruimte waar huishoudelijk afval gescheiden kan worden opgeslagen.
4.11 Stallingsruimte voor fietsen; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk heeft een stallingsruimte voor fietsen.
4.12 Meterruimte; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk waarin zich een voorziening voor elektriciteit, gas, drinkwater of verwarming bevindt, heeft een meterruimte waarin de centrale schakel-, verdeel- en meetapparatuur voor die voorziening kan worden geplaatst.
4.13 Liftschacht; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk met een lift heeft, voor het veilig en doelmatig functioneren van die lift, een liftschacht.
4.14 Liftmachineruimte; nieuwbouw Een bouwwerk met een lift heeft een liftmachineruimte voor het veilig en doelmatig functioneren van die lift.
4.15 Opstelplaats voor een aanrecht en opstelplaats voor een kooktoestel Een te bouwen bouwwerk heeft opstelplaatsen voor een aanrecht en een kooktoestel, zodat vaatwerk kan worden gereinigd en voedsel en dranken kunnen worden bereid.
4.16 Opstelplaats voor een stooktoestel Een te bouwen bouwwerk heeft een opstelplaats voor een stooktoestel, zodat verwarmingsapparatuur kan worden geplaatst.
4.17 Opstelplaats voor een warmwatertoestel; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk heeft een opstelplaats voor een warmwatertoestel, waar apparatuur voor het verwarmen van water kan worden geplaatst.
4.18 vervallen
5 Voorschriften uit een oogpunt van energiezuinigheid
5.1 Thermische isolatie; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat warmteverlies door overdracht of geleiding voldoende is beperkt.
5.2 Beperking van luchtdoorlatendheid; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk heeft een zodanige luchtdoorlatendheid dat het warmteverlies als gevolg van tocht wordt beperkt.
5.3 Energieprestatie; nieuwbouw Een te bouwen bouwwerk is voldoende energiezuinig.
6 Voorschriften uit een oogpunt van milieu
7 Overgangs- en slotbepalingen

ACHTERGROND

Om te kunnen vaststellen welke voorschriften van toepassing zijn op een bouwplan moeten ontwerpers en toetsers in de eerste plaats vaststellen over welke onderwerpen het Bouwbesluit een voorschrift geeft. Een overzicht van de voorschriften wordt verkregen wanneer een inhoudsopgave van het Bouwbesluit wordt gemaakt. Het Bouwbesluit is ingedeeld in hoofdstukken en afdelingen, waarvan de titel al duidelijk maakt wat voor een soort voorschrift het is en over welk onderwerp het voorschrift wordt gegeven.
Hoofdstuk 2 heeft als titel "Voorschriften uit oogpunt van veiligheid". Hoofdstuk 3: "Voorschriften uit een oogpunt van gezondheid". Hoofdstuk 4: "Voorschriften uit een oogpunt van bruikbaarheid". Hoofdstuk 5: "Voorschriften uit een oogpunt van energiezuinigheid". Hoofdstuk 6: "Voorschriften uit een oogpunt van milieu". Elk hoofdstuk is weer onderverdeeld in afdelingen. De titels van een afdeling vormen een belangrijke invalshoek voor het opzoeken van voorschriften en worden ook wel "beoordelingsaspecten" genoemd.

AANDACHTPUNTEN

Er zijn voor dit onderwerp geen aandachtspunten.

OVERIGE INFORMATIE

SBR, prettig kennis te maken.