Infoblad 344 - Welke ruimten in woongebouw mogen niet rechtstreeks uitkomen op vluchttrappenhuis?

Aan de hand van het Bouwbesluit vaststellen welke ruimten rechtstreeks op een vluchttrappenhuis van een woongebouw mogen uitkomen.

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Stappenplan

Om dit probleem op te lossen moeten vijf stappen worden gezet, die weer zijn onder te verdelen in twee fasen.

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)
1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit
2. Bepaal de relevante paragrafen
3. Bepaal de relevante gebruiksfunctie
4. Bepaal met de tabel in de afdelingen de relevante voorschriften

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)
5. Aan de hand van voorbeelden uitleggen van de voorschriften

Fase A. Opzoeken van de toepasselijke voorschriften (stap 1 t/m 4)

1. Bepaal de relevante afdeling van het Bouwbesluit
Door een vluchttrappenhuis voert altijd een rookvrije vluchtroute. De voorschriften voor de inrichting van rookvrije vluchtroutes (waaronder het mogen uitkomen van ruimten op een vluchttrappenhuis) staan in afdeling 2.19 ‘Inrichting van rookvrije vluchtroutes’ van Bouwbesluit 2003.

2. Bepaal de relevante paragrafen
Afdeling 2.19 ‘Inrichting van rookvrije vluchtroutes’ bevat paragraaf 2.19.1 en 2.19.2. Paragraaf 2.19.1 bevat de eisen voor nieuwbouw, paragraaf 2.19.2 bevat de eisen voor bestaande bouw. In het vervolg wordt alleen ingegaan op de nieuwbouw-voorschriften.

3. Bepaal de relevante gebruiksfunctie
Een woongebouw wordt in tabel 2.166 aangeduid als: ‘andere woonfunctie’.

4. Bepaal met de tabel in de afdelingen de relevante voorschriften
Tabel 2.166 van afdeling 2.19 ‘Inrichting van rookvrije vluchtroutes’ bevat de artikelen 2.167 t/m 2.174. In artikel 2.170, tweede lid, is aangegeven welke ruimten rechtstreeks op een vluchttrappenhuis van een woongebouw mogen uitkomen.

Een vluchttrappenhuis anders dan een veiligheidstrappenhuis is niet rechtstreeks bereikbaar vanuit:

  • een besloten ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert;
  • een toiletruimte;
  • een liftschacht, of;
  • een technische ruimte.

tenzij het product van de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting en de som van de netto-vloeroppervlakten van:

  • dat vluchttrappenhuis;
  • de besloten ruimte;
  • de toiletruimte;
  • de liftschacht, en;
  • de technische ruimte.

per bouwlaag ten hoogste 3500 MJ is. Dit geldt niet voor een trappenhuis dat voldoet aan artikel 2.157, vijfde lid.

Fase B. Toepassing van de voorschriften (stap 5)

Aan de hand van figuur 1 wordt het voorschrift uitgelegd.

Figuur 1.

Figuur 1 betreft een vluchttrappenhuis waarop een aantal ruimten rechtstreeks uitkomen. Dat zijn een rookvrije vluchtroute, een liftschacht, een toiletruimte en een technische ruimte. Dit zijn de ruimten waarvan in artikel 2.170 lid 2 wordt aangegeven dat deze niet rechtstreeks op het trappenhuis mogen uitkomen. Dit tenzij de vuurlast als gevolg van de permanente vuurbelasting van deze ruimten inclusief het trappenhuis per bouwlaag maximaal 3500 MJ is. In de figuur (bovenste plaatje) is aangegeven welke scheidingsconstructies moeten worden meegenomen in de berekening van de permanente vuurbelasting. De scheidingsconstructies bestaan uit de wanden, vloeren, plafonds, inclusief de deuren.

Vuurlast > 3500 MJ
Stel dat de vuurlast als gevolg van de permanente vuurbelasting > 3500 MJ is. Bijvoorbeeld omdat zich in de rookvrije vluchtroute veel houten materialen, zoals deuren, bevinden met een hoge verbrandingswaarde. In dat geval kan ervoor worden gekozen om de oppervlakte aan scheidingsconstructies van de ruimten die rechtstreeks op het vluchttrappenhuis uitkomen, te beperken. Zie hiertoe het onderste plaatje in de figuur. Door in de rookvrije vluchtroute voor het trappenhuis een deur te plaatsen wordt de oppervlakte aan scheidingsconstructies van de rookvrije vluchtroute die rechtstreeks op het trappenhuis uitkomt (en dus moet worden meegenomen in de vuurlastberekening) verkleind. In het bovenste plaatje van de figuur moeten de gehele begrenzende oppervlakten van de ruimten waardoor de rookvrije vluchtroutes voeren worden meegenomen. In het onderste plaatje van de figuur alleen de begrenzende oppervlakten van het ‘sluisje’.

Andere ruimten
Hoe omgaan met andere ruimten dan genoemd in het voorschrift en bij een portieksituatie? Alle andere ruimten mogen altijd rechtstreeks op het vluchttrappenhuis uitkomen. Bij een portiek-situatie, waarbij sprake is van samenvallende vluchtroutes, is het voorschrift niet van toepassing.

Mag een parkeergarage in de kelder rechtstreeks op een vluchttrappenhuis uitkomen? Ja, het is toegestaan dat een parkeergarage rechtstreeks op een vluchttrappenhuis uitkomt. Als de parkeergarage een brandcompartiment is of daarvan deel uitmaakt, moet de deur tussen de garage en het woongebouw brandwerend en zelfsluitend zijn. Een besloten parkeergarage mag echter niet in een vluchttrappenhuis uitkomen als dit trappenhuis een veiligheidstrappenhuis is.

Mag een woning in een woongebouw met twee onafhankelijke toegangen die uitkomen op onafhankelijke vluchttrappenhuizen, rechtstreeks op deze vluchttrappenhuizen uitkomen? Ja. De ruimte van de woning die rechtstreeks op het trappenhuis uitkomt is een hal (verkeersruimte of verblijfsgebied). Door die hal voert geen rookvrije vluchtroute, toiletruimte, liftschacht of technische ruimte. De woningen mogen dus rechtstreeks op de vluchttrappenhuizen uitkomen; zie ook figuur 2.

Figuur 2.

ACHTERGRONDINFORMATIE

In Bouwbesluit 2003 zijn voorschriften gegeven waarin staat welke ruimten niet rechtstreeks op een vluchttrappenhuis van een woongebouw mogen uitkomen. In dit informatieblad wordt op deze voorschriften ingegaan.

AANDACHTSPUNTEN

  • Indien door een parkeergarage die rechtstreeks op het trappenhuis uitkomt een rookvrije vluchtroute voert, moet de ‘3500 MJ-toets’ wel worden uitgevoerd, zodat mogelijk een sluisje voor het trappenhuis nodig is.
  • Voor een deur tussen een rookvrije vluchtroute en een ‘sluisje’ dat moet worden toegepast om te voldoen aan artikel 2.170, tweede lid, geeft Bouwbesluit 2003 niet concreet aan dat deze brandwerend of rookwerend moet worden uitgevoerd. Een dergelijke deur hoeft zich namelijk niet in een brandwerende of rookwerende scheidingsconstructie te bevinden. Het is overigens verstandig om een dergelijke deur rookwerend en zelfsluitend uit te voeren.
  • Een woningtoegangsdeur die in een vluchttrappenhuis uitkomt, moet brandwerend en doorgaans ook zelfsluitend zijn. De toegangsdeur van een woning hoeft niet zelfsluitend te zijn als de woning en het trappenhuis in hetzelfde brandcompartiment liggen.
  • Om het bezwaar van een zelfsluitende deur op te heffen kan worden overwogen om bij de gemeente een verzoek om beoordeling op basis van gelijkwaardigheid in te dienen voor de toepassing van zogenaamde ‘rookmeldergestuurde deurdrangers’.

OVERIGE INFORMATIE

SBR, prettig kennis te maken.